terug  begin  verderprepost

Vergilius' experiment

Er is een nieuwe vertaling van de Eneïs verschenen. Deze vertaling is een ergere aanklacht tegen het onderwijs in de klassieke talen dan de artikels die ik verveeld in zgn. pedagogische tijdschriften heb gelezen.

Wel werden de klassieken door de psychoanalize ietwat geaktualiseerd en door het pocketboek meer verspreid, maar niets liet de niet-erudiet vermoeden dat Lycofroon of Vergilius (‘de hemelse zanger van zoete weiden’) experimenten uitvoerden die op Mallarmé en Joyce vooruitliepen.

De moderne kunst is verbaal vooral een verandering van het taalgebruik, en dus van de sensibiliteit van auteur en lezer. Ze heeft naast nieuwe teksten vooral nieuwe lezers gebracht, dat wil zeggen lezers die vanuit andere perspektieven andere konklusies trokken. Het was ook pas nà Volta dat men kon vaststellen dat de Sassaniden al tien

[p. 69]

eeuwen vroeger elektrische pillen hadden vervaardigd.

De blaam, dat Vergilius al eeuwen zo vervalst wordt, treft dan ook iedereen en niemand: eerst na de flexionele behandeling van het Frans door Mallarmé, Valéry en Roussel kon men Vergilius approximatief korrekt vertalen.

De dichter P. Vergilius Maro, geboren anno 70 te Andes bij Mantua werd ons dan ook overgeleverd als de bukolieker bij uitstek (en ocharme, een minus als Racan heette men zelfs le Virgile français!). Middelbareschoolstudenten lezen stukken uit Bucolica, Georgica en Eneïs. Deze teksten illustreren de lessen in woordenschat meer dan het toenmalige leven, en leren dat er typische rijmritmen bestonden.

Maar oorspronkelijk, zegt Marmontel, was 't heldendicht niet de navertelling van de aktie, wel de nabootsing ervan. Klossowski leidt zijn nieuwe en sensationele Eneïsvertelling dan ook in met de scherpzinnige opmerking dat de imitatie van de aktie door middel van woorden dan ook 'n botsende, tollende, bruisende taal vereist, waarin de verhalende funktie van weinig belang wordt: ‘Het zijn de woorden die een houding aannemen, en niet de lichamen; die zich laten weven, en niet de kledingstukken; die blinken, en niet de wapens; die grommen, en niet de stormen; die bedriegen, en niet Juno; die lachen, en niet Cytherea; die bloeden, en niet de wonden.’ De nieuwe vertaling van Klossowski eist dan ook een aktieve lezer, die de woorden van dichtbij volgt, meer dan het verhaal, die schokken ondergaat, meer dan vast te stellen dat de personages geschokt worden. Hopelijk belichten twee korte citaten dit alles beter: Crudelis ibique / luctus, ubique pavor et plurima mortis imago (11, 369): Déchirant en tous lieux / le chagrin, en tous lieux l'angoisse et de la mort l'angoisse innombrable: Gruwzame overal en / rouw, en overal het

[p. 70]

sidderen en het veelvuldig beeld van de dood.

Pergama, tot quondam populis terrisque superbum / regnatorem Asiae. Iacet litore truncus / avulsumque umeris caput et sine nomine corpus (II, 555): Pergame, autrefois de tant de peuples, de tant de terres d'Asie le superbe / souverain. Gît, immense, sur le rivage, le tronc, / retranché des épaules la tête, un corps sans nom: Pergamus, van zovele volkeren en landen ooit de hooghartige / heerser over Azië. Ligt reusachtig op de kust de romp; / van de schouders is het hoofd af en een lichaam zonder naam.

Hier siddert en trilt de taal zelf, wat ze niet doet in schoolversies als ‘Overal heerst vreselijke smart, overal siddert de dood met de duizend gezichten’, of in ‘Pergamus, heerser over zovele Aziatische landen en volkeren, ligt neer op de kust: hij is nog slechts een romp, een onthoofd en naamloos lichaam.’

Ook Vergilius is een reisgids: leer hem lezen.

prepostterug  begin  verder