Wellekomst van den Heere Huygh de Groot *, t' Amsterdam, na zijne langduurige ballingschap.
- Wat zaelge wint is 't, die van 't Lelistrant
*,
- Den stroom op, in 't ondankbre Vaderlant
- Hervoert het Delfsche
* wetorakel, dat
- Gekoffert
*, als een kostelijken
* schat,
- 5
- Weleer de bange Maes afdrijven
* quam,
- Tot dat de Sein het in haer armen nam,
- En zette dat geberghde
* Godtskleinoot
*
- Met blyschap op den Koningklijken schoot
- Des Allerkristelijksten
* Luidewijks,
- 10
- Die 't herbergh schonk tot glori zijnes Rijks;
- Op dat het, na'et verstuiven van die wolk
- Des druks, verscheen tot heil van 't vrye volk,
- En 't misverstant, aenziende 's Helts gedult,
- Hem weder eerde, en riep: het is mijn schult!
- 15
- De Vader der welsprekentheid herblonk
- Zoo weêr te Roome, als d'ordenloosheit stonk
- Van Clodius
*, die schadelijke
pest
- Voor 't lichaem van het algemeene best.
- Het treurigh aenzicht van den Staet dat lacht.
- 20
- De zwakke wetten voelen nieuwe kracht.
- Zelf
*
d' ontucht
* wort beschaemt van 't eerlijk licht,
- Rechtvaerdigheit hout vreê door evenwicht.
- De Rede stemt niets troebel, maer gezont.
- Nu spreken zoo veel steên uit eenen mont.
- 25
- Men tast niet meer in blinde duisternis.
- Der burgren oirbaer
* 't eenigh doelwit is;
- En rept 'er ergens een van dwinglandy.
- Daer ooght
*
men op als hiel hy Spanjes zy'.
- O, Groote ziel, o zon van mijn gezangk,
- 30
- Die weêr verrijst, na uwen ondergangk,
[p. 87]
-
- +
- En ons verheught met dezen gouden dagh,
- Dien Hollant wel met eere vieren magh;
- Wat woorden zal de dankbare gemeent
- Best
* vlyen
*, als de goutsmit dier gesteent,
- 35
- Om u t' onthalen op den hooghsten trap,
- Na 's kerkers ramp, na zuure ballingschap?
- O stalen hart, al gloeiend hardt gesmeet!
- O Groothart, met wat hemelsche magneet
- Bestreek Standvastigheid uw vast gemoedt,
- 40
- Dat het zoo heel van liefde t' onswaert woedt
*,
- En wraekt de weelde van een aertspaleis
*,
- En kust het lant, zijn strenge stiefmoêr, peis
*! -
-
- In 't einde van Wijnmaent mdcxxxi.
|
+ 38 hemelschen. 40 heet. 42 lant en al zijn haters.
|