terug  begin  verderprepost
[p. 107]

De graaf van Saint-Germain leeft nog

In mijn stukje over de argumenten die Erik van Ruysbeek opwerpt tegen het boek van Monod heb ik Colin Wilsons boek The Occult beschreven als erudiet en stupide. Erudiet, en in die zin onmisbaar waar Wilson korte, maar zeer akkurate biografieën geeft van magiërs. Zijn hoofdstuk over Crowley is het beste wat ooit over deze figuur verscheen: in vier pagina's werkt Wilson de mythe weg rondom de graaf van Saint-Germain. Deze figuur zou op zijn minst driehonderdvijftig jaar oud geworden zijn, en van tijd tot tijd liet hij horen dat hij in Kana was toen Jezus water veranderde in wijn. Als men zijn knecht uithoorde over zijn ware ouderdom beweerde deze laatste er weinig vanaf te weten omdat hij nog maar sinds anderhalve eeuw in dienst van zijn meester was...

In de Bibliotheca Hermetica is La très sainte Trinosophie herdrukt; het is een kurieus, nogal verward geschrift, een weinig boeiend alchimistische tekst, soms doorflitst met mooie beelden. René Alleau geeft in een schitterend voorwoord uiting aan zijn twijfel omtrent de toeschrijving van het manuskript aan de graaf van Saint-Germain. Het curiosum is verschenen bij Denoël. Naast dit boekje kocht ik ook L'énigmatique Comte de Saint-Germain van Pierre Ceria en François Ethuin, een stel gekken zoals je er weinig tegenkomt. Pauwels en Bergier lijken naast hen wel godloochenaars te zijn. Ceria en Ethuin zijn vast overtuigd van 's mans mogelijkheid tot overleven, herverschijning enzomeer: ‘Le problème de l'immortalité reste inexplicable quand il n'est pas rattaché à la Grande Tradition ésotérique. C'est ce que nous avons fait et Saint-Germain a pris

[p. 108]

dès lors une toute autre dimension.’

Zoals de meeste leugenaars hebben Ceria en Ethuin het voortdurend over ‘feiten’. Neem pagina 23. Zij citeren Annie Besant die in The Masters schreef dat Christian Rosencreutz terugkwam op deze wereld als, achtereenvolgens, Hunyadi Janor, Monnik Robert, Francis Bacon en Graaf van Saint-Germain. ‘Faut-il parler d'hérésie’? vragen onze dapperen. Nee hoor, want Frater Syntheticus - iedereen kent hem - schreef in 1925 in het Hollandse tijdschrift Licht en Waarheid, en nog wel in het Frans blijkbaar: ‘L'esprit du fondateur Christian Rosencreutz s'est réincarné dans plusieurs pays d'Europe [...]. En ces jours, il a pris corps et quoique inconnu du monde, il est une force active dans les affaires de l'Occident.’ En wat konkluderen Ceria en Ethuin? Precies: ‘Les Faits' sont donc troublants et le comte de Saint-Germain paraît atteindre une dimension qui nous échappe.’

Deze leuke jongens maken dan in de loop van de meer dan tweehonderdvijftig pagina's die ze hebben volgekregen ook een boel mooie opmerkingen zoals ‘Rationaliste, V.E. Michelet ignore le hasard.’ Daar hadden de kommentatoren van Monod nog niet aan gedacht! De mooiste bladzijden vond ik op de pagina's 110-115. Dat begint zo: we weten niets over de vriendinnetjes van Saint-Germain. Het is onmogelijk dat de vriend van de koning geen maîtresses heeft gehad. De stilte die hangt over zijn intieme leven is het gevolg van de diskretie die hij in acht nam. We kunnen dit slechts verklaren door te verwijzen naar de theorieën van de Grands Initiés. (Echt, het staat er allemaal zo.) Die Grands Initiés, die hebben periodes waarin ze aan geslachtsverkeer doen, en andere periodes waarin ze dat niet doen. Het Tantrisme zegt..., artikel 43 van de Rozekruizers zegt..., de Hathayogapradipika zegt..., nou wat zegt dat?

[p. 109]

Dat je aan coïtus interruptus moet doen, en dat zal Saint-Germain wel hebben gedaan, volgens Ceria en Ethuin, want: on ne connaît du reste aucun descendant au comte de Saint-Germain!

Zijn vriendinnetjes waren zelf geïnitieerden, maar ‘Saint-Germain s'est bien gardé d'aimer ses maîtresses pour ne pas transgresser le règlement des Rose-Croix qui proscrit le mariage’! Nog niet gek genoeg: wat zocht de graaf eigenlijk in deze avonturen, die hij misschien wel kende bij prostituées? (Geïnitieerde hoeren, blijkbaar.) Hij zocht zijn psychisch equilibrium. ‘La vie sexuelle de Saint-Germain correspondait donc à des buts bien précis: puiser les forces qui lui manquaient dans les réserves vitales des femmes (sexueel vampirisme van positief allure noemen ze dat); trouver un équilibre physique favorable à ses expériences et enfin, dans ce xviiie siècle qu'il traversa, ne pas surprendre les gens par une chasteté exceptionnelle.’

Deze laatste zin is een van de mooiste die ik ooit las op het einde van een dergelijke anti-redenering: men vertrekt vanuit de vaststelling dat Saint-Germain geen liaisons had waarover iets geweten is en besluit met te zeggen dat hij er had om het te doen geweten zijn dat hij er wel had. De rest van het boek is navenant. De ‘auteurs’ eindigen met de suggestie dat Saint-Germain nog altijd leeft en ‘toujours agissant’ is. Zijn naam kennen ze helaas niet. Ik wel. Het is Heintje.

prepostterug  begin  verder