Die schoone rijxprinces. vertrekkenwe aen een zijde,
En laet ons luisteren wat haeren geest bezwaert.
De midnacht daelt allengs van 't hooftpunt nederwaert.
212met gedeelde troepen: met het leger in zijn afdelingen onder de verschillende bevelhebbers; de keizer had heel onverstandig het leger aan de eunuchen (hofbesneênen) zijn felste vijanden toevertrouwd.
216vermomde weifelaeren: die vermomd, in 't verborgen weifelen in hun trouw.
221De Sjinese keizer werd door het gehele volk beschouwd als ‘zoon van de hemel’, en zo lang hij zich in alle opzichten als zodanig gedroeg, in trouw vereerd; toonde hij zich door zwakheid of anderszins geen zoon van de hemel meer, dan moest hij verdwijnen, en een waardige keizer in zijn plaats komen.
230Geheilight tot zijn draght: dat hij alleen dragen mag.
244-49Deze verzen slaan op de overwinning van keizer Konstantijn, in 't teken van Christus' kruis, over Maxentius, die in de Tiber omkwam.
251vijftien landen: vijftien grote gewesten van Sjina, waar onder-koningen in naam van de keizer regeerden.
253Zie over de hulp der Portugezen vanuit Makáo, vs. 96 en de aant.
255-60Zunignatius: Ignatius Soeng (de Sjinezen zetten de familienaam voorop, dus: Soeng Ignatius): deze kristen was onderkoning van Liao-toeng (N.-Oosten van Peking) en een der trouwe bevelhebbers van de keizer in Sjan-toeng. Daar de hofkliek zijn verzoek om de reeds lang achterstallige soldij voor zijn troepen te zenden, achterhield, kwamen zijn troepen in opstand, en wilden Soeng tot hun aanvoerder en zelfs tot keizer kiezen. Hij weigerde (ook een kroon versmaeden kon, vs. 257), bracht zijn leger weer tot gehoorzaamheid aan de keizer. De hofkliek (zo machtig was deze) zette hem af, en riep hem terug, dat wil zeggen, om zijn doodvonnis te ontvangen. Nu nodigden ook de Mandsjoe's (Tartaren vs. 256) hem uit zich bij hun aan te sluiten. Hij gehoorzaamde aan het ‘keizerlik’ bevel, en werd met nog een andere kristen officier onthoofd (hoewel de keizer zelf ze had willen begenadigen). - den fenixhelt: de boven allen uitmuntende held (zoals de fenix onder de vogels).
264met onnooslen roof: met roofbuit van onnozele schapen.
285Laoiang: hoofdstad van Liau-toeng; bussen: vuurwapenen, kanonnen.
287planken: de Mandsjoe's (Den Tarter) hadden geen vuurwapens; het voetvolk dekte zich met planken tegen de kogels; noch: toch.
288En vier gewesten: ‘Lykungzus’ (niet de Mandsjoe's) had in 't Noord-Oosten van Sjina onder zijn macht gebracht, Sjen-si, Sjan-si, Sjan-toeng, Honan; deze vier grenzen aan elkaar. Sjan-si ligt het Noordelikst van de vier en grenst aan de drie andere. Peking ligt in het Noordelikste van alle gewesten, in Tsji-li; dit gewest grenst Noordelik onmiddellik aan de Mandsjoe's; overronnen: overstroomd, berend.
289-290Laoiang was nog niet bedreven (afgerecht, 291) in het gebruik van kanonnen, en zo werd (Gedeegh) deze onervarenheid voor de stad de oorzaak van de droeve nederlaegh.
292De roover, dit is weer Lykungzus; den slijkstroom: de Hoangho, of Gele rivier, naar het gele slijk dat hij meevoert.
300onraet: verkeerde raad, verraad; maghtigh: met kracht. De keizer wilde meer dan eens naar het Zuiden wegtrekken; de rijksraden weerhielden hem met een betoog, zoals in vs. 302-304.
305der landen: van de onder de keizer staande landen, de verschillende grote gewesten van Sjina, met hun onderkoningen.
307-308Tsjeng-toe (Cingtu) is hoofdstad van Soe-tsjwan in midden-Sjina; de stad werd in 1644 door Tsjang, ook hoofd van opstandelingen veroverd, en tot zetel van zijn regering gemaakt. Spoedig is ook hij door de Mandsjoe's vernietigd. Onder de vorige keizer Thiën-ki was een strijdbaere Amazone haar keizer met troepen te hulp gekomen; dezelfde had ook nu de eerste aanval der rovers op Tsjeng-toe verijdeld.
379Daar is een godheid voor nodig, om te voorzien wat gebeuren kan.
382op zijn' hoefslagh: op zijn wachtpost, het deel (slag) van de wal dat htj verdedigen moet (oorspr. deel (slag) van de dijk, dat een boerenhoeve naar gelang van zijn grootte moest onderhouden).
383De rondgaande wachten houden niet op elkaar t'ontmoeten, ontmoeten elkaar voortdurend.
407De krijgsfaam zal spoedig (haest) op haar vleugelen komen aanvliegen; het krijgsbericht wat er gebeurd is (dat de vijand geslagen is), zal spoedig bekend zijn.
409Rykaert en Trigau: Pater Mattheus Ricci was omtrent 1590 met verschillende andere Jezwieten in Sjina werkzaam, in 1601 was hij in Peking doorgedrongen; hij stond in hoge achting bij de keizer om zijn wetenschap. Pater Nikolaas Trigault was in 1610 in Sjina als missionaris aangekomen, 'n hoogstaand en buitengewoon bekwaam man. De brieven van de eerste en de vurige opwekkingen van de tweede (in 1614 te Rome tijdelik teruggekeerd) hadden in Pater Schall het verlangen naar de Sjinese missie opgewekt.
410met uw maetschappye: met uw Sociëteit (van Jezus).
418De Apostelen Sint Thomas en Sint Bartolomeus hadden het geloof in Indië(en Sjina) verkondigd (blz. 327, r. 40).
421vijftien landen: de vijftien grote gewesten van Sjina (later is Sjina in 18 gewesten verdeeld).
427Fe of Fo (= Zaligmaker) de opperste godheid; in Sjina wordt het uit Indië (Vóor-Indië) afkomstige Boeddhisme Fo genoemd. Het Sjinese Boeddhisme is bij velen een rauwe afgodendienst geworden.
435-vlg.Al deze godsdienstige gebruiken en instellingen behoren tot het Boeddhisme.
436Gebedentellers: snoeren met kralen voor het bidden van een bepaald getal gebeden (gelijkend op de katolieke rozenkrans).
440De bedevaert naar de Boeddhistise heiligdommen, zoals de Sjinezen zelfs bedevaarten hielden naar de heiligdommen aan Khoeng-foe-tse (Confucius) gewijd, en daar offers brachten, hoewel deze alleen een maatschappelik-zedelik levenstelsel had gesticht. Alleen de leer van Khoeng-foe-tse geldt als de rechte weg bij de geleerden-stand, waaruit ook alle hogere ambtenaren voortkomen.
445-48Eunuchen (besneênen), onderkoningen en mandarijnen bekeerden tot het kristendom.
451Het zielverhuizen: dit behoort tot het wezen van het Boeddhisme.
453Xaveer: Xaverius, Frans van Xavier die in Japan het kristendom gevestigd, en daar zeer velen voor het kristendom gewonnen heeft; in 1552 wilde hij in Sjina gaan prediken, maar stierf op het eiland Sansinan (vs. 465) bij de Sjinese kust.
458Achab: de tot het grofste heidendom vervallen koning van Israël.
470-vlg.Over de vervolging der kristenen in Japan onder Taikozame, zie Opdracht aant. op. r. 47, blz. 327).
487-vlg.Kaifáng: Kai-feng aan de zuidkant van de Hoang-ho of Gele rivier (Saffraenstroom) is de hoofdstad van Ho-nan. Pater Trigault had hier het kristendom gevestigd. ‘Lykungzus’ de opstandeling had deze stad in 1642 verdelgd door de dijken van de Hoang-ho door te steken, zodat bijna alle inwoners omkwamen. Deze lezing volgt Vondel blijkbaar; meer waarschijnlik is, dat de verdedigers de dijken hebben doorgestoken, om het leger van ‘Lykungzus’ te verdelgen, maar met tegengestelde uitslag.