[p. 40]
Ring-rang
Daar danst een liedeken door den boom:
Ring-rang, vlak voor mijn ruiten!
‘Ligt daar een dreumes nog in den droom?
Ring-rang, die moet naar buiten!
Ik tingel hem wakker, ik wek hem klaar
Ring-rang met mijn ratelaar.’
‘Jij schateraar in de schemering
Ring-rang, tusschen de twijgen,
't Is nog te vroeg voor mijn springeling;
Ring-rang, wil je wel zwijgen?
De tuin is nog vochtig en duistergroen,
Wat zal mijn snaak in den dauw daar doen?’
[p. 41]
Doch 't klein loos liedeken wil niet gaan;
Ring-rang tinkt het de takken.
‘Aha, heb jij een blauw steertje aan?
Ring-rang, dat zal ik pakken!’
Ik grijp in de blâren, daar vliegt de vlerk
Ring-rang in het wijde zwerk.