terug  begin  verderprepost
[p. 318]

bibliografie

M.F. Abbenhuis, ‘Bonni, 1793’. In: Emancipatie Biografieën. Paramaribo (1964), 23-39.
G. van Alphen, Jan Reeps en zijn onbekende kolonisatiepoging in Zuid-Amerika, 1692. Assen, 1960.
G. van Alphen, ‘Suriname in een onbekend journaal van 1693’. WIG 42 (1962), 303-313.
Assid, De eeuwige cirkel; leven en strijd van de Indianen en Marrons in Suriname. Den Haag, 1946.
M.G. de Boer, ‘Een Nederlandsche nederzetting aan de Oyapock (1677)’. Ts. Geschiedenis, Land- en Volkenkunde 4 (1899), 321-42.
M.G. de Boer, ‘Een Nederlandsche goudzoeker. Een bijdrage tot de geschiedenis onzer nederzettingen aan de Wilde Kust’. Ts. Geschiedenis, Land- en Volkenkunde 18 (1903), 1-18.
H.D. Benjamins, ‘Oude verdichte verhalen over Guiana’. WIG7 (1925/6), 17-30.
P.J. Benoit, Voyage à Surinam: description des possessions néerlandaises dans la Guyane. Bruxelles, 1839. (Facsimile herdruk met samenvatting en annotaties in het Engels door Silvia W. de Groot. Amsterdam, 1967).
J.P. de Bie en J. Loosjes, Biografisch Woordenboek van Protestantsche Godgeleerden in Nederland. 's-Gravenhage, 1907-. Afl. 18, 646-51.
J.C. Brandt Corstius, Idylle en realiteit. Het werk van Elisabeth Maria Post in verband met de ontwikkeling van de Europese literatuur in de tweede helft van de achttiende eeuw. Amsterdam, 1955.
R.Th.J. Buve, De positie van de Indianen in de Surinaamse plantagekolonie gedurende de 17e en 18e eeuw; een poging tot sociaal-historische studie. Leiden, 1962.
R.Th.J. Buve, ‘Surinaamse slaven en vrije negers in Amsterdam gedurende de 18e eeuw’. Bijdragen TLV 119 (1963) 8-17.
R.Th.J. Buve, ‘Gouverneur Johannes Heinsius, de rol van Van Aerssens voorganger tijdens de Surinaams-Indische Oorlog, 1678-1680’. Nw WIG 45 (1966), 14-26.
Theod. A.C. Comvalius, ‘Het Surinaamsche negerlied: de banja en de doe’. WIG 17 (1935/6), 213-220.
A. van Dantzig, Het Nederlandse aandeel in de slavenhandel. Bussum, 1968.
R.E.C. Doth e.a., Kondre sa jere (het land zal het horen) - 200 jaar zending onder de bosnegers van Suriname. Zeist, z.j.
[p. 319]
Richard S. Dunn, Sugar and slaves. The rise of the planter class in the English West Indies, 1624-1713. New York, 1972.
D.H. van der Elst, The Bush Negro tribes of Surinam, South America. A synthesis. Doctoral thesis, North Western University, Evanston, 1970.
Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië. 's-Gravenhage etc., 1914-1917.
Encyclopedie van Suriname. Amsterdam etc., 1977.
Hoxie Neale Fairchild, The noble savage. A. study in romantic naturalism. New York, 1928.
Gottfried A. Freytag, Johannes King der Buschland-Prophet. Ein Lebensbild aus der Mission der Brüdergemeine in Surinam. Nach seinen eigenen Aufzeichnungen dargestellt. Herrnhut, 1927.
C.F.G. Getrouw, ‘De stemming van de bevolking vóór, tijdens en na de emancipatie van de slaven in Suriname’. WIG 34 (1953), 3-12.
Silvia W. de Groot, Van isolatie naar integratie. De Surinaamse Marrons en hun afstammelingen. Officiële documenten betreffende de Djoeka's (1845-1863). 's-Gravenhage, 1963. Verh. TLV, 41.
Silvia W. de Groot, Djuka society and social change. Assen 1969.
Silvia W. de Groot, ‘Rebellie der Zwarte Jagers, de nasleep van de Bonni-oorlogen 1788-1809’. De Gids 133 (1970), 291-304.
Silvia W. de Groot, ‘Suriname 210 jaar zelfstandigheid; het verdrag van 10 Oktober 1760’. De Gids 134 (1971), 410-413.
Albert Helman, Zaken, zending en bezinning. De romantische kroniek van een tweehonderdjarige Surinaamse firma. Paramaribo, 1968.
C. de Jong, ‘Een vergelijking van de slavenwetten in Spaans-, Brits-, Deens- en Nederlands West-Indië’. In: Uit Suriname's Historie, Surinaamse Historische Kring (Amsterdam, 1963), 16-19.
C. de Jong, ‘The Dutch press campaign against the negro slave trade and slavery’. Mercurius (1972), 27-54.
Johannes King, Life at Maripaston, edited by H.F. de Ziel. The Hague, 1973. Verh. TLV 64.
P. Kloos, ‘Johannis Sneebeling over Surinaamse Indianen, een manuscript uit de 18e eeuw’. Mededelingen Surinaams Museum, No. 10, 1973.
J. Leefmans, ‘De muze van de Zure Naam’. Mamjo 1 (1962) en 2 (1963).
U.M. Lichtveld, ‘De onbekende Herlein’. Nw WIG 45 (1966), 27-31.
R.A.J. van Lier, Samenleving in een grensgebied. Een sociaal-historische studie van Suriname. 's-Gravenhage, 1949. 2e dr. Deventer, 1971.
J.M. van der Linde, ‘De emancipatie der negerslaven in Suriname en de zendingsarbeid der Moravische Broeders’. WIG 34 (1953), 23-37.
J.M. van der Linde, Het visioen van Herrnhut en het apostolaat der Moravische Broeders in Suriname, 1735-1863. Paramaribo, 1956.
[p. 320]
J.M. van der Linde, Heren, slaven, broeders. Momenten uit de geschiedenis der slavernij. Zeist, 1963.
J.M. van der Linde, Surinaamse suikerheren en hun kerk. Plantagekolonie en handelskerk ten tijde van Johannes Basseliers, predikant en planter in Suriname, 1667-1689. Wageningen, 1966.
W.R. Menkman, ‘Slavernij, slavenhandel, emancipatie’. WIG 34 (1953), 103-112.
M. Müller, ‘Tien jaren Surinaamse guerilla en slavenopstanden, 1750-1759’. Ts. voor Geschiedenis 86 (1973), 21-50.
J.W.C. Ort, Vestiging van de Hervormde Kerk in Suriname, 1667-1800 Stencil (Amsterdam, 1963).
F. Oudschans Dentz, ‘De afzetting van het groot-opperhoofd der Saramaccaners Koffy in 1835 en de politieke contracten met de Boschnegers in Suriname’. Bijdragen TLV 104 (1948), 33-43.
A.N. Paasman, Elisabeth Maria Post (1755-1812). Een bio-bibliografisch onderzoek. (Amsterdam, 1974).
A.N. Paasman, Reinhart, of literatuur en werkelijkheid. In: Documentatieblad Werkgroep 18e eeuw nr. 41-42, febr. 1979, 40-61.
J. Postma, The Dutch participation in the African Slave Trade: Slaving on the Guinea Coast, 1675-1795. Michigan State University [1970].
J. Postma, ‘The Dimension of the Dutch Slave Trade from Western Africa’. Journal of African History 12 (1972) 237-248.
J. Postma, ‘West African Exports and the Dutch West India Company, 1675-1731’. Economisch- en Sociaal-Historisch Jaarboek 36 (1973), 53-74.
Richard Price (ed), Maroon Societies. Rebel slave communities in the Americas. New York, 1973.
Richard Price, The Guiana Maroons. A. Historical and Bibliographical Introduction. Baltimore, 1976.
A.J.A. Quintus Bosz, Drie eeuwen grondpolitiek in Suriname. Een historische studie van de achtergronden en de ontwikkeling van de Surinaamse rechten op de grond. Assen, 1954.
A.J.A. Quintus Bosz, Geld, credietbehoefte en negotiaties in Suriname voor 1865. Paramaribo, 1971.
L.L.E. Rens, The historical and social background of Surinam's Negro-English. Amsterdam, 1953.
L.L.E. Rens, ‘Analysis of annals relating to early Jewish settlement in Surinam’. Vox Guyanae 1 (1954), 19-38.
H.C. van Renselaar, ‘Colin, profeet van Coronie’. In: Uit Suriname's historie (Paramaribo, 1963), 20-24.
H.C. van Renselaar, ‘Oude kaarten van Suriname’. Nw WIG 45 (1966), 2-13.
[p. 321]
H.C. van Renselaar, ‘Théodore Bray, planter and draughtsman in Surinam’. Tropical Man 1 (1968), 140-151.
A.A. van Schelven, ‘Suriname in de 18e eeuw. Ervaringen en idealen van Ds. Joa. Guil. Kals’. WIG 4 (1922/3), 65-90.
Hugo Schuchardt, Die Sprache der Saramakka-neger in Surinam. Amsterdam, 1914.
R.D. Simons, ‘Paul François Roos. Een dichter met profetische blik’. Naar Ruimer Horizon 7 (1952), 13-15.
De Slaventijd in odo's; een boekje over Suriname's heden en verleden. Paramaribo, 1960.
Anthony Synnott, Slave revolts in Guyana and Trinidad: a history and comparative analysis. Sir George Williams University, Montreal, 1971.
W.S. Unger, Het archief der Middelburgsche Commercie Compagnie. Leiden, 1951.
W.S. Unger, ‘Bijdragen tot de geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel’. Economisch Historisch Jaarboek 26 (1956), 133-174; 28 (1958), 3-148.
J. Voorhoeve, ‘Paul François Roos (1751-1805). De Surinaamse plantersletterkunde uit de 18e eeuw’. Nw Taalgids 48 (1955), 198-203.
J. Voorhoeve, ‘Missionaire linguistiek in Suriname’. De Heerbaan 10 (1957), 59-75.
Jan Voorhoeve, ‘Op zoek naar de handschriften van Johannes King’. Vox Guyanae 3 (1958), 34-40.
J. Voorhoeve, ‘De handschriften van Mr. Adriaan François Lammens’. Nw WIG 40 (1960), 28-49.
J. Voorhoeve en H.C. van Renselaar, ‘Messianism and nationalism in Surinam’. Bijdragen TLV 118 (1962), 193-216.
J. Voorhoeve, ‘De nalatenschap van A.H.A. Mamin, 1804-1837, en de plantage Vrouwenvlijt’. Nw WIG 42 (1963), 259-268.
J. Voorhoeve, ‘W.E.H. Winkels: Blankof' cier met palet en papier’. Nw Wig 42 (1963), 269-288.
J. Voorhoeve, ‘Johannes King, 1830-1899. Een mens met grote overtuiging’. In: Emancipatie biografieën (Paramaribo, 1964), 53-66.
J. Voorhoeve, ‘Fictief verleden. De slaventijd in de Surinaamse belletrie’. Nw WIG 45 (1966), 32-7.
Jan Voorhoeve and Ursy M. Lichtveld, Creole drum. An anthology of Creole literature in Surinam. New Haven and London, 1975.
Eugenius Theodorus Waaldijk, Die Rolle der Niederländischen Publizistik bei der Meinungsbildung hinsichtlich der Aufhebung der Sklaverei in den Westindischen Kolonien. Münster, 1959.
P. Wagenaar-Hummelinck, ‘Het dagelijksche leven op de Surinaamsche Koffieplantage “Kokswoud” in 1828. Een brief van H. Van Borcharen’. WIG 28 (1947), 33-41.
[p. 322]
Johanna Maria van Winter, ‘De openbare mening in Nederland over de afschaffing der slavernij’. WIG 34 (1953), 61-90.
J. Wolbers, Geschiedenis van Suriname. Amsterdam, 1861. Ongewijzigde herdruk Amsterdam, 1970.
prepostterug  begin  verder