terug  begin  verderprepost
[p. 25]

Joost van den Vondel
Gysbreght van Aemstel

[p. 27]

Den heere
Huigh de Groot
Gezant der koninginne en kroone van Zweden, by den alderchristelijxsten koning, Luidewijck van Bourbon, koning van Vranckrijk en Navarre 1.

myn heer, 1Het rijzen van onzen nieuwen Schouwburgh, gevordert + door de 2heeren Weesvaders 2, en inzonderheid door den yver + des Raeds-3heeren Nikolaes van Kampen 3, niet onbedreven in Bouwkunst, 4en liefhebber van alle fraeie geesten + en wetenschappen, dede on-5zen lust rijzen, om dit aenzienelijck gebouw in te wijen met ee-6nigh werck, dat deze stad en burgerije moght + behaegen: waerom 7wy voor onze stoffe uitkoozen de jammerlijcke verwoesting van 8Aemstelredam, en ballingschap van Gijsbreght van Aemstel, 9doenmaels heer der zelve stede:

10
Genus à quo principe nostrum:
11
De rechte stam van Amsterdam.

12Het is kennelijck + dat d'aeloude dichters pooghden de ghedichten 13den volcke smaeckelijck te maecken met zaecken te ververschen, + 14die hunne vorsten en voorouderen betroffen. Homeer verhief de 15daeden en rampen der Griecken, zijne landslieden, en trompette + 16wat geduurende en na het belegh van Troje gebeurde. Maro ge-17leide Aeneas, na Priams ondergang, van Xanthus 4 aen den Tiber, 18en huwde het Latijnsche aan het Trojaensche geslacht 5, waeruit 19de Romers zich roemen gesproten te zijn. Silius voert den Puni-

[p. 28]

20schen, Lukaen den burgerlijcken oorlogh 6. De poëten onzer eeu-21we volgen der aelouden voetstappen. Tasso doet der Christenen 22ooren na hem luisteren, terwijl hy Buljons Christelijcke dapper-23heid voor Ierusalem zingt 7 Ronsard kittelt + de Vrancken met zij-24nen Francus, Hektors oir +, den stam der Fransche koningen 8: en 25Hoofd de Drost van Muiden streelt d'Amsterlanders en zijn ge-26boortestad, in Velzens treurspel, met de voorspelling van de 27Vecht; en de Baethouwers met zijnen Baeto, der Katten vorst, 28waer van de Baethouwers, nu Hollanders genoemt, hunnen 29oirsprong rekenen 9: en onder de Griecksche tooneeldichters han-30gen Sofokles, Euripides en Aeschylus doorgaens +om Ilium 10, en 31wat daer aen vast is, gelijck wolcken om het geberghte, en bou-32wen hunne bloedige tooneelen te Thebe, t' Argos, en elders, en 33smelten tot traenen van droefheid, of raecken aen 't hollen van 34dolligheid, +en ydele inbeeldingen 11:

35
Eumenidum veluti demens videt agmina Pentheus
36
Et solem geminum, & duplices se ostendere Thebas:
37
Aut Agamemnonius scenis agitatus Orestes,
38
Armatam facibus matrem, & serpentibus atris,
39
Cum fugit, ultricesque sedent in limine dirae.
40
Gelijck het Pentheus docht, + wanneer zijn brein aen 't glijen
41
Geraeckte, dat hy zag ontelbre Razerijen,
42
Twee Thebens in de lucht, twee zonnen klaer van strael:
43
>Of Agamemnons zoon Orestes, t'elckemael
44
>Op 't hoogh tooneel gejaeght, terwijl met schrick bevangen
45
Hy vlood voor 's moeders geest, verzien met + zwarte slangen
46
En tortzen, daer de Wraeck den drempel dicht bezet. +

47Het en is oock de reden niet ongelijck, + dat onze eige zaecken ons 48meer ter harten gaen, dan die van vreemden en uitheemschen. 49Beneffens dit inzicht prickelde ons hier toe de genegentheid, + om

[p. 29]

52eens (waer het mogelijck) den schoonen brand van Troje t' Am-53sterdam, in het gezicht zijner ingezetenen, te stichten, na + het 54voorbeeld des goddelijcken Mantuaens 12, die een vier ontstack, 55dat geuriger en heerlijcker blaeckt dan de hemelsche vlam, die 56den fenix verteert; gelijck hy d'eenige fenix 13 is, in wiens schadu-57we het ons lust (zijn wy des + waerdigh) laegh by der aerde te 58zweven: en uit wiens assche, eens om de honderd jaeren, een 59fenix te voorschijnkoomt, dien ick nu met den vinger niet en 60hoef te wijzen, nadien + de glans van zijn pennen alle de wereld in 61d'oogen schittert 14 . Wy bouwden dit treurspel op de gedachtenis, 62ons by de schrijvers en de faem + daer van nagelaeten; en stoffeer-63den + en bekleedden de zaeck na de wetten, regelen en vrijheid der 64poëzije; oock na + de tooneelwetten, waer tegens wy wetende niet 65en misdeden, 't en waer + misschien in talrijckheid van persona-66gien, dat wy qualijck konden vermijden, zonder het werck zijnen 67eisch te weigeren. + Of eenige Amsterdammers moghten walgen + 68van den zwaeren val hunner muuren, en 't verstroien der voorou-69deren te hooren; zoo + word die bittere nasmaeck verzoet door 70Rafaëls voorspelling van de heerlijcke verrijssenisse der verdelgde 71vesten en verstroielingen; dat + wy nu op 't allergeluckighste bele-72ven, onder de wijze regeering der tegenwoordige burgemeeste-73ren, die het gemeen beste boven hun eigen behartigen, en gee-74nen oorloogh prijzen, dan die om vreede gevoert word. Ick ver-75mat my verwaendelijck + dit uwe Exc. op te draegen, en dat te 76vrijpostiger, overmits uwe Exc. van den treurigen tooneelstijl, + 77die de hooghdraevenste, onder allerley slagh van schrijven de 78kroon spant, + niet afkeerigh en schijnt; gelijck blijckt by den ge-79kruisten Christus, eertijds in vrijheid, zedert by de Thebaensche 80dochter in gevangenis, en onlangs by + den degelijcken Iosef in 81ballingschap geteelt, + en van ons, zoo wy best konden, op het 82Nederduitsche tooneel gebragt, tot sticktelijck vermaeck dezer 83loflijcke burgerije, en van alle eerlijcke + lieden 15 . Wy vertrouwen 84dat dit uwe Exc. te min + zal mishaegen, aengezien hier, onder de 85oudste en treffelijxste edelen en bondgenooten, niet oneerlijck + in 86't harnas sneuvelt de ridder Heemskerck, een adelijcke en man-

[p. 30]

87haftige ranck, uit dat bloed, waer van uwe Exc. zijn braeve af-88komst + telt 16 . Ick offer dan uwe Exc. in zijne ballingschap mijnen 89Gijsbreght van Aemstel, den godvruchtigen en dapperen balling. 90Omhels hem uit medoogen, die eer medoogen dan gramschap 91waerdigh is, en leef lang ter eere van uw Vaderland.

 

92't Amsterdam m d cxxxvii. 93den xvienvan Wijnmaend 17

 

94uwe Exc. ootmoedige dienaer 95joost van den vondel.

1Huigh de Groot [etc.]: de geleerde Hugo de Groot, de vroegere Hollandse staatsman, leefde sinds 1621 in ballingschap in Frankrijk; in 1634 was hij door de Zweedse koningin benoemd tot gezant aan het Franse hof.
+gevordert: bevorderd
2Weesvaders: de regenten van het Amsterdamse Burgerweeshuis waren medefinancierders van de bouw van de Schouwburg. Zij ontvingen twee derde van de winst van de opvoeringen, terwijl een derde deel naar het Oude-Mannen- en Vrouwenhuis ging.
+yver: toewijding
3Nikolaes van Kampen: Nicolaes van Campen, neef van de architect Jacob van Campen, had in zijn kwaliteit van regent van het Weeshuis en vroedschapslid de supervisie over de bouw.
+fraeie geesten: talentvolle beoefenaars van kunst of letteren (vgl. in het Frans: beaux esprits )
+moght: zou kunnen
+kennelijck: bekend
+met [...] ververschen: door feiten in de herinnering te brengen
+trompette: maakte algemeen bekend
4Xanthus: DeXanthus was de rivier bij Troje.
5Maro [...] geslacht: Het epos van de Romeinse dichter Vergilius Maro, de Aeneis, eindigt met het huwelijk tussen Aeneas, een zoon van de Trojaanse koning Priamus, en Lavinia, de dochter van de koning van Latium.
6Silius [...] oorlogh: De Romeinse dichters Silius Italicus en Lucanusschreven beiden een episch gedicht over een episode uit hun eigen geschiedenis, resp. de Tweede Punische Oorlog en de burgeroorlog tussen Caesaren Pompeius.
7Tass [...] zingt: Tasso beschreef in zijn epos Gerusalemme liberata (1581) de verovering van Jerusalemdoor Godfried van Bouillon.
+kittelt:streelt
+oir: nakomeling
8Ronsard [...] koningen: Ronsard stelde in zijn Franciade (1572) Francus, een nakomeling van de Trojaanse prins Hector, voor als de stichter van het Frankische rijk.
9Hooft [...] rekenen: Hooft dramatiseerde in zijn Geeraerdt van Velsen (1613) en Baeto (1617, gedr. in 1626) eveneens vaderlandse stof. Hij stelde Baeto voor als de stamvader der Batavieren, door Vondel in een verklarende woordspeling Baethouwers, d.w.z. baat-hebbers, genoemd.
+doorgaens: voortdurend
10Ilium: Ilium was een andere naam voor Troje.
+raecken [...] dolligheid: worden meegesleurd door
11raecken [...] inbeeldingen: Deze laatse zin slaat op Pentheus en Orestes, hoofdfiguren van enkele Griekse tragedies, wier toestand beschreven wordt in het volgende citaat uit Aeneis, boek IV.
+het ... docht: dacht
+ verzien met: voorzien van
+de drempel [...] bezet: het huis geheel in bezit heeft genomen
+de reden [...] ongelijck: niet onredelijk
+genegenheid: begeerte
+na: naar
12Mantuaens: Vergilius werd bij Mantua geboren.
13den fenix: De mythische vogel Phoenix bouwde zich volgens de overlevering na honderd jaar een nest van geurige takken, dat, door de zon in brand gestoken, met hem verteerde tot as, van waaruit hij steeds weer verjongd verrees.
+des: dit
+nadien: aangezien
14fenix [...] schittert:Vondel doelt op Hugo de Groot.
+by ... de faem: door de roemvolle overlevering
+stoffeerden:versierden
+na: volgens
+'t en waer:behalve
+het werck [...] weigeren: te weigeren om aan de eisen van het spel te voldoen
+walgen: grote weerzin voelen
+Of ... zoo: indien ... dan
+dat: hetgeen
+vermat my verwaendelijck: durfde met een zekere aanmatiging
+treurige toneelstijl: stijl van de tragedie
+de hooghdraevenste [...] spant: uitmunt boven de meest verheven stijl
+by: uit
+geteelt: in het leven geroepen
+eerlijcke: eerzame
15gelijck [...] lieden: Hugo de Groot schreef de tragedies Christus patiens (1608) en Sophompaneas (1635), een stuk over Josef aan het Egyptische hof, dat door Vondel werd vertaald. Een stuk over ‘de Thebaensche dochter’ is niet bekend, behalve als Vondel hier zou verwijzen naar De Groots Latijnse vertaling van Euripides' Phoenissae (gedrukt in 1630), dat in Thebe speelt.
+te min: des te minder
+niet oneerlijck: eervol
+braeve afkomst: voorname afstamming
16zijn braeve afkomst telt: een van Hugo de Groots grootmoeders was een Van Heemskerck.
17Wijnmaend: oktober.
prepostterug  begin  verder