Dankdicht aen Boreas *, die Zyn Excellentie Huigh de Groot * t' Amsterdam een poos ophielt.
- Noorde wint, die langs ons stroomen
- Knaegt den bloessem op de boomen;
- d'Opgeloke
* telgen schent
*;
- Wiltzangk steurt, en lieve Lent,
[p. 105]
-
- 5
- En den May, die met zijn zonnen
- Quam aenminnigh aengeronnen
*;
- Wintervogel, guur en schrael,
- Steur
* den zoeten nachtegael;
- Schen
*
de bloemen in de hoven.
- 10
- Met een lucht van geur bestoven,
- Knaegh, en eet vry ongetoomt,
- Zoo veel bloessems op 't geboomt,
- Dat vast jammert om genade:
- 't Is geen noot, want al die schade
- 15
- Moet nu uit voor d'overbaet
*,
- Die de wijze Magistraet
- Rekent by uw schorre
*
buien;
- Die den adem van het Zuien
- En den blaesbalgh van het West
- 20
- Stuiten, keeren, al hun best:
- Zonder dat gewis wy zouden
- Grooten Huighen hier niet houden,
- Noch feesteeren
* in ons stadt,
- Nu verrijkt door zulk een' schat,
- 25
- Dien de verrezienste Heeren
- En Gekroonden recht waerdeeren.
- Och, hy had zijn reis gerekt,
- Derwaert
* hem zijn Noortstar trekt,
- Vrou Kristine
*, wiens
* betrouwen
- 30
- Uitziet, om dit licht t'aenschouwen,
- Dat, al sestig jaer geleên,
- 't Hart van Hollant eerst bescheen,
- En nu hijght om winterklippen
- Te bestralen met zijn lippen,
- 35
- Met zijn oogen, met zijn' mont,
- Die de ruwe tigers wont,
- Woeste bosschen leert bedaren,
- En betoomt de wilde baren,
- Dat de zee heur' aert vergeet.
- 40
- Zweden, oorelogs magneet,
[p. 106]
-
- +
- Die, te bloedigh in het wrokken,
- Zoo veel yzers hebt getrokken
- In uw' boezem; gunt, dat wy
- Zommige uren aen het Y
- 45
- Ons verquikken met de gaven
- Van de Helt, die aen uw staven
*
- Hangt verbonden, hoogh en dier:
- Laet dien trousten Batavier
*
- Hier zijn ongemak verzoeten,
- 50
- Eer hy neervall' voor de voeten
- Van de trots gekroonde Min *,
- Uw gehelmde Koningin,
- Die, gelukt mijn wensch en bede,
- Ons den langgewenschten Vrede
- 55
- Voort zal brengen uit haer' schoot.
- Op dien zegen moet * De Groot
- Haer bejegenen, en vinden.
- Hemel, span gewenschte winden
- Voor zijn jaght, en vlugge kiel,
- 60
- Als de stadt die groote ziel
*,
- Met Gustavus lievereien.
- Ziet van Aemstels oever scheien,
- En te water ondergaen,
- Om in 't Noorden op te staen.
-
- mdcxlv.
|
+ Eerste uitg. 40 oorelooghs. 43 gun.
|