[p. 16]
Zoo'n dommerd
Waar kwam ze vandaan
Dat piepjonge ding?
Ik denk uit het spikkelbont ei.
Ze wist nog niet veel,
Ze loerde wat scheel,
Maar bang was ze niet voor mij.
Ze lag in de goot
Spiernakend en bloot,
Zoo'n dom, onvoorzichtig dier!
Geen veer had ze an,
Ik schrok er haast van
En bromde; ‘Hoe kom je toch hier?’
Maar toen ik haar greep,
Warempel ze beet
En pikte me fel in den pink.
‘Ho, ho, kameraad,
[p. 17]
Ik doe je geen kwaad;
Ik breng je bij moeder-de-vink!’
Die zat op het nest
En keek naar de rest
Als telde ze eentje te min.
Wat pinkte ze blij,
Toen 'k stilletjes lei
Die dommerd er weer tusschen in!