+  

 +  1647: Op denzelfden. Am. uitg. 2 Haentje. 4 zeit.

Op den zelven *.

 Hoort gy Heeren, hoort, ik laet u weeten:
 't Kalkoensche Haentjen heeft zijn wijf gesmeten *
 En zijn meit, die wat snar * in de bek is,
 Zey: meester, weetje wel, dat onze vrou gek is?
5
 Swijg, zeide hy, ik volg mijn ordonnantie,
 Om niet suspekt te zijn van tolerantie *.