terug  begin  verderprepost

De Gysbreght op het toneel van Van Campen

Vondel schreef niet alleen voor de Schouwburg, hij was ook nauw betrokken bij de opvoering van zijn stukken. De Gysbreght zal mede een succes zijn geweest door een indrukwekkende enscenering op het toneel, met een massale bezetting van personages in fraaie groepen en in kleurrrijke kostuums. Die toneelkostuums, waaraan blijkens de Schouwburgrekeningen grote zorg is besteed, waren afgestemd op verschillende ‘types’ en niet historisch betrouwbaar.

In afwisseling met de gesproken tekst, die met expressieve gebaren en houdingen werd gereciteerd, speelde ook muziek een belangrijke rol, zowel tussen de bedrijven als ter begeleiding van de gezongen reien. 6

Daarnaast was er spannende actie te zien. Zo weten we onder meer dat Rafaël, uitgedost met zwanenvleugels, met een toneelmechaniek vanuit ‘de hemel’ kwam afdalen. Bovendien was er gelegenheid om gevechten uit te beelden, zoals bij het binnendringen van het Kartuizer- en het Klarissenklooster en de uitval uit het slot. Ook al zijn er in de eerste opvoeringen kennelijk enkele te ‘rooms’ aandoende verbeeldingen weggelaten, toch bleef bij de première het tableau vivant van de Klarissenmoord, die volgde op het binnenstormen van de vijand, hoogstwaarschijnlijk als visuele attractie bewaard. De vroegst bekende beschrijvingen en afbeeldingen hiervan dateren echter uit de achttiende eeuw. Nadat het doek over het gevecht met de nonnen was gevallen ging het weer omhoog voor een als het ware bevroren ‘vertoning’ van de door de bode beschreven ‘krans van roozen wit en rood’, de gedode nonnen die om het altaar liggen waarvóór Haemstee zich vergrijpt aan Gozewijn en Klaeris. 7

[p. 6]

De vrouwenrollen werden vóór 1655 alle door mannen gespeeld. Waarschijnlijk speelde de bekende acteur Thomas de Keyserbij de première Gijsbreght en Pieter de Bray, die altijd vrouwenrollen speelde, Badeloch. Willem de Ruyter, die tijdens de repetities grappen maakte over zijn rol als Gozewijn, is hoogstwaarschijnlijk in die rol te zien op enkele tekeningen van Rembrandt die deze gemaakt zou kunnen hebben tijdens en tussen de repetities van het stuk. Andere tekeningen van Rembrandt zijn herkend als uitbeeldingen van Badeloch, Klaeris en andere Gysbreght -figuren. 8

In 1956 poneerde W.Gs Hellinga zelfs de these dat Rembrandt's Nachtwacht direct geïnspireerd zou zijn door de openingsscène van de Gysbreght van Aemstel. 9

6Cf. R.A. Rasch, ‘De muziek in de Amsterdamse Schouwburg (1638-1664)’. In: Spiegel Historiael 22 (1987), 155-190.
7Cf. Ben Albach, ‘De vertoning’ enz. en idem, Langs kermissen en hoven. Ontstaan en kroniek van een Nederlands toneelgezelschap in de 17de eeuw. Zutphen, 1977, 30-31, 38-30.
8Cf. H. van de Waal, ‘Rembrandt’ enz. (Zie de Bibliografie).
9Cf. W. Gs Hellinga, Rembrandt fecit enz. (Zie de Bibliografie). De door Hellinga geopperde aard van de relatie is door kunsthistorici wel bestreden, maar niet het bestaan van een relatie op zichzelf. Cf. H. van de Waal, ‘Rembrandt at Vondel's tragedy’. Van theaterhistorische kant is echter sterk betwijfeld of een Gysbreght- uitvoering wel met een ‘vertoning’ als door Hellinga voorgesteld, begon. Cf. W.M.H. Hummelen, ‘Rembrandt und Gijsbrecht’ enz. (Zie de Bibliografie). Voor eerdere kritiek op Hellinga's reconstructie van de eerste Gysbreght- opvoering cf. W.M.H. Hummelen, ‘Inrichting en gebruik van het toneel’ enz., 44-50.
prepostterug  begin  verder