myn heer, 1Het rijzen van onzen nieuwen Schouwburgh, gevordert + door de 2heeren Weesvaders 2, en inzonderheid door den yver + des Raeds-3heeren Nikolaes van Kampen 3, niet onbedreven in Bouwkunst, 4en liefhebber van alle fraeie geesten + en wetenschappen, dede on-5zen lust rijzen, om dit aenzienelijck gebouw in te wijen met ee-6nigh werck, dat deze stad en burgerije moght + behaegen: waerom 7wy voor onze stoffe uitkoozen de jammerlijcke verwoesting van 8Aemstelredam, en ballingschap van Gijsbreght van Aemstel, 9doenmaels heer der zelve stede:
12Het is kennelijck + dat d'aeloude dichters pooghden de ghedichten 13den volcke smaeckelijck te maecken met zaecken te ververschen, + 14die hunne vorsten en voorouderen betroffen. Homeer verhief de 15daeden en rampen der Griecken, zijne landslieden, en trompette + 16wat geduurende en na het belegh van Troje gebeurde. Maro ge-17leide Aeneas, na Priams ondergang, van Xanthus 4 aen den Tiber, 18en huwde het Latijnsche aan het Trojaensche geslacht 5, waeruit 19de Romers zich roemen gesproten te zijn. Silius voert den Puni-
20schen, Lukaen den burgerlijcken oorlogh 6. De poëten onzer eeu-21we volgen der aelouden voetstappen. Tasso doet der Christenen 22ooren na hem luisteren, terwijl hy Buljons Christelijcke dapper-23heid voor Ierusalem zingt 7 Ronsard kittelt + de Vrancken met zij-24nen Francus, Hektors oir +, den stam der Fransche koningen 8: en 25Hoofd de Drost van Muiden streelt d'Amsterlanders en zijn ge-26boortestad, in Velzens treurspel, met de voorspelling van de 27Vecht; en de Baethouwers met zijnen Baeto, der Katten vorst, 28waer van de Baethouwers, nu Hollanders genoemt, hunnen 29oirsprong rekenen 9: en onder de Griecksche tooneeldichters han-30gen Sofokles, Euripides en Aeschylus doorgaens +om Ilium 10, en 31wat daer aen vast is, gelijck wolcken om het geberghte, en bou-32wen hunne bloedige tooneelen te Thebe, t' Argos, en elders, en 33smelten tot traenen van droefheid, of raecken aen 't hollen van 34dolligheid, +en ydele inbeeldingen 11:
47Het en is oock de reden niet ongelijck, + dat onze eige zaecken ons 48meer ter harten gaen, dan die van vreemden en uitheemschen. 49Beneffens dit inzicht prickelde ons hier toe de genegentheid, + om
52eens (waer het mogelijck) den schoonen brand van Troje t' Am-53sterdam, in het gezicht zijner ingezetenen, te stichten, na + het 54voorbeeld des goddelijcken Mantuaens 12, die een vier ontstack, 55dat geuriger en heerlijcker blaeckt dan de hemelsche vlam, die 56den fenix verteert; gelijck hy d'eenige fenix 13 is, in wiens schadu-57we het ons lust (zijn wy des + waerdigh) laegh by der aerde te 58zweven: en uit wiens assche, eens om de honderd jaeren, een 59fenix te voorschijnkoomt, dien ick nu met den vinger niet en 60hoef te wijzen, nadien + de glans van zijn pennen alle de wereld in 61d'oogen schittert 14 . Wy bouwden dit treurspel op de gedachtenis, 62ons by de schrijvers en de faem + daer van nagelaeten; en stoffeer-63den + en bekleedden de zaeck na de wetten, regelen en vrijheid der 64poëzije; oock na + de tooneelwetten, waer tegens wy wetende niet 65en misdeden, 't en waer + misschien in talrijckheid van persona-66gien, dat wy qualijck konden vermijden, zonder het werck zijnen 67eisch te weigeren. + Of eenige Amsterdammers moghten walgen + 68van den zwaeren val hunner muuren, en 't verstroien der voorou-69deren te hooren; zoo + word die bittere nasmaeck verzoet door 70Rafaëls voorspelling van de heerlijcke verrijssenisse der verdelgde 71vesten en verstroielingen; dat + wy nu op 't allergeluckighste bele-72ven, onder de wijze regeering der tegenwoordige burgemeeste-73ren, die het gemeen beste boven hun eigen behartigen, en gee-74nen oorloogh prijzen, dan die om vreede gevoert word. Ick ver-75mat my verwaendelijck + dit uwe Exc. op te draegen, en dat te 76vrijpostiger, overmits uwe Exc. van den treurigen tooneelstijl, + 77die de hooghdraevenste, onder allerley slagh van schrijven de 78kroon spant, + niet afkeerigh en schijnt; gelijck blijckt by den ge-79kruisten Christus, eertijds in vrijheid, zedert by de Thebaensche 80dochter in gevangenis, en onlangs by + den degelijcken Iosef in 81ballingschap geteelt, + en van ons, zoo wy best konden, op het 82Nederduitsche tooneel gebragt, tot sticktelijck vermaeck dezer 83loflijcke burgerije, en van alle eerlijcke + lieden 15 . Wy vertrouwen 84dat dit uwe Exc. te min + zal mishaegen, aengezien hier, onder de 85oudste en treffelijxste edelen en bondgenooten, niet oneerlijck + in 86't harnas sneuvelt de ridder Heemskerck, een adelijcke en man-
87haftige ranck, uit dat bloed, waer van uwe Exc. zijn braeve af-88komst + telt 16 . Ick offer dan uwe Exc. in zijne ballingschap mijnen 89Gijsbreght van Aemstel, den godvruchtigen en dapperen balling. 90Omhels hem uit medoogen, die eer medoogen dan gramschap 91waerdigh is, en leef lang ter eere van uw Vaderland.
92't Amsterdam m d cxxxvii. 93den xvienvan Wijnmaend 17
94uwe Exc. ootmoedige dienaer 95joost van den vondel.