terug  begin  verder
[p. 222]

Op d'afbeeldinge van den onsterflijken Zeehelt
Kornelis Tromp, Onderamiraal van Amsterdam.aant.*

Door Jan Lievens geschildert.

Vim cunctam atque minis perfert coelique marisque.

 
Als Jurk, de Britsche turk, de zee wil overgaepen,1
 
En vlooten slikken in zijn onverzade maegh,
 
Dan voert hy op den mast den Bezem tot een wapen,
 
En dreight uit nieu Algiers de maght van 's Gravenhaegh.4
5
Hoe lange toch? tot dat de zeeleeu TROMP, verwildert5
 
Geterght van wraeke, met gevangensmoordend bloet,6
 
Een schoone waterverf, zich naer het leven schildert,
 
Om 's vaders doot ontvonkt van nimmer bluschbren gloet.8
 
Hy vaeght in oost en west met 's roovers bezemroeden9
10
  De beide Straeten van dit havenschennend slijk,10
 
En geesselt het dat borst en lenden vreeslijk bloeden,
 
Ter straffe van gewelt, geleên in Christenrijk.12
 
Dan hoort men Askué, en Monken, en Barklaien,13
 
Geweldenaeren van de vrye en ope zee,
15
Zich t'enden adem op 't schavot der baren schreien,15
 
En deerlijk jammeren om 't afslaen van den vrê.16
 
Wie bezems voeren wil, geeft TROMP de roên in handen.
 
Dees voert het scherprecht uit, in 't aenzien van twee stranden.18
 
 
 
J.v. Vondel.

t'Amsterdam, Voor de weduwe van Abraham de Wees, op den Middeldam. 1666.

[p. 223]



illustratie
Kornelis Tromp (Beschreven bij v. Someren 5629h)

*Van 1666. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 690). Het motto, ontleend aan Aeneïs X, 694, betekent: ‘Hij trotseert het ganse geweld en de bedreigingen van lucht en zee.’
Opschrift: Zie voor dit portret: H. Schneider, Jan Lievens (Haarlem 1932), blz. 151, nr. 264.
1Jurk: Jork, hier genomen voor de Engelse koning. Vgl. hiervóór blz. 185, vs. 24; turk (zonder hoofdletter): in Vondels mond tot scheldwoord geworden.
4nieu Algiers: de nieuwe roofstaat Engeland.
5verwildert: woest geworden.
6Geterght van: geprikkeld door; gevangensmoordend: (vgl. Zegezang, vs. 54) indirekt gebruikt: het bloed van hen die hun gevangenen vermoorden.
8's vaders doot: Maarten Harpertszoon Tromp, in 1653 bij Ter Heyde gesneuveld (zie deel 5, blz. 581-86); van: door.
9vaeght: veegt schoon; 's roovers bezemroeden: vgl. de bezem in de mast, in vs. 3.
10De beide Straeten: het Kanaal en de Sont; havenschennend: zie Havenschendery, op blz. 184).
12gewelt: o.a. op Terschelling, zie blz. 216.
13Askué, en Monken en Barklaien: zie blz. 206 en 212.
15Zich t'enden adem schreien: schreien tot hun de adem ontbreekt; 't schavot der baren: hun dood zal als 't ware een terechtstelling op zee zijn.
16om 't afslaten van den vrê: dat zij ver zuimd hebben, bijtijds vrede te sluiten.
18het scherprecht: het doodvonnis (vgl. scherprechter: beul); in 't aenzien van twee stranden: ten aanschouwe van Engeland en Holland.
terug  begin  verder