Morgenwekker * der Sabbatisten. a
- O Sabbatisten, Oproers rotten
*,
- Gy haelt het Troische paert
* der Schotten
- Met pijp
* en trommel in het Rijk:
- Gy trekt die laegh
* der Grieken binnen,
- 5
- En zult dit stuk te spa bezinnen.
- Hoe trapt gy zelfs
*
u Roos
* in 't slijk!
- Gy offert
* Edenburgh uw' zegen:
- Gy brengt het bly de sleutels tegen,
- Onthaelt dien schraelen nagebuur,
- 10
- Gelijk de Slang den Scherpen Egel
*,
- Verstijft van koude en ijs en kegel
*;
- Maer dat onthael bequam haer zuur:
- Want d'Egel, zonder deught te kennen,
- Begon te priklen met zijn pennen
- 15
- Het Slangevel, gemak gewent,
- En wees zijn huiswaerdin met vloeken
- Naer buiten, om gemak te zoeken.
- O dwaze wijsheit van 't Serpent!
- Dit bulderen, dit Parlementen
*
- 20
- Verslint de hooftzom met de renten
|
a De dichter hekelt in deze klagte de wederspannelingen van Groot-Brittanje, die hij Sabbatisten * noemt, en in 't Rad van Avonturen zuivere * broeders.
|
[p. 99]
-
- Van al uw erf en have en schat.
- Hoe wort uw gout in rook verblazen!
- Hoe laet gy u met dampen azen
*!
- Hoe draeit gy, u ten val, dit radt!
- 25
- Met Gravekoppen af te houwen
a ,
- Een gruwelstuk u onberouwen
*,
- Wort meer geterght, en min gesmoort
- Dees Hydre
* van 't inwendigh woeden.
- Dees diepe wonde is eerst aen 't bloeden.
- 30
- Gy stookte 't vier: nu slaet het voort.
- Uw yver schry in 't endt vry verder,
- Verworgh de stem van uwen Herder
b ,
- En stop die Engelsche trompet:
- Akteon
* zit toch binnen Londen
c ,
- 35
- Gebeten van zijn zwarte
* honden,
- Gelijk een hart, in 't bosch bezet.
- Gy, lang gewoon uw dertle dagen,
- Vielt zwak om weelde en rust te dragen:
- Uw onervarentheit was blint
- 40
- In krijgh en vrede t' onderscheien,
- En hoe dit lachen gaet voor 't schreien,
- Dat uit uw vesten eerst begint.
- Met 's Konings out gezagh te knakken
- Geraekt uw welvaert aen het zakken,
- 45
- En aen 't verdorren, als een boom,
- Van zijnen wortel afgesneden.
- Men ziet, van boven tot beneden,
- Een treurigheit op uwen stroom.
- Gy volgt Jerusalem in 't wrijten
*;
- 50
- Daer die Zeloters
* d' Edomijten
*
- Met schreeuwen kruiden in de stadt,
|
a Dit slaet op 't onthoofden van den Graaf van
Strafford *.
b De Aartsbisschop van Kantelberg, Willem Laud *.
c De dichter wil zeggen, dat d' Aertsbisschop,
gelijk Acteon, van zijn eigen honden (de Presbyteriaensche of Puriteinsche
predikanten) gebeten, te Londen in den Tour zat.
|
[p. 100]
-
- +
- Beschoten hof, en huis, en drempel,
- Ontheilighden den zuivren tempel,
- Misbruikt gelijk een storremkat
*.
- 55
- Uw predikstoelen zelfs gedyen
- U tot zoo vele bateryen,
- Waer uit men vier geeft op den Vorst,
- En 't heiligh Recht der Majesteiten.
- Helaes! dit valt een kostlijk
* pleiten.
- 60
- Gy wont hem door uw eige borst.
- Uw scepterstormen, geen hervormen,
- Volght Lucifers
* banier in 't stormen,
- Die naer zijn Scheppers scepter stont,
- En, flus
* noch goddelijk verengelt,
- 65
- Zagh zijn gestalt terstont gemengelt
- Van yslijkheên, geploft te gront.
- Gy waert gewijt tot 's Konings zetel
- En bloem: nu steekt gy als een netel,
- En krielt van onkruit, wilt en woest.
- 70
- Uw akkers, die eerst airen droegen,
- Vergeten met gemak hun ploegen:
- Uw degen blinkt: de ploegh verroest.
- Apostolijke
* Orakels
* leeren
- Godt vreezen, en den Koningk eeren:
- 75
- Zoo klinkt dit nimmer faelbaer woort,
- Het welk u opeischt en gevangen
*:
- Gy gaet nochtans zoo schelmsche gangen,
- En opent u bederf
*
de poort,
- Om rijksverraders te verrijken,
- 80
- Die schatten uit uw schatting strijken.
- Zoo rabraekt
* gy uw' welstant doodt.
- Nu broeders, yvert stout, als leeuwen,
- En erft
* die winst aen zooveel weeuwen
- En weezen, als gy laet in noot.
- 85
- Gy handelt
* braef geweer
* en wapen
|
+ Am. uitg. 60 wondt... eigen. 78 verderf.
|
[p. 101]
-
- +
- En scheert het zwijn; de Schot uw Schapen:
- Zoo zeilt de lakenhandel voort.
- 't Is fijn berokt
*, maer grof gesponnen,
- En Jork, en Nieukasteel miswonnen
*.
- 90
- Gy leght den Amirael aen boort
*:
- Gy spaert geen kruit om hem te dwingen:
- Maer wacht
* uw kiel: zy dreight te
springen:
- Gy geeft geen vonk dan met gevaer
- Van u, en alle uw uitgepuurden
*,
- 95
- Die 't schip van 't Rijk naer Scylle
* stuurden.
- Viel 's Konings vlagh uw' mast te zwaer?
-
- Eert den Koning.
|
+ 94 uwe. De eerste en de Am. uitg. hebben bij het onderschrift de bijvoeging 1 Petr.
2.
|
|
|