auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Tiende deel 1663-1674. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1937
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
Op Katharine Questier.aant.aant.*
RECESSIT IN AURAS.
De nijt des zerks bedekt de schoonheit van Questier. 1
De geest, noch schooner, leeft in hout en wit papier. 2
In aerde en hemel rees om haer een groot krakkeel.
Elk trok. De hemel won de ziel, het schoonste deel. 4
|
*Van 1669. - Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682 II, blz. 86.
Opschrift: Zie over haar: deel 5, blz. 840 en deel 9, blz. 392.
Het motto, ontleend aan Aeneïs II, 790, betekent: Zij verdween in de lucht. V. vertaalde: Zij verdween in de dunne lucht.
1De nijt des zerks: de grafsteen die ons haar aanblik niet meer vergunt.
2geest: talent; in hout: op haar panelen; wit papier: in haar pennekunst.
4Vgl. de Vertroostinge aen Geeraerdt Vossius, vs. 3-4: ‘De hemel treckt’.
|
|