terug  begin  verder
[p. 36]



illustratie

[p. 37]

Daar liep een knaapjen in de zon

 
Daar liep een knaapjen in de zon;
 
Dideldidire, dideldidon.
 
Dat had op zijn oude versleten pet
 
Een mooie bloeiende bloem gezet.
 
Hij zong als een merel, hij floot als een vink;
 
Hij stapte zoo kranig, hij stapte zoo flink.
 
Toch was het zoo'n klein klein kereltje maar
 
Van misschien geen zeven jaar!
 
 
 
Daar liep een knaapjen in de zon;
 
Dideldidire, dideldidon.
 
Zijn buisje was van een verschoten lap,
 
Zijn klompjes kraakten bij iederen stap;
 
Toch liep hij zóó trotsch met zijn bloemke dat stond
 
Als vuurroode vlag op zijn krulletjes blond,
 
Dat ieder moest lachen die hem zag gaan
 
En kijken hem vriendelijk aan.
 
 
 
Daar liep een knaapjen in de zon;
 
Dideldidire, dideldidon.
 
Zijn broekje dat was hem wat kort en kleen,
 
Door 't kousje gluurde het knietje heen;
 
Doch fier liep hij rond met zijn bloemken schoon,
 
Als droeg hij een rood-gouden koningskroon,
 
En schalde zijn liedeken in de zon
 
Van dideldi-diri-don.

terug  begin  verder