terug  begin  verder

Hartebreeker.aant.*

 
Geen scherper zwaert doorsnijt zoo 't moeders hart
 
Dan daerze hoort haer kint, het kruislam, blaeten:
 
Mijn Godt, mijn Godt. sterft Godt, van Godt verlaten?
 
Lijdt Godt van Godt? gevoelt de Godtheit smart?
 
 
5
  Emanuël, Godt zelf, Godts eenigh zoon,
 
En Godt van Godt, van top tot teen vol wonden,
 
Verwacht den slagh, van 's Vaders hant gebonden,3-7
 
Verwacht den slagh des doots, en zit hem schoon.8
 
 
 
Een Engel daelt ten troost van Isaks ziel.
10
d'Aertsvader slaghte een' ram, op Godts behagen,
 
Gebrant op 't hout, van Isak zelf gedragen.
 
Een Engel quam, die Abrams slaghzwaert hiel:9-1212
 
 
 
Maer Jesus geeft den allerjongsten snik,
 
Gelaeft met galle en edik, toen hem dorste,
15
Aen 't heiligh hout, dat zijne schouder torste.
 
Dit sterven geeft Natuure een' krak, en schrik.
[p. 689]
 
Hoe waentge is nu de moeder zelf te moê,
 
Die dicht by 't kruis noch stant houdt in Godts lijden?
 
Zagh Simeon dit zwaert haer hart doorsnijden,19
20
  Wat liefde dreef heur naer den dootsbergh toe?20
 
 
 
Zoo bitter staet de Godtheit Adams beet,21
 
En elks vergrijp: noch hoort men d'Englen wenschen:
 
O Godt, verschyn, ten troost ten zoen der menschen:
 
Verschyn in 't vleesch, geverft in bloet, en zweet.24
 
 
25
  Schoot Godt om ons het kranke lichaem aen,25
 
Heeft Godt om ons in 't lichaem dit geleden;
 
Laet Godts natuur ons dekken, en bekleeden.27
 
Godts kruisgangh wyst den mensch de rechte baen.

*Van ? - Volgens de tekst in Vondel's Poëzy 1682 II, blz. 523. Blijkbaar gedicht bij een afbeelding van Maria onder het kruis.
3-7Godt van Godt: Zie de noot bij vs. 53 van 't vorige gedicht.
8zit hem schoon: houdt zich gereed?
9-12Abrahams offer, voorafbeelding van de kruisiging; daarop wordt reeds gezinspeeld met gebonden in vs. 7.
12hiel: tegenhield.
19Lucas 2, vs. 35.
20dootsbergh: vertaling van Kalvariënberg d.i. schedelplek, plaats van terechtstelling.
21staet: komt te staan; Adams beet: de zondenval in het paradijs.
24geverft: gekleurd.
25kranke: broze.
27Laat Zijn goddelik wezen ons beschermen; bekleeden is synoniem met dekken. Godts natuur staat tegenover de menselike natuur.
terug  begin  verder