terug  begin  verderprepost

De culturele repressie

Het recente boek van Gerard Walschap (onlangs de kaap van de goede zeventig voorbij gevaren) is, vooral binnen progressieve, linkse en avant-gardistische kringen een ware bestseller. Het boek heet De culturele repressie en verscheen bij Heideland te Hasselt. Walschap heeft al zijn zwier, vaart en humor in dit kort maar smaakvolle pamflet gestoken; hij beschrijft hoe Julien Weverbergh (‘ogen die, naar ik opmerkte, jammer genoeg wat te dicht bij elkaar staan om hem een intelligent uitzicht te geven’) directeur-generaal speelt van de Culturele Repressie, op bevel van Mao die, in deze novelle, Europa overheerst. Zoals te verwachten houden Mao en Weverbergh zich niet bezig met agrarisch-economische hervormingen, maar met cultuur. Walschap zelf wordt door Weverbergh verplicht om voor Führer van de c.r. te spelen en een aantal prominente schrijvers, schilders en andere kunstbroeders uit te schakelen of op zijn minst de schrik op het lijf te jagen. Walschap beschrijft dan hoe hij zijn ambt uitvoert. Op Europees vlak laat hij Picasso en Dali fusiljeren (‘omdat zij de

[p. 45]

kunst tot een farce en de kunstenaar tot een clown hadden verlaagd’). In Vlaanderen laat hij Hugo Claus (‘een logge engel die niet meer aan zijn lijn denkt’) in leven, ja, hij poesseert hem tot het creëren van nieuwe shows, wat Claus, niet zo vlug van geest zijnde, als een blijk van vriendschap interpreteert. Onverbiddelijk geëxecuteerd na het ondertekenen van een schuldbekentenis worden van Nierop, Florquin en Marc Galle, die taalimperialisten die tegen het schone Vlaams (waarin Walschap uitblinkt) ageren. Eveneens om hals gebracht wordt een trio van picturale nietsnutten, Bertrand, Luc Peire en Jef Verheyen (‘die zijn doeken volsteekt met één enkele kleur en ze dan door een Italiaanse charlatan - bedoeld is Lucio Fontana - hoogartistiek met een mes liet doorsteken’). De klerus ontsnapt al evenmin aan de pen van Walschap. Pater van Bladel blijkt homofiele orgieën te willen organiseren voor Peking, en ex-Pater Callewaert wordt beschreven als ‘een regulier priester, die in het klooster van de Antwerpse Ploegstraat met zijn echtgenote een driekamerflatje betrok’.

Schrijver Gerard Walschap zélf stelt zijn leven veil om Gilliams, de man die ooit verklaarde genoeg te hebben van de worstenvullerij in de romans, te redden. Hij doet dat in volgende Walschapiaanse termen gericht tot Ching Chang Chung (een Chinees): ‘dat de opperrijstkakker Mao Tse Toeng mijn kloten kan kussen, en daar is de deur, godverdoemese spleetoog’.

Spijtig van dit zinnetje, want je kunt toch ook wel scherp en onderhoudend zijn zonder vulgair te worden, vind ik. Maar overigens een perfect, gezond Vlaams boek. Bravo, Gerard.

prepostterug  begin  verder