Zoo zullenze, eens verlost, in 't ende u eeuwigh loven.
1585
Zoo ga uw heilgenade uw wonderdaên te boven.
SOLI DEO GLORIA.
1466De trotze reuzetroep: vgl. vs. 1386-87; aendrift: aandrijven.
1467d'aenslagh: vgl. vs. 1474, nl. om de ark in brand te steken, zooals Apollion al van plan was, vs. 18-vlg. en waartoe Achimans getrouwen een poging hebben gedaan, vs. 1386-vlg.
1483Enaks schutterij: de boogschutters van de Enakskinderen, vgl. vs. 81 en 1386; opdonderde: met geweld te voorschijn kwam.
1484Het spook: de spoken, minachtend voor de wachtengelen.
1487woelen: druk werk, vgl. vs. 1197.; afgepijnt; afgemat.
1489De tovenaer: hoonend voor Noë, vgl. 1492; joffrevloek: iemand die de vrouwen vervloekt, of iemand die het ongeluk is der vrouwen, in elk geval is Noë bedoeld.
1577Vondel doelt hier op de zielen, die in het voorgeborchte de komst van den Verlosser afwachten, Vgl. de Opdracht aan J. de Wael, r. 10.
1580voorbeelt: voorafbeelding; dat de ark van Noë een voorafbeelding van de door Christus gestichte Kerk was, is de algemeene opvatting van oud-christelijke schrijvers en latere theologen, vgl. Joan. de Boetgez. II, vs. 139 en Heerl. der Kercke, I, 251-70; vertrouden: de u toevertrouwden, de geloovigen.
1581vryburgh: wijkplaats, vgl. vs. 1339; water: nl. van het Doopsel.
1582Het afgebeelde badt: het door den zondvloed voorafgebeelde reinigingsbad, het Doopsel. - Soli Deo gloria: God alleen de glorie.