De Monsters onzer eeuwe.
- Men hoeft om Monsters niet te reizen
- Naer Afrika:
- Europa
* broetze in haer paleizen,
- Vol ongena.
- 5
- De groote Moeder
* van Europe
- Vint schut noch scherm,
- En sterreft balling, zonder hope,
- Verdrukt en arm.
- Der Engelandren tongen lekken
- 10
- Hun vaders
* strot,
- En toonen 's Konings hooft in 't bekken
*,
- Om 't snoot
* genot.
- De wraek wil Ottoman
* niet borgen
*:
- De moeder laet
- 15
- Den Keizer, haren zoon, verworgen,
- Uit blinden haet.
- Oranje, in 't harnas opgezeten,
- Rukt Holland in,
[p. 117]
-
- +
- Op Amsterdam te
* helsch gebeten,
- 20
- 's Lants nootvrindin.
- Hij wenscht zijn dol rappier te stooten
- Door 't hart des landts.
- Hoe heeft de deugt haer verf verschoten!
- Waer is haer glans?
- 25
- Verbeet
* oit wolf een lam verwoeder?
- Waer baert de tijdt
- Een zoon zoo boos, die zijne moeder
- De borst afsnijt!
- En Kandië
*, om zijn hondert
steden
- 30
- Van outs befaemt,
- Verzinkt door 's Kristens trouloosheden,
- Al t'
* onbeschaemt.
- Het schreit, op 't uiterst strant geronnen
*:
- O Christendom,
- 35
- Gij hebt den Turk op mij geschonnen
*
- Met bus
* en trom,
- 't En zij een Engel
* mij
versterke,
- Ik zijg ter neer:
- Gy brogt uw eer en schaemt ter kerke
*.
- 40
- Wat rest 'er meer?
|
|