terug  begin  verderprepost
[p. 179]

Het scriptorium van ‘den regulieren in onser vrowen polder’ op Walcheren (1933)

Onder de verschillende chronisten, die berichten hebben verstrekt over het klooster van het Heilig Graf, de ‘regulieren in Onser Vrowen polder’ op Walcheren, is Ermerins de eerste geweest, die vermeld heeft, dat daar boeken geschreven, verlucht en gebonden werden: ‘Zy zullen voorts een deel van hun bestaan gevonden hebben in het schryven, binden en beschilderen van Boeken, wyl de Druk-konst of schoon bekend, echter zoo ras niet algemeen genoeg geoeffend wierd, om Kerken, Schoolen, en de Geleerden van de benoodigde boeken terstond te voorzien’1.

Ermerins staafde zijn zeggen met een vijftal posten ‘uit eene originele verrekening tusschen dit Klooster en den Heer van Vere d'Ao 1474.’

Römer2 en Van der Horst3 hebben het hun voorganger nagezegd; de laatste heeft ook het bewijsmateriaal van zijn zegsman mede overgenomen, diens ééne fout merkwaardigerwijze verbeterd en - er nog ruim een dozijn bij gemaakt.

De bewuste ‘verrekening’ is gelukkig thans nog in het gemeentearchief der stad Veere aanwezig: ze werd daar in loket 176 teruggevonden. Als men ze leest, betreurt men dat Ermerins zich tot het door hem medegedeelde uittreksel heeft beperkt: er staat nog zooveel meer in, dat zijne en onze belangstelling verdient. ‘Om dies wille’ wordt ze hier in de eerste plaats in haar geheel medegedeeld; tevens om de bestaande, foutieve lezingen uit de wereld te helpen. Het stuk is geschreven in een katern van twee foliovellen, en bestaat uit vier bladen.

[p. 180]

+Rekening tuyssen myn here vander veer
ende den regulieren inden polder

 

Om mynen here vander veer

 

+Rekening tuyssen myn here vander veer
ende den regulieren in onser vrowen polder

 

Eerst voer myns heren cappelle ghescreven twe wyntersticken elx van xxxj quaternen fiat lxij quaternen tot iij scellinge grote die quaterne fiat

ix £ x s.g.

 

Noch ghescreven twe somersticken elx groet weesende xlj quaternen fiat lxxxij quaternen tot iij s. die quaterne ende voer binden vj s. fiat

xij £ xij s.g.

 

noch vercoeft mynen here twe souters voer

vj £ g.

 

noch van xiij boken under clein ende groet mynen here ende myn vrowe tuebehorende van formen1 binden ende verlichten tsamen

xviij s. viij d.g.

 

noch ghescreven een orduin cum statutis synodalibus et provincialibus ende een sanboec verbonden met datter in ghescreven was ende noch een vigely boec

een £ g.

 

noch es myn here sculdich de papelicke prouende aldaer alle jaere van xxxij½ C roeden lants van elc ij d.g. fiat v s.v.d. xvj miten ende dat van iiij jaren te weeten lxxj lxxij lxxiij lxxiiij fiat

xxj s. ix d.g. xvj miten

 

myn here es noch sculdich alle jaere viij d. van een stic jaerghetide lants twelc myn here ghecoeft heeft ende leit an syn hoef tot sandenberg ende dat van iij jaren tafter te weeten vanden jaren lxxj lxxij lxxiij lxxiiij fiat

ij s. viij d.g.

 

+Noch es myn here jaerlix sculdich ij s.g. van dat lant dat wy bauen ende vermindert es tot behoef vanden waterganc ende es tafter van iiij jaeren te weeten vanden jaeren lxxj lxxij lxxiij lxxiiij fiat

viij s.

[p. 181]

noch voer myns heren vrowe moueders testament

x £ g.

 

noch ouer een glas dat myn here ons gaf

xxvj s. viij d.g.

 

Somma tsamen xlij £ xix s. ix d.g. xvj miten

 

untfangen hier vp als hier naer ghescreven staet

 

Eerst untfangen by handen van mynen here soe voeren soe naer om stof te coepen

x £ xvij s.g.

 

noch untfangen alsoet blijct inde rekeninge van wouter dircz. vanden jaere lxx de somma van xvj £ xvj s. ij d.g. xviij miten

 

noch untfangen alst blyct inde selue wouters rekeninge vanden jaere lxxj de somma van

xv £ xvij s. vij d.g.

 

Somma van alder betalinghe xliij £ x s. ix d.g, xviij miten

 

Ende myn here es den regulieren sculdich alsoe voerscreven staet xlij £ xix s. ix d.g. xvj miten Aldus soe bliven de regulieren mynen here sculdich de somme van xj s.g. ij miten

 

Dit naer ghescreven es myn here vander veer den regulieren+ sculdich

 

Eerst van twe antiffenalen te scriven ende te binden

xvj £ g.

 

noch van twe souters ghescreven ende ghebonden

vj £ g.

 

noch van een briuier te binden

iiij s.g.

 

noch van twe boeken te binden ende te verlichten die myn here tuebehoeren

x s.g.

 

noch voer myn vrowe een boec in fra[n]soeis ghebonden ende verlicht

ij. s. iiij d.g.

 

noch voer myns heren here vaders annoversarius te duen vanden jaere lxxv

een £ g.

 

noch voer hondert missen die myn here onslieden heeft bevolen te duen

xxxiij s. ij d.g.

[p. 182]

Somma xxv £ ix s. vj d.g.

 

Hier teeghens syn de regulieren mynen here vander veer weederomme sculdich

 

Inden eersten voer dat gheene voer dat myn here tover ghegheven heeft inder betalinghe voerscreven

xj s.g.

 

noch over de pacht van tlant dat wy bauen mynen here tuebehorende vanden jaeren lxxij lxxiij lxxiiij

xv £ vj s. xj d.g.

 

+Noch over dat scot vanden jaere lxxv twelc jan hughezoon untfinc jaerlix in tersoellaertkerken

vj £ vij s. j½ d.g.

 

noch untfangen vanden reentmeester symon pieterz waer of hy ons brief ende seghel heeft

vj £ g.

 

Somma vanden untfanc dat de regulieren untfangen hebben ende sculdich syn vp gheene dat voerscreven staet

xxviij £ v s.g. xij miten

 

Ende de regulieren syn mynen here sculdich alsoet voerscreven xxv £ ix s. vj d.g. Aldus soe bliven die regulieren mynen here sculdich ij £ xv s. v d.g. xij miten

 

+Dit naer ghescreven es myn here vander veer den regulieren sculdich

 

Eerst van twe antiffenalen te scriven een van 1 quaternen ende dander van xlv quaternen elke quaterne iiij s. fiat xcv quaternen fiat in ghelden

xix £ g.

 

noch van iij quaternen te scriven in een missael ende van binden

x s.g.

 

noch van myns heren here vaders jaerghetide de anno lxxvj

een £ g.

 

noch van myns vrowen boken te binden

iij s.g.

 

noch x morgen lants toter papelicker provende

xx d.g.

 

noch van jaerghetide lant welc lant myn here ghecoeft heeft ende leit an syn hoef tot sandenberg de anno lxxvj

viij d.g.

[p. 183]

Somma van dat voerscreuen staet xx £ xv s. iiij d.g.

 

Hier teghens syn de regulieren mynen here vander veer sculdich

 

Eerst van lantpachte die sy tafter syn noch de anno lxxv

iij £ viij s. ix d.g.

 

noch over dat gheene dat de regulieren ter laetster rekeninge sculdich bleven mynen here alsoe voerscreuen staet int voergaende blat

ij £ xv s. v d.g. xij miten

 

noch untfangen vanden reentmeester symon pieterz

iij £ g.

noch over die tienden die wy ghecoeft hebben de Anno lxxvj

xj s.g.

 

Somma ix £ xv s. ij½ d.g.

 

Ende myn here es den regulieren sculdich alsoe voerscreuen staet xx £+ xv s. iiij d.g.

 

Aldus soe blivet myn here den regulieren tafter ende sculdich xj £ j½ d.g.

 

Wolfart

 

Als we nu trachten samen te vatten, wat in het scriptorium der regulieren zoo ongeveer in de jaren 1471 tot en met 1476 voor den heer van Veere verricht werd, dan vinden we:

 

1.dat ze geschreven hebben:
a.twee winterstukken en twee zomerstukken, die geweest zullen zijn de beide helften óf van een brevier óf - wat het waarschijnlijkste is - van een antiphonarium, samen 72 quaternen = 576 bladen schrifts.
b.één orduin cum statutis synodalibus et provincialibus. Daarmede wordt ongetwijfeld bedoeld een ordinarius, bevattende de onveranderlijke bestanddeelen van de H. Mis, met de synodale en provinciale statuten der orde. Dit woord orduin is een ongewone, nogal vreemde vorm (waarschijnlijk een ‘contaminatie’ van ordine en orduun) dien ik, behalve hier, nog slechts eenmaal ben tegengekomen: in een handschrift uit de eerste jaren der 16de eeuw, dat thans in de bibliotheek van het Groot Seminarie te Warmond berust, leest men: na doerduyn van roome = secundum usum romanum.
[p. 184]
c.een sanboec, d.w.z. een boek met het gezongen gedeelte van de H. Mis, dus een graduaal.
d.een vigelieboec, waarschijnlijk een boek met de officien voor de vigiliedagen.
e.Tweemaal twee antiphonalen, samen 95 quaternen = 760 bladen.
f.Twee souters.
g.Drie quaternen in een missaal.
Alles samen veertien boeken, en nog wel folio's!
2.Verder wordt melding gemaakt van twee souters die miinen here verkocht werden.
3.Aan bindwerk hebben de regulieren geleverd:
a.13 boeken, groote en kleine door elkander, mijn vrouwe van Veere toebehorende;
b.twee souters;
c.een brevier;
d.twee boeken die mijn here en
e.één boec in fransoeis die mijn vrouwe toebehoorden; en
f.dan is er nog éénmaal sprake van mijns vrouwe boken te binden, zonder nadere aanwijzingen.
4.Driemaal wordt uitdrukkelijk vermeld het verlichten, dat is verluchten, van de geschreven boeken.
5.Eénmaal wordt ook het formen, d.i. het op formaat snijden van perkament of papier, uitdrukkelijk vermeld.

 

Deze rekening, die door Wolfaert van Borselen, den zesden van dien naam, eigenhandig onderteekend is, werpt dus wel een helder licht op wat er in jaren 1471-1476 in het scriptorium van de regulieren in den Vrouwenpolder omging. Het is heusch niet weinig geweest. Niets daarvan is, zoover bekend, bewaard of overgebleven, evenmin als van het klooster zelf, dat nog geen honderd jaar later zoo jammerlijk te gronde ging.

1[J. Ermerins], Eenige Zeeuwsche Oudheden, uit echte stukken opgehelderd en in het licht gebragt. Eerste Stukje (Middelburg, 1780), blz. 50.
2R.C.H. Römer, Geschiedkundig Overzigt van de kloosters en abdijen in de voormalige graafschappen van Holland en Zeeland. Eerste Afdeeling (Leiden, 1854), blz. 427.
3Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom Haarlem. Dl. 8 (1880), blz. 141-142.
+bl. 1a.
+bl. 2a.
1Strikt genomen staat er formen.
+bl. 2b.
+bl. 3a.
+bl. 3b.
+bl. 4a.
+bl. 4b.
prepostterug  begin  verder