begin  verderprepost
[p. t.o. V]



illustratie
WILLEM DE VREESE OP VIJF EN ZESTIG-JARIGE LEEFTIJD
Naar het door Albert Neuhuys geschilderde portret


[p. V]

Woord vooraf

De Nederlandse filologie beschikt niet over een eigen inleiding tot de codicologie. Zij behoeft dat niet onmiddellijk te betreuren daar er een aantal voortreffelijke werken buiten het Nederlandse taalgebied zijn verschenen waardoor ruimschoots het gemis wordt vergoed. De lezer van deze De Vreese-bundel kan ze leren kennen uit de voortreffelijke aantekeningen van Dr. Vermeeren, die de kennis en de eigenschappen van een bibliothecaris èn codicoloog en van een filoloog èn didacticus op wel zeer gelukkige wijze in zich verenigt. Bij het geven van zijn toelichtingen steunde hij op zijn rijke ervaringen als universitair docent en als conservator van de handschriftenverzameling der Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage. Hij laat juist ook onervaren lezers niet in de steek.

Intussen zal menig neerlandicus-filologus toch wel de behoefte gevoelen om in de niet gemakkelijke wetenschap die de codicologie inderdaad is, ingeleid te worden aan de hand van studies die rechtstreeks betrekking hebben op hem vertrouwde bronnen of die althans hem meenemen naar het veld van onderzoek waarbinnen de neerlandicus als zodanig zich pleegt te bewegen. Niet dat zulke studies in de recente vaklitteratuur zouden ontbreken! Het zijn juist weer de aantekeningen van Dr. Vermeeren die de belangrijkste onder de aandacht brengen van op dit gebied weinig georiënteerde filologen. Maar elke studie die men leest kan de behoefte doen ontstaan om tot de codicologische beschouwingswijze, tot dit speciale soort van onderzoek, gebracht te worden door een ervaren en algemeen erkend meester in dit vak. In die behoefte kon niet beter worden voorzien dan door het bijeenbrengen van een aantal exemplarische studiën van wijlen De Vreese. En als palaeograaf èn als kenner van de middeleeuwse handschriften in het algemeen - wij zeggen dus thans: als codicoloog - was en is hij de grootmeester onder de neerlandici. Bovendien is hij de onbestreden autoriteit wiens bibliografisch en documentair levenswerk in de kostbare Bibliotheca Neerlandica Manuscripta de Nederlandse filologie tot in lengte van dagen zal blijven voeden, - en opvoeden.

[p. VI]

De veelzijdigheid van De Vreese's publikaties op dit gebied is zo groot, dat men de weloverwogen keuze die de samensteller voor deze bundel uit het werk deed, mag beschouwen als een cursus voor de hogeschool der filologie, in het bijzonder der neerlandistiek. Iedere lezer die de waarde ervan ontdekt in methodologisch opzicht en met betrekking tot vaktechniek, zal gebruiker, zal raadpleger van dit boek worden. Als gebruiker zal hij er ook een schat van gegevens ontmoeten en dan de samensteller en inleider eens te meer dankbaar zijn voor de vele, kundig en zorgvuldig gekozen, toelichtingen en bibliografische aantekeningen, die het werk verklaren en aanvullen waar de Schrijver zelf in zijn context en situatie met enkele aanduidingen kon volstaan of waar het onderzoek door anderen werd voortgezet nadat De Vreese heenging. Zo is De Vreese geheel naar zijn eigen wezen, met de volle levendigheid van zijn wetenschappelijke persoonlijkheid, in deze nieuwe vorm weer direct bereikbaar voor allen die hem als leermeester kennen, voor hen die hem weer en dan steeds beter willen leren kennen, en voor een jongere generatie die hem thans weer gemakkelijk kan ontmoeten. Zijn stem dient nog lang gehoord te worden in de kring van hen die de oude teksten willen dienen, zijn geest kan er alleen meer bevruchtend werken. Dank zij deze uitgave die een geschenk voor de wetenschap mag worden genoemd.

W. Gs HELLINGA.

prepost  begin  verder