Kraghtelooze Papenblixem, toegeeigent * aen Lamotius * en Walaeus *, Biechtvaders * van Heer Johan van Oldenbarnevelt.
- De Goden
* hadden Bogerman
* den blixem betrout
*,
- Om die tegen ontucht
* heilig
* te gebruiken:
- Die schijnheiligen Engel werd hier op stout,
[p. 12]
-
- +
- En schon * al d' edelste vruchten, en schoonste
struiken,
- 5
- Ja, hy dreigde de Zeegoden
* zelfs te doen duiken:
- Dies zy hem ontwapenden door een wettigh
*
besluit.
- Toen behiel hy geen heiligdom als
* leêge kannen en kruiken,
- Hij stofte op zijn banblixem, maer de kracht was'er uit,
- En hoogst wanende te vliegen besweken zijn vleugelen.
- 10
- Nu strekt
* hy maer een moolik
* voor slechte
* veugelen
*.
|
+ Eerste uitg.: aen ontbr., vs. 4 en vroomste str. 7 Doen. 8 wasser. 1707 en 1736 vs. 2 de ontucht.
3 wierd. 4 vroomste. 5 dreigden... zelf. 10 moolijk.
|