Op den Heer Kornelis de Wit
*
.
Dus leefde Ruart
*
Wit, zoo zwart als een Moorjaen
*
Misverft, en met de schroef gepynigt op de scheenen,
Om valsche logentaal, in damp en rook verdweenen.
Van zyne trou gewaeght de Teems en Oceaen.