2't Zal [...] pijn: de hoplieden (zie
de aant. bij vs. 262), die niet betrokken waren bij het geheime krijgsplan van
de legerleiding, zijn evenzeer misleid door de schijnvertoning van hun
superieuren als Willebord. Zij moeten dan ook gemeend hebben dat het
plotselinge bevel tot de aftocht het gevolg was van de onderlinge verdeeldheid
van de hogere legeraanvoerders (zie vs. 235-254). Een aantal van hen is
inmiddels -met duizend manschappen- door de veldheer Egmond en maarschalk
Diedrick teruggeleid. Zij horen nu pas met welk doel: ze worden gevraagd om bij
de overrompeling van de stad de voorhoede van het leger aan te voeren (zie vs.
495, 670-672).
7Zoo yemant [...] weigeren: de edelman
Egmond gaat er vanuit dat voor de hoplieden belustheid op oorlogsbuit een
sterkere prikkel tot strijd is dan verlangen naar eer, dat zijn eigen
motivatie
en die van de adellijke hogere officieren vormt. De gedachte dat men eer
bereikte via deugd behoorde tot de aristocratische ethiek die o.a.
Hoofts Geeraerdt van Velsen bepaalde.
9De Sparewouwer [...] grooten: de
volgorde waarin Egmond de deelnemers aan de commandogroep noemt wordt
bepaald
door de interesse van de hoplieden. Vondel houdt in het Kort Begrijp,
bestemd voor zijn lezers, de omgekeerde volgorde aan, die bepaald wordt door
de
sociale hiërarchie.
+op [...] loten: na het voorlezen van
de (getrokken) loten
10Mijn broeder [...] beide: uit de
kroniek van Van Gouthoeven kende het publiek bijn alle namen van de
‘grooten’ in het Zeepaerd. Egmond noemt na zijn eigen broer
eerst
enkele edelen die als speciale vijanden van Gijsbreght beschouwd konden
worden
omdat diens vader hun kastelen had verwoest: Hugo en Hubert van Vianen,
Gijsbreght van Abcoude en Willem van Rysenborg. Hierna volgen medestanders
van
Floris V of diens zoon Jan I: Claes van Putten, Claes de Grobber, Jan van
Arkel, Floris van Borselen, Gerard van Voorne. Met de twee, als laatste
genoemde, zonen van de graaf kunnen de twee bastaardzonen van Floris V zijn
bedoeld: Witte van Haemstede (zie vs. 1433) en Willem. Gegevens over Hubert
van
Kuilenburgh, een bondgenoot van Jan I, vond Vondel mogelijk in de
Annales van Mattheus Vossius (1635).
11spie: met deze spion kan niet Vosmeer
bedoeld zijn, die Egmond immers nog niet gesproken heeft.
+poort en sloten: de met sloten
vergrendelde (Haarlemmer)poort
12Zwanenburregh: in het kasteel
Zwanenburg, aan de overkant van het IJ, zetelde Gijsbreghts vijand
Claes Persijn (zie vs. 1670-1672).
Vondel baseerde zich hiervoor niet op Van Gouthoeven, maar op een uitgave
van
de Handvesten van Amsterdam.
+door den boom: over de grens van het
stadsgebied in het water
14den boom: de toegangen te water aan
de kant van het IJ en de Amstel konden in Amsterdam met drijvende balken
worden
afgesloten. Hun gewoonlijke plaats werd ook boom genoemd. Hier moet
de
boom in de Amstel bedoeld zijn (zie vs. 607).
+versteur [...] niet: maak het de
monniken niet moeilijk
17een hopman: Diedrick weet dat volgens
de monniken een hopman een hoge (en dus in het algemeen adellijke) officier
is
(zie vs. 262). Het publiek weet echter welke buitbeluste ‘echte’
hoplieden straks in het klooster gelegerd zullen worden.
+weeten 't ... danck: weten dat wij dit
te danken hebben aan
20bleeck en afgevast: in het Amsterdam
van Vondels tijd werden kartuizers getypeerd als juist het tegendeel van
bleek
en uitgemergeld (zie de aant. bij vs. 210-211). Dit kwam o.a. tot uiting in
de
uitdrukking: ‘Hij heeft wangen als een katuizer’ (P.C.Hooft, Warenar, vs. 1468).
Omdat
Willebord ook op het toneel zo zal zijn voorgesteld, beoogde Vondel hier dus
een komisch effect.
+stack [...] aen: viel nooit een
klooster lastig (aansteken hier als synoniem van aanstoten)
+zocht [...] vier: probeerde hij ooit
te profiteren van onheil dat een klooster overkwam
21Hy stack [...] vier: Willebord voelt
zich in deze situatie niet bedreigd door brandstichting, maar door
geweldpleging. Hij bouwt daarna de figuurlijke uitdrukking ‘zich bij
de
kolen warmen van een (i.c. andermans) huis’ op een andere betekenis
van
aensteken dan die hij binnen deze situatie aan dit werkwoord heeft gegeven,
nl.
‘in brand steken’. Zie vs. 600-601.
23Dit is een overoud [...] wetten: de
wetten en privileges waarop Willebord zich hiervóór heeft
beroepen, waren niet aan het publiek bekend. Vondel baseerde zich op een
oorkonde van hertog
Albrecht van Beieren (de vorst des
Rijx, vs. 558) en één van
Philips de Goede, uit het archief van
het Burgerweeshuis. Van Gouthoeven vermeldde dat de pausen Urbanus II,
Alexander II en Alexander III de door Bruno van Keulen in 1086 gestichte orde
hadden erkend.
26des graven vloeck: nl. de vloek van
graaf Dirk V, vervat in een oorkonde, afgedrukt bij Van Gouthoeven. Het betreft
hier eventuele belagers van de abdij van Egmond.
29Ja [...] voorgechreven: Diedrick
verwoordt hier een verwijt van zeventiende-eeuwse historici: monniken hadden
zonder historische zin kronieken vervalst of in het Latijn gestelde
giftbrieven
door de graaf of vorst (die geen Latijn kende) laten tekenen.
30T'sa [...] warmen: Diedrick kaatst
het door Willebord in vs. 542-543 gebruikte beeld letterlijk terug. De prior
vat het nu ook als zodanig op en zal onmiddellijk door de knieën gaan.
Het
publiek moet bedacht hebben dat Diedrick zijn dreigement nooit zou hebben
uitgevoerd: brand in het klooster zou de Amsterdammers gealarmeerd
hebben.
31door de grachten: Vosmeer moest eerst
‘door de boom’ (vs. 499) van de Amstel zwemmen, om uiteindelijk
ergens aan de westkant van de stad uit te komen.
32dees uur: de afspraak moet gesteld
zijn op een tijdstip tussen half elf en elf uur 's avonds. Vosmeer en Egmond
hebben de tijd kunnen afmeten aan het slaan van de torenklokken.
33De burgery [...] deden: Vondel heeft
in het Zeepaerd het paard van Troje, het turfschip van Breda en het
rijsschip waarmee in 1480 Dordrecht werd verrast (vermeld bij
Van
Gouthoeven) verenigd. Het verhaal van de inname van Troje was in de
zeventiende
eeuw algemeen bekend. Dit gold ook voor de vergelijking tussen de
verrassingen
van Breda en Troje, die o.a. voorkomt in een lied
in
het Geuzenliedboek. (A. van Duinkerken, ‘Het
turfschip van Breda als poëtisch motief’. In: Jaarboek van de
Geschied- en Oudheidkundige kring [...] ‘De Oranjeboom’ 10
(1957), 12-52). Vosmeers beschrijving van de situatie in het schip is
gebaseerd
op die in het turfschip.
34een' pael: een verrotte rest van
één van de Amsterdamse palen voor het IJ.
38De laegh [...] gedeelt: bij de
verrassing van Breda werd de hinderlaag in het schip in tweeën gedeeld,
om
de stad van binnenuit van twee kanten aan te vallen. Dit is in Egmonds plan
niet het geval. Na de overmeestering van de Haarlemmerpoort van binnenuit en
een lichtsignaal uit Zwanenburg(vs. 486) zal Diedrick met de
voorhoede in actie komen, gevolgd door de rest van het leger, onder leiding
van
Egmond.
48Het Oost [...] naemen: nadat het
Oostromeinse rijk zich had losgemaakt van het Westen was het een
Grieks-Byzantijns rijk geworden.
49Oock [...] keer: voor de
zeventiende-eeuwers was het gebied waar de beweging van de zon teruggewend
wordt in noordelijke richting, nl. dat van de Steenbokskeerkring, het
uiterste
der aarde. Hier lagen pas ontdekte en zeer verre landen als die in het
midden
van Zuid-Amerika en het gebied ten zuiden van het toenmalige
Oost-Indië.
52Dat God zijn [...] getal: de vanaf
vs. 730 genoemde voorspelling verwijst naar Jezus' parabel van de Goede
Herder,
zoals in Mattheus XVIII, 12, Lucas XV,
4-6 en Johannes X, 14-16.