995het is hier omgekomen: het is hier reddeloos verloren.
997reden: aan de rede, aan 't verstand; ongelaetenheit: onbeheerste, uitgelaten smart.
999ay laet u niet verlangen: och laat u niet meeslepen door smartelik verlangen (mij verlangt: het valt mij lang, het verdriet mij).
1004De vader ...: De vader - zijn zoon alleen te zenden - in de zin van: hoe kan hij zijn zoon alleen zenden; de zin wordt dan weer opgevat in vs. 1007 De vader ....; in vs. 1006 Och wat valt ons deze voorstelling, deze gedachte zwaar; dit is tussenzin.
1107-vlg.krijghsliên nl. van de verrader Lykungzus; Die handel aen te gaen: zo iets te ondernemen. Zungchin bedoelt: het stuk: de onderneming is ongelofelik: zo iets lukt niet met enige vooruitgezonden lichtzinnige soldaten, en dan bij 'n volk als het Sjinese dat niet zwijgen kan; hoe zou dan de wettige heerser, de keizer, dat niet heet spoedig van aenbrengers vernemen, die weten dat ze rijk beloond zullen worden; en terwijl ze van weerskanten schelmen zijn die elkaar makkelik verraden?
1113-vlg.slaen we dit voorby: laten we dit nog ter zijde; des krijghsraets mont: het hoofd van de krijgsraad zal toch zeker geen voordeel verwachten van Lykungzus een' rijxverraeder; de oversten van de krijgsraad hadden hun keizer inderdaad verraden.
1125En mompelden al stil: en alles (van dat oproer) in stilte voortmompelden.
1130Ontzaghme t'uiteren: was op mijn hoede mij niet te uiten.
1132Kan vader rieken: als vader het bevroeden kan.
1140-vlg.Vondel geeft hier een voorstelling tegengesteld met wat werkelik is gebeurd: de hovelingen spoorden de keizer aan te vluchten; hij weigerde want een keizer moest voor d'altaren sterven.
1144De kinders nl. het volk, dat kan zo de keizer niet laten gaan.
1147te duiken: ons te verschuilen hier in 't hof (het is hier niet veilig),
1148Wanneer het hoofd in veiligheid is, zijn alle leden ook gered; boven staen: veilig zijn (tegengest. van onder gaan, zie vs. 1101).