Rob Goswin, geboren in 1943, die in de periode 1968-'69 niet minder dan zes bundels publiceerde. Op de omslag van één daarvan staat te lezen dat Goswin een ‘uiterst links dichter’ is. Het valt van zo'n revolutionair dan ook tegen dat hij de woordspelingen van een gematigd-rechtse prozaïst als Ward Ruyslinck (Het ledikant van Lady Cant)
overneemt en niet minder dan De bloem van Phil Bloom uit dat bed haalt. Over Goswins laatste bundel, Ik Teken Ritueel 1, valt weinig zinnigs te vertellen behalve dat het allemaal overhaastig maakwerk is, een soort nabootsing van Johan Daisne's verzelarij in modernistische trant. Geen van de gedichten van Goswin heeft ‘kelder’. Op pagina 54 leest men: Een jonge priester schikt het kleed / Over het altaar / Van onze gespleten angst. Op pagina 55 staat er: Kale priesters weven liefde / in innig bewegen.
Maar het loont wel even de moeite om één gedicht in extenso te citeren, en daarna de struktuur (!) ervan aan te geven. Het gedicht heet: Het lichaam, een teken.
Hier gaan we dan:
Goswin had nog zo'n jaar en veertienhonderd pagina's kunnen verdergaan, maar voor hem was het blad blijkbaar vol genoeg. Kijken we nu eens hoe zo'n gedicht in elkaar zit (opnieuw in extenso):
En dan maar lachen met de mensen die nog rijmende verzen schrijven, nietwaar.