terug  begin  verderprepost

Venice Recorded

Het probleem van de fysieke overleving van de stad Venetië is vanzelfsprekend verbonden met het probleem van de lagune. Van de veertiende tot de zeventiende eeuw hebben de Venetianen geijverd om hun lagune te beschermen tegen de gevaren van de natuurrampen. In de achttiende eeuw al begonnen gebouwen in de stad zelf het te begeven.

De toestand is vandaag radikaal ondraaglijk. In het bassin (San Marco) komt per dag 3,85 milligram cyanide per liter water terecht - meer dan driemaal de gifdosis. Gassen van motorbootjes, metaangassen, zoutwater, zwaveloxyde, pollutie van de kanalen tengevolge het gebrek aan riolen, drijvende afval, incrustatie van de stutpalen door schaaldieren, ratten, damp, kondensatie van vocht, zeewind, 8 000 petroleumschepen per jaar die naar de zone van Marghera varen, dit alles plus dan het gevaar van de overstromingen en het onstuitbaar stijgen van het waterpeil over de hele wereld (anderhalve millimeter per jaar door het smelten van het ijs in de poolgebieden).

[p. 19]

Venetië zinkt weg, wat er gebouwd is staat op instorten. 37 procent van de huizen is onbewoonbaar, 60 procent van de huizen moet dringend gerestaureerd worden, in 48 procent van de huizen is er onvoldoende licht, 50 procent van de huizen is te vochtig, 58 procent van de huizen heeft geen elektriciteit. In de armenbuurt, Canareggio, bevolkt door armen, ouden van dagen, mismaakten, gauwdieven, goedkope hoeren, moet men op de gelijkvloerse verdieping zes maanden per jaar de bezittingen voor het slapengaan of voor het buitengaan op de tafels stapelen. De bedden staan op hoge, roestige poten. Zes maanden per jaar stromend zeewater in huis. Venetië... fauna en flora in de lagune zijn vernield en deze laatste wordt geterroriseerd door een onbekend soort zeewier dat op afval teert en de vissen doodt. Als het wier zich van de bodem losmaakt en opstijgt geeft het bij kontakt met de lucht zwaveldampen af.

Venetië... onbewoonbaar, zonder toekomst voor de bewoners (ze kunnen alleen in de slaafse beroepen terecht: kruier, gids, gondelduwer, hulp in winkel of hotel...). In de afgelopen twintig jaar verlieten 65 000 Venetianen de stad: een stad waar alles praal is (wat geen praal is rotte weg, maar ook de praal rot nu weg). Venetië: 400 paleizen, 150 kerken en kloosters op een eiland van brokstukken verbonden door 118 bruggen, Venetië, opslagplaats voor 16 000 gekatalogeerde kunstwerken...

In een reeks uitzendingen voor het Derde Programma van de brt heb ik in 1972 een overzicht trachten te geven van de problemen en van de voorgestelde oplossingen. Ik sta persoonlijk niet zo heel optimistisch tegenover de huidige aanpak, en het lijkt me te betreuren dat er weer eens de voorkeur wordt gegeven aan het redden van objekten veeleer dan van de mensen (de lokale en ministeriële reglementen verbieden de verplaatsing van de kunstwerken tenzij

[p. 20]

voor restauratie, niks verbiedt het wegjagen van inwoners, uiteraard).

Venetië, de kunststad, staat er niet meer voor heel lang. Dit zijn de laatste generaties, vrees ik, die er nog kunnen wandelen en kijken naar de gebouwen, en in die gebouwen naar de werken (hoewel vele meesterwerken in het pikduister worden opgehangen), in die werken naar een paar details die het Westerse kultuurverleden in a nutshell bevatten. Door die stad kom je niet heen zonder gids. Hugh Honour's Companion Guide to Venice (1965) en het pas verschenen Venice Recorded lijken mij de beste. Milton Grundy loodst ons via zeven wandelingen naar de essentiële punten en door de bekende en wel eens minder bekende steegjes. Hij zit geen uren te zeuren over bijvoorbeeld de Grote Schoonheid van het Eeuwige Venetië, nee, hij citeert uitvoerig zijn voorgangers, en uit hun proza puurt hij niet alleen de loftuitingen. Zowel Otto Demus, Wagner, Levey, Gombrich, Berenson als Henry James en weet ik nog veel meer hebben hun kritiek niet gespaard op een paar opgeblazen reputaties, op de hang naar plagiaat en op de vrekkige en/of uitbuitende mentaliteit van vele bewoners. Men begrijpe me niet verkeerd: het is geen boek tégen Venetië, maar het is eindelijk eens geen onversneden propaganda, en in die zin wekt de auteur veel sneller vertrouwen. Zo citeert hij ergens Ruskin die een beeldhouwwerk van een leeuw omschrijft als: ‘Hij ziet er maar huilerig uit, en zoals hij zijn voorpoten opheft vanuit een lichaam zonder spanning, ziet hij eruit als een hond die om een beetje bedelt.’ Wanneer Milton Grundy zijn collega Elisabeth David citeert, die schrijft dat je de markt (bij de Rialto) best bezoekt om vier uur 's morgens (‘you must be about at four o'clock in the morning to see the market coming to life’), is Grundy zo vriendelijk om te annoteren: ‘I have found this

[p. 21]

too early.’

Een gids zou men op zijn praktische toepasbaarheid moeten kunnen afwegen, maar dat is me onmogelijk. Wel kan ik u verzekeren dat het boek vlot leest, dat het Venetië evokeert, dat het u zin geeft om er nog eens - of: eens - heen te gaan.

Het lijkt me dan ook onbegrijpelijk dat in een boek van een dergelijke kwaliteit pagina 226 ontsierd moet worden door het uniform verkeerd spellen van zowel de naam Van Eyck als Van Dijck in de vorm van het Amerikaanse baarden-snor-stel Van Dyke. De auteur staat al zijn auteursrechten af aan het Komitee ter Redding van Venetië, en dat is dan ook weer niet zo'n goede keuze, zoals ik hoger al meldde; ik vraag me af of dat auteursrecht geen rol had kunnen spelen bij de prijsbepaling. Weinig bezoekers (ik neem aan dat iedereen zoals ik zijn gidsen ter plaatse koopt) zullen gaarne meteen vier pond neertellen, wat in lires omgerekend god weet hoeveel zal wezen.

Dus: Venice Recorded nu maar kopen, en thuis lezen. (Angus & Robertson, Londen, 233 pagina's, £4.00.)

prepostterug  begin  verder