Men dient bij het lezen van de tekst bedacht te zijn op enkele zeventiende-eeuwse taalverschijnselen die afwijken van het huidige taalgebruik. De hierna genoemde gevallen zijn niet steeds naast de tekst toegelicht.
Ontkennende woorden als ‘niet’ en ‘geen’ gaan vaak vergezeld van het woordje ‘en’ (bijv. vs. 460: ‘Maer dat en is het niet, waer op de veldheer loert’).
Soms kan een relatieve aansluiting worden toegepast waar wij een nieuwe, zelfstandige zin zouden beginnen. Bijv. waerom voor: en daarom (zoals in vs. 84: ‘Waerom hy oock mijn Recht gehandhaeft heeft...’) of het welck voor: en dit (zoals in vs. 352: ‘Het welck [...] den veldheer werd verweten’).
Deelwoordconstructies worden met name in proza veel gebruikt (bijv. in het Kort Begrijp: ‘Het raedhuis middelerwijl bestormt en vermeestert zijnde’ en ‘De vianden op d'abdy aenvallende’).
Een nevengeschikte constructie, die qua functie onderschikkend is (de zg. hendiadys ) komt verschillende malen voor. Bijv. vers 58: ‘Ons maeghschap [...] durf schild noch wapen voeren’ (voor: wapenschild) of vers 485: ‘zoo ras zy poort en sloten breecken’ (voor: van sloten voorziene poort).
| daer: | waar (bijv. vs. 1666: ‘een plaets, daer niemant u kan hinderen’); |
| dick: | dikwijls (bijv. vs. 348: ‘De hoplien wenschten dick het leger op te breecken’); |
| doch: | toch (bijv. vs. 972: ‘Ghy zijt mijn maeghschap doch’); |
| doen: | toen (bijv. vs. 981: ‘Doen 't Sarazijnse heir vermeesterde al de stad’); |
| dus: | zo (bijv. vs. 1221: ‘Dus ging 't’); |
| mogen: | kunnen (bijv. vs. 347: ‘zoo magh hij onverhindert spreecken’); |
| na: | naar (bijv.vs. 468: ‘Zoo yemandt streeft na eer’); |
| nadien: | aangezien (bijv. vs. 198); |
| noch: | nochtans, toch (bijv. vs. 624: ‘Het ongemack was groot, noch durfde niemant kicken’); |
| of: | indien, ook al (bijv. vs. 328: ‘En of ons brein yet bouwt’); |
| spa(de): | laat (bijv.vs. 812: ‘aleer het word te spa’); |
| van: | door (bijv. vs. 14: ‘.. te zijn verslonden // Van hem..’); |
| vast: | voortdurend (bijv. vs. 7: ‘zy neemen vast de wijck’) of reeds (bijv. vs. 1777: ‘De brugge brand vast af’); |
| verbaest: | verbijsterd (bijv. vs. 17: ‘Wapens en geweer, verbaest van 't lijf gereten // Van ingebeelden schrick’); |
| vermits: | aangezien (bijv.vs. 846: ‘Vermits de stad [...] scheen herboren’); |
| vier: | vuur (bijv.vs. 201); |
| veer: | ver (bijv. vs. 288); |
| wen: | wanneer (bijv. vs. 763: ‘Wenze in haer traenen zwom’); |
| zelf: | zelfs (bijv. vs. 1169: ‘De kerreckschenners [...] plondren 't al, oock zelf // Het Marianum [...] word afgeruckt’) ; |
| zoo: | indien (bijv.vs. 359: ‘En zoo hy was gezint een luttel volx te waegen’); |
| dubbele punt : | geeft een duidelijke scheiding tussen twee syntactische eenheden aan. Hij heeft geen aankondigende of verklarende functie, maar die van een komma, een punt komma of een punt. |
| punt komma ; | kan soms de functie hebben van een komma (bijv. vs. 468). |
| vraagteken ? | kan in plaats van op een vraag duiden op een uitroep (bijv. vs. 15). |