1 Indien mijn ooghmerk waere, door het verduitschen van Herku- 2 les in Trachin, Sofokles hooghdravenden stijl, en alle andere22-3 3 deughden, in zijne treurspeelen uitmuntende, voorby te streven, 4 zoo zoude mijn lierdicht, Horatius Flakkus, dien edelen Fenix4 5 der Latijnsche lierdichteren, ter eere toegezongen, alleen door 6 veranderinge van den naem, aldus op my passen:
11 Sofokles, zeeghaftigh veltheer, en vorst der treurtooneelpoëzye,11 12 was Euripides tijtgenoot, welke beide deze kunst in top, en als op12 13 het hoogh altaer zettende, in die koningklijke renbaene om strijt13 14 liepen, en in een zelve jaer, volgends Apollodoors en Diodoors14 15 getuighenis, overleden; Sofokles van uitgestorte blyschap, geschept15 16 uit zijne triomfe, om het strijken van den prijs met zijn leste treur- 17 spel, in het negentighste jaer zijns ouderdoms, na achtien zegen-17
18 rijke overwinningen, onder zijne veltheerschappye, bevochten. Zoo 19 vierigh blaekte d'yver der Griexe vernuften, om, op het spoor19-vlg. 20 der Chaldeen en Egyptenaren, boven andere volken in wijsheit 21 uit te steeken. Euripides, om zijnen tijtgenoot in dusdanige stoffe 22 niet toe te geven, voerde mede de Herakliden, of Herkules zoonen,22-23 23 en hunne zuster Makaria, en den dollen Herkules ten tooneele: en23 24 Seneka, of wie het is, heeft sedert ook, in twee treurspeelen van24 25 Herkules, in het een Sofokles, in het ander Euripides, op zijne wijze25 26 nagebootst, zulx dat d'oude Griexe en Latijnsche schouburgen om 27 strijt van deze stoffe gewaeghden. Herkules hadde dry deelen der27 28 weerelt aen zich verbonden door zijne natuur- en staetkennis en28 29 starrewijsheit, het verdelgen der dwingelanden en gedroghten, en 30 invoeren van wijze wetten en goude zeden, in voege dat hem een 31 stoel, onder de halve goden, by de Latijnen Indigetes genoemt, wiert31 32 ingeruimt, en een kerkwoudt, priesterdom, altaer, offerhande en32 33 feest toegekeurt; gelijk, onder anderen, Virgilius dien naemhaftigen33-vlg. 34 helt, met zijn pleghtigh offerfeest, en jaergetijdige staetsie, by koning34 35 Evander, door zijnen Eneas helpt vieren, en met lofzangen verheer- 36 lijken. Herkules werden te Rome, in verscheide wijken, kerken en36 37 altaeren, met byzondere titelen gebout en toegewijt. Herkules eer en 38 faem steigerde zoo hoogh, dat volken en steden om dien helt streden,38 39 elk met Herkules naem braveerde, de koningen hunne neven naer39 40 hem vernoemden, en alle braven dien naem, gelijk eenen titel en40-41
41 juweel, in het voorhooft voerden; zulx dat men, zoo Varro, de groote41-42 42 standertdraeger der afgodisten, zeght, in zijnen tijt, vierenveertigh42 43 van dien naem kon berekenen. Juno getuight van hem, in den dollen43 44 Herkules,
47 De heilige outvader Lactantius, handelende van den valschen47 48 godtsdienst, arbeit hierom dapper, om de verleide zielen van dezen 49 afgodt [vader van zeventigh meest bastertkinderen, en zelf een 50 overwonnen bastert, en zoo diep in de harten der Heidenen gewor-50 51 telt] af te trekken, en ter kennisse van den eenigen waerachtigen 52 Godt te brengen. Hy ontdekt de schendige lasterstukken, en het52 53 onvermogen in rechtschape deughden van dien verwijfden, die, 54 eene wijl onder dwang van Omfale in joffersgewaet, de spil en naelt54 55 hanteerde: want gelijk de zelve outvader zeght, niet gedroghten, 56 leeuwen, draeken, roofvoogels, en Amazonen temmen, maer zich 57 zelven van onmatige wellusten speenen, wraekgierige gramschap en 58 begeerlijkheden intoomen, is een grooter overwinninge, waerop ik58-59 59 dit vaers paste,
64 Dit dan aldus, met een snedigh onderscheit en gezont oordeel,64-65 65 ingezien, zoo kan het kunstigh vertoonen van Herkules val en ge-65 66 droomde vergodinge ons geen misbruik van andersins leerachtige6666-67
67 fabelen inplanten, nochte leeraeren aen eenige Heidensche godtheit67 68 vergaepen. Wy brengen Sofokles tooneelwerk, nu omtrent twee-68-70 69 entwintigh eeuwen, by alle doorluchtige mannen en geletterde ver- 70 nuften in eere, te voorschijn, gelijk een kostelijk overschot, en volko-70-71 71 men voorbeelt van den ouden tijt, na de droeve nederlaegh van zoo71 72 veele goddelijke werkstukken, den nakomelingen noch gelukkigh 73 ter hant gekomen. De heer Hinlopen Vermaes, een begunstiger 74 van uitneemende schilderkunst, en geleerde schriften, en inzonder- 75 heit van heldenpoëzye, in verscheide taelen bekent, gelieve ons d'eer75 76 te gunnen van zijne gedachten over dit werkstuk by gelegenheit 77 eens te laeten weiden, en te zien hoe elke personaedje hier, naer heu- 78 ren staet en eisch, zich zelve natuurlijk, zonder eenige opgeblazen-78 79 heit, uitbeelt, gelijk Apelles, ten tijde van Alexander den grooten, 80 zijne historien op het panneel tekende, en met levendige verwen,80 81 tot onsterflijken lof, ten toon stelde. Wie dit treurspel, in de weegh- 82 schaele van een bezadight oordeel, tegens den dollen ook Eteeschen82-83 83 Herkules van Seneka naeukeurigh opweeght, zal wel bevroeden hoe 84 de Latijnsche speelen van geleertheit gepropt zijn, maer boven84-85 85 hunne kracht gespannen staende, met luit roepen en stampen, de85 86 Grieken poogen te verdooven, die ondertusschen hunne natuurlijke86 87 stem bewaeren, en, gelijk afgerechte musikanten, met kennisse be-87 88 gaeft, op de vereischte maet, de stem, naer den zin der woorden, 89 weeten te verheffen, en te laeten daelen, en hierom, op den zang-89 90 bergh, den prijs by d'allerwijste keurmeesters behouden. Uwe E.90 91 dit overweegende, zal hier van kunnen oordeelen. Ondertusschen 92 wensche ik altijt te blijven,
Uwe E.E. ootmoedige dienaer
J.v. Vondel.
1 Herkules, naer Kalydonie getogen, verlooft zich aen Deianier,1 2 koning Eneus dochter, en om dit huwelijk te voltrekken, most tegens2 3 Acheloüs, by eenen stier geleeken, worstelen, en wrong hem den3 4 slinken horen af. Maer Acheloüs nam den horen, en schonk dien44-6 5 aen Amalthea, koning Hemons dochter, die den horen bewaerde. 6 Dees hadde, zoo Ferecydes getuight, zulk eene kracht, dat hy den6 7 bezitter, overvloedigh en zonder moeite, spijs en drank, naer zijnen 8 wensch, bestelde. Toen Herkules den Kalydonschen Thesfroten88-10 9 beoorloghde, en de stadt Efyre won, daer konig Fylas heerschte, 10 quam hy in beddegenootschap met 's konings dochter Astyoche, 11 waeraen hy Tlepolemus won. By Eneus banketteerende, holp hy 12 Eunomus, Architelis zoon, Eneus bloetverwant, om hals, die hem,1212-14 13 zijnen dischgenoot, het hantwater gevende, met den vinger in de 14 zijde stiet. Hoewel dit den vader zwaer viel, noch scholt hy de mis-14-15 15 daet quijt. Herkules volgends de wetten, zich zelven met ballingschap15 16 straffende, reisde naer Trachin, by Ceus. Na het voltrekken van zijn16 17 huwelijk met Deianiere, quam hy aen den Euenusstroom, daer Nes-17 18 sus, het menschepaert, dit veer bewaerde, en Herkules zijnen dienst18
19 aenboodt, om Deianier over te voeren, maer poogende haer te ver-19-20 20 krachten, kreetze om hulp, en hy wert van Herkules met eenen pijl 21 in de lenden geschooten. Nessus, op zijn sterven leggende, beval21 22 haer zijn bloet, met venijn der poelslange besmet, ter wonde uit-22 23 vloeiende, in een bus heimelijk te bewaeren, indienze zich van Her-23 24 kules liefde en genegenheit tot haer woude verzekeren. Herkules, het 25 geweste der Dryopen overtrekkende, en van dorst hygende, gemoete25 26 Theodamas, die zijne ossen wechdreef. Hier slaghte hy eenen os, en 27 hielt' er zijne maeltijt mede. In Trachin naer Ceus getoogen, wert27-28 28 hy van hem onthaelt, na het overwinnen der Dryopen. In het weder-28 29 keeren voerde hy oorlogh tegens Eginius, der Doren koning. De29 30 Lapithen beoorloghden Eginius om de lantscheidinge, onder het30 31 beleit van Koronus. Eginius, belegert zijnde, zocht ontzet by Her- 32 kules, op dat dees midden in het lant zoude vallen. Koronus met3232-33 33 anderen, aldus geslagen, zoo geraekte het gantsche lantgeweste door 34 Herkules bystant aen vrydom. Hy broght Allagoras, met zijne kin-34 35 deren, in Apolloos kerke banketteerende, om hals, gelijk eenen3535-36 36 wrevelmoedigen, met den Lapithen in bontgenootschap getreden. 37 Cycnus, de zoon van Areus en Pelopia, hem in lijfgevecht uitdaegen- 38 de, broght hy ook om het leven. t'Orchomene gekomen, verslaet38 39 hy koning Amyntor in het velt, die hem den wegh zocht af te snijden.39 40 Het heir in Trachin voerende, dwong hy Echalie, ter wraeke van ko-40 41 ning Eurytus. In krijghsverbont getreden met Arkaderen, Melissen,41 42 Trachineren, en Epikmenische Lokren, won hy hunne stadt, na het42 43 ombrengen van Eurytus. Hy begroef de dooden, die hem bestreden,43 44 naemelijk Hippasus, Ceus zoon, Argivus, en Melane, Lycimnius44 45 kinders, en voerde Iöle, na het verdelgen der stede, gevangen. Toen45 46 Herkules te Ceneus, aen de kaep van Eubea, quam, boude hy Jupijn4646-47
47 te Ceneus eene kerk, en gezint offerhanden te slaghten, zont Lichas47 48 naer Trachin, om hem een heerlijk offergewaet te brengen. Dees 49 verkuntschapte Deianire hoe Herkules zich by Iöle droegh. Zy, be-49 50 ducht of haer man zijn hart op Iöle zetten moght, en bereght dat50 51 Nessus bloet, van de vergiftige poelslang besmet, een minnedrank51 52 was, bestreek'er het offergewaet mede, dat Herkules gebruiken 53 zoude: maer het autaerkleet, door het venijn der poelslange heet 54 geworden, kankerde in zijn vel. Hy klonk Lichas, by de beenen op-5454-55 55 gegrepen, gelijk eenen Beotischen schicht om hoogh op eene rots. 56 Maer het gewaet, aen het lichaem klevende, wert met vleesch met al 57 afgescheurt. Herkules, aldus met doodelijk venijn besmet, wort met 58 een boot naer Trachin gevoert. Deianier, hier van verkunschapt, 59 verdeed zich zelve. Herkules, Hyllus, den outsten zoone, belastende59 60 Iöle te trouwen, wort op den bergh Eta gedraegen, en beveelt den60 61 lijkhoutstapel, waerop hy lagh, in brant te steeken. Toen niemant 62 dit vier wou stooken, quam Pean of Apollo, zijne afgedwaelde kud-62 63 den zoekende, den lijkhoutstapel aensteeken, en genoot Herkules 64 pijlen tot eene vergeldinge. Men zeght dat eene wolk, recht hier64-65 65 boven in brant geraekt, hem met eenen donderslagh ten hemel 66 voerde. Daer geraekte Herkules aen onsterflijkheit, en, met Juno ver- 67 zoent, troude de dochter Hebe, en won by haer Alexiare en Anicete.67
Deianier. Herkules gemaelin.
Leervrou.
Hyllus. Herkules outste zoon.
Rey van Trachinische vrouwen.
Bode.
Lichas. Herkules schiltknaep.
Voester.
Raetsman.
Herkules. De zoon van Jupiter, en Alkmene.