515Ganges: de bekende heilige rivier van de Boeddhistise Hindoes in Voor-Indië.
517zijn genooten: zijn medepriesters (de rey van priesteren).
521dochter van den hemel: de keizerin, als vrouw van de ‘zoon van de hemel’. (vs. 524).
527den dienst: het heilig misoffer. Vondel had waarschijnlik in de missie-berichten uit Sjina gelezen, dat Pater Schall eens inderdaad met deze woorden zijn verlate komst bij de keizer verontschuldigde (n.l. bij de latere Mandsjoe keizer Sjoen-Tsjih).
529gedacht in mijn gebeden: gedacht de keizer in mijn gebeden, en bad ...
530Tai-ming: de Ming dynastie, waarvan ‘Zungchin’ de laatste keizer was.
565Toangus: een der oude keizers van Sjina (duizende jaren vóór Kristus), ervaren sterrekundige.
570offervinder: wichelaar; die uit de offers de toekomst vindt; deze manier van de toekomst voorspellen is die van de oude Grieken en Romeinen; Vondel brengt die over op de Sjinezen.
592Konfutius: Khoeng-foe-tse, de bekende Sjinese wijsgeer (zie op vs. 440).
597en bij waarzeggers en geestverschijningen die streng veroordeeld zijn.
599-vlg.Aldus in 1 Samuël (1 Kon.) 28:3-19. Saül vroeg aan de ‘waarzegster’ de geest van Samuël op te roepen; en tegen haar verwachting verscheen werkelik de geest van Samuël door God gezonden, en voorspelde Saül zijn nederlaag door de Filistijnen, en de dood van hem zelf en zijn (drie) zonen. (De vervulling hiervan 1 Sam. 31).
659overloopenze al: en ze allen onder de voet lopen, meervoud bij de vyant als meerv. voorstelling.
663Kiang: dit woord betekent rivier; hier wordt bedoeld de Jang tse-kiang = de grote rivier, waar Nanking aan gelegen is (zie vs. 1161); de zoon der zee genoemd om zijn geweldige grootheid.
667aen een' opgeworpen heer: bij een nieuwe heerser die zich als keizer heeft opgeworpen.
672-vlg.over de gierigheid van deze keizer, zie Inhoudt, aant. op r. 2.
675dees naklank: dit lasterlik gerucht (vergel. achterklap).
678by geheele veltstandaerden: bij hele regimenten (die ieder onder een standaard staan).
682gijpen: het omslaan van het zeil aan de achtermast (bezaan of achterfok) door het plotseling omwenden van de wind (de voorwind, d.i. die van achter komt); dus: die letten of het scheepje van het hof ...
683Om dan zonder nadeel (last) voor hunzelf naar de vijand over te lopen.
712een al te donkre blijk: een al te duister bewijs (blijk vroeger ook de-woord).
719vaers: vers; hier beschouwt Vondel de waarschuwing als geschreven in versmaat, wat natuurlik in dit toneelstuk vs. 617, 618 ook het geval is (de woorden dicht in 616 en dichter (opsteller) in 708 wijzen dit niet noodzakelik aan).