auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Tiende deel 1663-1674. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1937
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Op het inheiligen van den heiligen Franciskus de Borgia,aant.*
Hertogh van Gandia, Onderkoning van Katalonie, Generael van de Societeit,
Door zijne Heiligheit Klemens den Tienden.
Laet ons nu met 's hemels reien,
Harp, gezangen, fluit, schalmeien, 2
Vieren Sint Franciskus feest,
5
Die erfvorstelijke staeten,
Kroon en rijxstaf kon verlaeten, 6
Daer zy op de dootbaer lagh,
Met haer toegelokene oogen,
10
Van een' zwarten nacht betogen. 10
Och, sprak hy, dees morgenzon, 11
Die al 't licht verdooven kon, 12
Trougenoot van keizer Karel, 13
Schoone en onwaerdeerbre parel,
15
Hoop en eer van 't Roomsche rijk,
Is zy 't zelf? of is haer lijk
Ons verdonkert, en ontdraegen? 17
| | | |
Neen, ik heb het gageslagen, 18
En, als 's Keizers eerste vrient,
20
Mijnen heer getrou gedient. 5-20
Kon dit lichaem zoo verkeeren
In een aes! de wormen teeren 22
Op de spier, en 't edel bloet, 23
25
Onder 't missen van dien luister 25
Schept de Hertogh licht uit duister,
Ziende hoe de zon van staet 27
Borgia, van yver vlugge, 29
30
Ziet naer vleesch noch bloet te rugge,
Ziet naer kinders, hertoghdom,
Maer verkiest, gelijk een vroede,
Vrolijk willige arremoede,
35
Kuischeit en gehoorzaemheit, 34-35
En volght Jesus, die hem leit, 36
En na zulk een weêrgeboorte
Houdt zijn voetspoor door de poorte, 38
Heet van liefde tot Godts huis,
40
En geladen met zijn kruis
Naer de Maetschappy * gedreven. 41
Hierom zit hy nu verheven,
Daer men eeuwigh triomfeert.
45
Schoon de werrelt avrechts oordeelt, 45
Spiegelt u aen 's kruishelts voorbeelt, 46
En zijn ootmoet, rijk beloont. 47
d'Ootmoet wort in hem gekroont.
|
*Van 1671. - Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682 I, blz. 519.
Opschrift: Vondel bezingt hier het heilig verklaren (inheiligen) van Franciskus Borgias (1510-1572), hertog van Gandia en onderkoning van Catalonië, gunsteling en vertrouwde van keizer Karel V. In 1539 moest Borgias op last van Karel V het stoffelik overschot van keizerin Isabella van Toledo naar Granada overbrengen, en daar volgens oud gebruik bij de geopende doodkist zweren dat deze werkelik het lijk van Isabella bevatte. Doch dit was na de overbrenging reeds zo onherkenbaar veranderd, dat Borgias slechts bij ede durfde bevestigen niets verzuimd te hebben om zijn plicht getrouw te vervullen. Onder de indruk van deze gebeurtenis nam hij toen reeds voor zichzelf het besluit eenmaal alle wereldse grootheid vaarwel te zeggen en zijn leven aan God te wijden. In dit voornemen werd hij versterkt door de dood van zijn echtgenote Eleonora de Castro (27 Mei 1546). Nadat hij voor de toekomst van zijn kinderen en de belangen van zijn huis had gezorgd, trad hij omstreeks 1551 in de Societeit van Jezus, waar hij gewichtige bedieningen bekleedde en 2 Juli 1565 tot generaal der Orde werd gekozen. De kardinaalshoed en alle kerkelike waardigheden wees hij van de hand. Hij stierf te Rome 30 Sept. 1572. Paus Urbanus VIII stelde hem 24 Nov. 1624 onder het getal der Zaligen en Clemens X sprak 12 April 1671 zijn Heiligverklaring uit. Zie Allard, Vondel's Gedichten op de Societeit van Jezus in Studiën I (1868), blz. 124-29.
2schalmeien: herdersfluiten.
3opgetogen: in de oorspronkelike betekenis: in hogere sferen verkerende.
10betogen van: overdekt door.
11morgenzon: opgaande zon.
12verdooven: overstralen.
13Trougenoot: echtgenote.
17verdonkert en ontdraegen: bedriegelik weggenomen (vgl. verduisteren).
18het gageslagen: er voor gezorgd.
5-20Zie de aantekeningen op het Opschrift. Het hertogdom van Gandia was erfelik.
22aes: minachtend voor: een rottend dierlik lichaam.
23de spier: het blanke vlees.
25luister: lichaamsschoonheid.
29van yver vlugge: door geloofsijver wakker, helderziend.
34-35arremoede, kuischeit en gehoorzaamheit: de drie kloostergeloften of ‘Evangeliese raden’.
36Treedt in de Societeit op Jezus' roepstem.
38Volgt Jezus' voetspoor. Zie Hebr. 13, 12-13.
*[Randschrift:] Compagnie.
41de Maatschappy: de Societeit.
45avrechts oordeelt: een verkeerd oordeel velt, een dergelik gedrag niet kan begrijpen.
46kruishelt: heldhaftig navolger van Christus (door zelfopoffering).
47zijn ootmoet: behalve dat Borgias alle wereldse waardigheden verzaakte en de kerkelike van de hand wees, noemde en tekende hij zich ook: Franciscus Peccator (Allard).
|
|