P. Adam Schall van Keulen, jezuïet en mandarijn.
Anonieme prent uit Athanasii Kircheri China Illustrata, Amstelodami, apud Jacobum à Meurs, in fossa vulgo de Keysersgracht, Anno MDCLXVII.
[p. 333]
J.v. Vondels Zungchin
of Ondergang der Sineesche Heerschappye.
1op 't voorhof ....: voorhof van de hofstad Peking (uitspr. klem op de laatste lettergreep); het keizerlik verblijf was op zichzelf een stad, een hofstad in de hoofdstad (vs. 5 uit de stadt ten hoof).
2's hemels ring: de hemelboog waarin de zon zijn baan liep; volgens Vondel's voorstelling de vierde of middelste van de zeven van de aarde uitgerekend, waarboven dan nog de boog der vaste sterren, en de kristalijnblauwe alles omsluitende boog.
3-4den Noortbeer: de Grote Beer, Peking ligt op 40% N.B. (tweewerf twintigh trappen vs. 4).
6Lykungzus, de opstandeling (zie Inhoudt en Tooneelisten); beronnen: berend, bestormd (oorspr. vorm); ten roof ....: op sluw verraderlike wijze zocht Lykungzus de keizer zijn keizerschap t'ontroven.
12de rijxkolom: de keizer (Tsjhoeng-tsjeng of ‘Zungchin’).
15-vlg.Hij heeft vaderland en alles verlaten, om aan Sjina het kristelik geloof te brengen.
19Sint Thomas leering: de apostel Thomas heeft in Indië het kristengeloof verkondigd, en naar sommigen menen ook in Sjina (zie Opdracht r. 40-41).
22dry vijfentwintigh jaer: driemaal 25 jaar; ongeveer 75 jaar vóór de val van de Ming-dynastie) onder keizer Sjen-tsoeng had de katolieke missie in Peking vaste voet gekregen.
24De hooghste wil ons raet .... geven: moge de Allerhoogste ons wijsheid geven; wil: moge; raet: wijs beleid.
32staetwisselbaere: waarin de staat in omwenteling verkeert.
34ons toeschijnt: zich aan ons vertoont, ons toelicht.
83sluierkroon: kroon met achter afhangende sluier; oosterse kroon.
84Niuche: Tartarije of het Mandsjoeland; de Sjinesen noemden de Mandjoe's Nu-tsjen of Nu-tsjih.
85des konings bloem: de dochter van de koning der Mandjoe's (de grote Cham); de Sjinese landvoogden beletten het huwelijk van zijn dochter met een andere vorst der ‘Tartaren’; zelfs hebben zij haer vader (de Cham) vermoord. Toen viel zijn zoon Noerhatsi binnen de grote muur (1616) en veroveet de stad Tuxin (Toe-tsjoeng in Liau-toeng); hij wil vrede, maar wordt door Wan-li smadelik behandeld.
88Noch: toch; van Vanliëus: door keizer Wan-li, die regeerde van 1573-1620; onder hem is de katolieke missie in Sjina en te Peking gevestigd. Vanliëus: uitspr. in vier lettergrepen: Vanliéus; Vondel heeft deze namen meestal in de latijnse vorm met -us.
89-90Noerhatsi de grote stichter van de Mandsjoestaat (gest. 1626) en zijn zoon Thiën-tsjhoeng vielen aanhoudend Sjina binnen, namen vele Noordelike gewesten in bezit, en verschenen herhaaldelik voor Peking.
92-vlg.Xinkio: Sjen-kio, de onderkanselier van het ministerie van eredienst in Nanking. Door zijn haat wist hij de hofkliek over te halen de kristenen te vervolgen, vooral de missionarissen, als gevaarlike buitenlanders (1616-1618). Hij heeft de missie ernstige moeilikheden bezorgd, maar een algemene vervolging is 't niet geworden. In 1622 werd Sjen-kio tot Kolao (staatsraad) benoemd, trachtte weer de kristenen te vervolgen, maar viel in ongenade.
93Vanliëus riedt: en Wan-li aanried (zie op vs. 88).
94onze broederschap: onze Societeit, de Jezwieten. Enige Jezwieten werden verbannen naar Makao dat in 't bezit was van de Portugezen.
96en Makao (heeft) de zaak van de Sjinese keizer gesteund (heeft uit de vorige regel behoort ook bij dit vers). Makao kleine Portugese bezitting op 'n rotsig schiereilandje in 't Zuiden van Sjina. Het was het voornaamste bolwerk der Portugezen in 't Oosten. Van hieruit gingen ook de katolieke missionarissen naar Sjina en Japan. Het vers betekent, dat de Portugezen de Sjinese keizer steunden tegen de Mandsjoe's en de opstandelingen.
97busseschietren: busschieters, soldaten met vuurwapens (geweren: bussen); kortouwen: kanonnen.
98flaeuwe: bezwijmende; zo kwam het bezwijkende hof weer op adem en op zijn verhaal.
100streeken: streken (van 't kompas); dus: houdt geen richting; is weifelend; streeken: windstreken.
104niet ronder: niet meer in de rondte, wisselt niet erger dan ...
107Lykungzus, hoofd der opstandelingen; zie Tooneelisten blz. 331.
108dempt: vermeestert, de baas is (dempen: verstikken).
109hy meester .... in 't kort: hij meester geworden; nadat hij in korte tijd meester geworden was in 't noord(westen) (vreemde zinsbouw, naar het Latijn).
113een schoon gelaet: hij deed zich goed voor; gelaet: houding, 't gehele uiterlik gedrag (oudere betekenis).
115Tienkius: keizer Thiën-khi, de oudere broer en voorganger van ‘Zungchin’. (Vondel heeft ook hier de latijnse uitgang -us).
117-vlg.besneênen: de besnedenen (eunuchen) hadden geweldige rijkdommen bemachtigd; keizer Zungchin ontnam ze hun; Guieius: Wei-Tsjoeng-sien, ook een der eunuchen; gunsteling van keizer Thiën-khi, hij beheerste deze geheel en al; keizer Zungchin verbande hem; hij wurgde zich zelf; de keizer liet hem toen het hoofd afslaan.
118in 't oogh: zodat het de legeroversten en bestuurders 'n doorn in 't oog was.
137-vlg.Taiming: Tai-ming (de grote lichtende) is het keizergeslacht van de Ming-dynastie, dat geheerst heeft van 1368-1644).
139Cham: de Khan, vorst van de Tartaren (Mandsjoe's).
143stormslotdraegende: de olifanten droegen dikwels hele versterkingen voor de stormaanvallen.
152-vlg.Sennácherib koning van Assirië met hoofdstad Ninive, viel het rijk van Juda binnen, en veroverde het bijna geheel van Samaría in 't Noorden tot Sion (Jeruzalem) toe. Zijn veldheer Rábsaces belegerde Jeruzalem, hij lasterde en bespotte God, dat deze Jeruzalem niet uit zijn handen verlossen kon. Koning Ezechías scheurde van droefheid zijn gewaad, maar Izaïas de profeet troostte hem met de belofte dat de Engel Gods de vijand zou terugwerpen. Gods engel versloeg in de legerplaats honderd tachtig duizend Assiriërs, en Sennacherib keerde naar Ninive terug (2 Kon. 18: 13 tot en met hfst. 19).
166Getelt in 't opgaen avn den dagh: letterlik naar 2 Kon. 19:35: en toen hij (Sennácherib) bij 't aanbreken van de dag was opgestaan, zag hij al de lichamen der gesneuvelden; en hij trok weg.
169't Aziaensche Europe: Sjina, dat om zijn hoge kultuur en grote macht het Aziaties Europa kon heten.
175Cezar: de Sjinese keizer; indien Cezar kristen was.