Op den koperen duim * van 't beelt des Hartogen van Alba, weleer in 't kasteel van Antwerpen opgerecht: welke duim daer na in handen des Heeren Drossaerts P.C. Hooft is geraekt.
- Uw hand die zweeft vast op uw pluim
*,
- En speelt
* met Albaes kopren duim:
- Maer waer zy van geen' maght berooft,
- Zijn hand zou speelen met uw Hooft,
- Gelijk de lepel
* met den klos
*.
- O Dwinglandy, wat zijtge bros!
- Gy hadt wel eer den duim 'er op:
- Nu strekt
* uw duim Hoofts zinnepop
*.
|