1225wispeltuur: wispelturig; ay zijt u zelven eerst genadigh: Cham wil tot zijn vader zeggen: kom tot bezinning, spaar u zelf met die dwaze dreigementen.
1230keer het voorspook van 't geval: een tusschenzin; wend het voorteeken van zijn ongeluk af.
1233zonder stameren: zonder stamelen, vgl. Bespiegel. II, 45.
1234onbegrijpzaemheit: wat niet begrepen kan worden, vgl. onbegreepenheit in Harpz. LXX, vs. 80; steurnis: stoornis, verandering; onderdaen: onderdanig, onderhevig, vgl. vs. 1354.