Toen dit historisch leesboek 20 jaar geleden verscheen, vond een Surinaamse vriend dat het wel zeer sterk vanuit een Nederlandse gezichtshoek was gecomponeerd. Dit bevreemdde hem vooral omdat de eerstgenoemde samenstelster zelf Surinaamse is. De volgorde was overigens om geen andere dan alfabetische redenen gekozen.
Inderdaad kan men zeggen dat de geschiedenis van Suriname in dit boek beschouwd wordt vanuit de Nederlandse koopman en planter, ook al kan men in de hoofdstukken ‘Guerilla tegen het Nederlandse gezag’ (de hoofdstukken IV, V en VI), en in het hoofdstuk ‘De stem der slaven’ (hoofdstuk XV) de reactie van de ‘slachtoffers’ vernemen. Het boek heet dan ook met recht een ‘spiegel der vaderlandse kooplieden’, en met vaderland wordt hier uiteraard Nederland bedoeld. Mede hierom hebben wij overwogen de namen der samenstellers in deze tweede druk in omgekeerde volgorde te plaatsen, maar daar tenslotte toch van af gezien.
Zowel de kwade als de goede eigenschappen van de vaderlandse koopman worden weergegeven. Deze kritische instelling maakte het boek in 1958 actueel, want toen bestond deze koopman nog wel degelijk: de goedwillende Nederlander die zo goed wist wat er in Suriname diende te gebeuren. Men hoort in de hoofdstukken XIII en XIV wel veel over slavernij en emancipatie, maar op de ietwat verheven toon die de Nederlandse abolitionistische literatuur kenmerkt, een toon vol goedwillend paternalisme, waar we toen niet kritisch genoeg tegenover stonden. We hebben later leren zien dat de slaaf niet alleen maar slachtoffer was van het Europese imperialisme, maar ook de individualist die zijn meester te slim af kon zijn, en die dwars door alles heen zijn eigen wereld creëerde en zich een eigen identiteit opbouwde.
In 1975 verscheen ons boek Creole Drum (Yale University Press) dat de stem der slaven wel volledig tot zijn recht doet komen. Dit tweede boek beschouwen wij als een noodzakelijk complement, wat niet wil zeggen dat deze spiegel niet op zichzelf gelezen en gewaardeerd kan worden.
In het voorwoord ‘Tot de belangstellende lezer’ wordt gesteld dat de samenstellers niet de mogelijkheid hadden zich te baseren op literair-historisch vooronderzoek, waardoor noten en commentaar vrij uitvoerig moesten zijn. Deze opzet kon in de tweede druk niet gewijzigd worden, ook niet daar waar er reden toe bestond.
Er is de laatste tijd nieuw materiaal ter beschikking gekomen. Wij noemen als voorbeeld de volgende bloemlezingen: Kri, kra! Proza van Suriname. Bloemlezing samengesteld door Thea Doelwijt. Paramaribo, 1972.
Geen geraas of getier. Verhalen, gedichten, liedjes na de emancipatie voor de Tweede Wereldoorlog. Paramaribo, 1974.
Een belangrijke tekst van Johannes King werd (door H.F. de Ziel) uitgegeven onder de titel ‘Life at Maripaston’ in de Verhandelingen van het Kon. Inst. voor Taal-, Land- en Volkenkunde. The Hague, 1973. Dit werk bevat veel moeilijk bereikbaar 19de eeuws materiaal. Wij beschikken nu ook over de nieuwe ‘Encyclopedie van Suriname’. Amsterdam en Brussel, 1977. Toch zou dit nieuwe materiaal de opzet niet essentieel kunnen wijzigen. De spiegel zou na 20 jaar wel enigszins anders zijn samengesteld (vooral wat betreft de laatste vier hoofdstukken), maar wij beschouwen hem nog steeds als een spiegel die het verleden van Suriname zuiver weergeeft.
Ursy M. Lichtveld
Jan Voorhoeve