terug  begin  verder

Op den optoght der Schutteryen t'Amsterdam.aant.*

Insignes praestantibus armis.

 

Aen de zelve.

 
Gy, die der vesten halve maen,1
 
En 't mastbosch langs het Y,2
 
In 't blanke harnas, vaen by vaen,3
 
Bewaekt op uw gety,4
5
En aen vijf poorten schiltwacht zet,5
[p. 610]
 
Getrou op uwe wacht;
 
Hoe wensche ik door een dichttrompet
 
Mijn stem met volle kracht
 
Te wringen op dien trommelslagh,
10
  En braven burgertocht,10
 
Nu op een' trotzer voet dan 't plagh
 
Door krijghsbeleit gebroght.11-12
 
De schutter trekt naer 't Kapitool13
 
Met orden, op een ry,14
15
In Mavors dappre wapenschool:15
 
Daer speelt men trots en bly
 
Op trompen schoon musketmuzijk,17
 
En drilt de taeje speer.18
 
Daer zwaeit de vaen van elke wijk,
20
  En wenscht den raethuize eer.19-20
 
Outshoren, Vlooswijk, Valkonier,21
 
En Reinst zien u met lust22
 
Ontvonken van een edel vier,23
 
Uit liefde tot 's lants rust,
25
En gulde vryheit, hant aen hant
 
Bevochten, na veel wee,
 
Waerom de staet de krijghskroon spant27
 
Te lande en ook ter zee.25-28
 
Vier winden zien nu teffens om29
30
  Naer 't vry gebiet, en hooft
 
Der steden, welx kortou en trom31
 
Den donderslagh verdooft.
 
Welx schatkist lant- en zeegewelt
 
Verduurt, noit uitgeput,34
35
Den wetteloozen wetten stelt,35
 
En 't heiligh recht beschut.
 
De grijze vader Oceaen
[p. 611]
 
Geleit de leeuwevlagh,38
 
Die door een ongewoone baen39
40
  Begroet den blijden dagh.
 
Daer riekt ons 't geurige oosten toe,
 
En schenkt met vollen schoot
 
Het zeilrijk Y, noit zeilens moe,
 
Gedurigh vloot op vloot.
45
De bitse Nijdigheit, vol spijt,45
 
Bekent, beschaemt en stom,
 
Dat wie den waterleeu benijt
 
Met eene stille trom
 
Nu afdruipt van den oorloghsdans.
50
  Batavie, vol moedt,
 
Verheft, na 'et keeren van de kans,50-51
 
Den kam uit Sundaes vloet.52
 
Het kraeit met vreught d'opgaende zon
 
Ten bedde uit, daer de kling
55
Des Tarters Chine en wreet Japon55
 
In schrik houdt uit Peking.56
 
Ontsluit de Tarter zijn gebiet
 
Voor Indus maetschappy,
 
't Gewenschte wit dat zy beschiet,57-59
60
  Zoo staet de handel vry.60
 
Zoo wellekomt het gansche Euroop,
 
En 't Afrikaensche strant
 
Ons vlooten met geen mindre hoop.63
 
Zoo houdt de welvaert stant.
65
O brave schutters, trekt nu heen,65
[p. 612]
 
En houdt uw wapens reedt66
 
Ten dienst ter stede en 't algemeen.
 
Zoo sterkt gy uwen eedt.68
 
 
 
MDCLXVIII.

*Van 1668. - Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682 I, blz. 427.
Opschrift: Schreef Vondel dit gedicht naar aanleiding van het eerste optrekken, (de optocht) der schutterij met haar nieuwe bewapening (zie vs. 10-12) of gold hier ook een vreugdebetoon over de onderwerping van het koninkrijk Makassar, op 13 Nov. 1667 door Corn. Speelman tot vrede gedwongen, welk feit te Batavia 15 Maart 1668 door een groot overwinningsfeest werd gevierd? Zie Colenbrander, Koloniale Geschiedenis, 's-Grav. 1925 II, blz. 167-68). Het motto, ontleend aan Aeneis XI, 291, betekent: Uitblinkende door keur van wapenen.
1der vesten halve maen: de halve-maan-vormige grachten.
2mastbosch: de talloze scheepsmasten.
3vaen: vaandel of vendel (afdeling); naar de vijf verschillende kleuren van hun vaandels onderscheidde men bij de schutterij het Oranje, het Gele vendel enz., zie Wagenaar, Amsterdam III, Amst. 1767, blz. 174.
4op uw gety: ieder op zijn beurt.
5vijf poorten: er waren meer poorten te Amsterdam, maar vijf vormden de afsluiting naar de naburige steden: Haarlem, Weesp, Muiden, Utrecht en Leiden, Zie Wagenaar t.a.p., blz. 176-77.
10braven burgertocht: het optrekken van dappere burgers.
11-12op een' trotzer voet gebroght: indrukwekkender ingericht.
13't Kapitool: het Stadhuis.
14Met orden: in het gelid.
15Mavors: de krijgsgod Mars. Bedoeld is de Stads Schermschool (de latere Nieuwe Waalse kerk), na 1685 oefenden de schutters zich op de Beurs (Wagenaar, blz. 177).
17Op trompen: bij het geschal van de trompetten; musketmuzijk: geweersalvo's.
18drilt: geeft een trillende beweging, bij het werpen (Ned. Wdb. III, 3367).
19-20De vaandels van elke stadswijk worden gezwaaid om de Burgemeesters te salueren.
21Outshoren: zie deel 9, blz. 175; Vlooswyk: zie deel 8, blz. 771; Valkonier: Dr. Gillis Valckenier (1624-1680), tussen 1665 en 1679 negenmaal burgemeester.
22Reinst, zie hiervoor blz. 172.
23van: door.
27de krijghskroon spant: de krans voor de overwinning vlecht.
25-28hant aen hant: eendrachtig. Zinspeling op de vrede van Kleef, die een eind maakte aan de Munsterse oorlog (1665-1666) en op de vrede van Breda (1667), zie blz. 315.
29Vier winden: de vier windstreken, d.w.z. alle landen.
31kortou: scheepsgeschut.
34Verduurt: over ruime middelen beschikt voor de strijd te land en ter zee (oorspr.: langer duurt dan....).
35Den wetteloozen: waarschijnlik zinspeling op de Engelsen, zie blz. 210 tot 211.
38de leeuwevlagh: de vlag met de Hollandse leeuw.
39een ongewoone baen: de retourvloten, die van Batavia door de straat van Soenda voeren, konden nu de stad Makassar met haar gunstige haven als welkom tussenstation gebruiken.
45De bitse Nijdigheit: het afgunstige Engeland, dat ook handel dreef op Malakka. (Wagenaar, Vad. Hist., Amst. 1794, deel 13, blz. 405). Bij het sluiten van de vrede van Breda hadden de Staten van Holland een penning laten slaan, waarop een Maagd de Nijd met voeten trad. Deze voorstelling gaf aan Karel II zoveel aanstoot, dat de Staten de stempel lieten vernietigen. Zie Scheurleer, Onze Mannen ter Zee II, blz. 154.
50-51Batavie: Batavia was het middelpunt van de Aziatiese handel der Compagnie; Verheft den kam: vat weer moed.
52Zie vs. 39.
55Des Tarters: de Groot Mogol of de Grote Heer, heerser over het in 1525 te Delhi gestichte rijk van Tartaarse oorsprong, zie De Jonge, Opkomst van het Ned. gezag in O. Indië, 's-Grav. 1872, blz. 31; Chine: De Chinese jonken brachten de peper naar elders, omdat de Compagnie te lage prijzen betaalde, zie De Jonge, I, blz. LXXV; Japon: Japan: Ook de Japanse jonken doorkliefden de zee, zie De Jonge II, blz. 105.
56uit Peking (met accent op de laatste lettergreep). Wat hier bedoeld wordt, is ons niet duidelik, misschien de Turkse stad Pekini of het eiland Pekin (Borneo)?
57-59Inderdaad bereikte de O.I.C. Compagnie (Indus maetschappy) bij de vrede die Speelman in 1669 sloot, haar beoogde doel ('t Gewenschte wit dat zy beschiet), n.l. het recht van vrije handel, met uitsluiting van alle andere Europese staten.
60staet: is.
63met geen mindre hoop: met even grote verwachting.
65brave: dappere.
66reedt: gereed.
68sterkt: bevestigt.
terug  begin  verder