Amsterdam[,] 19.7.'40
Zeer geachte Heer Vestdijk,
Ik ben U dankbaar voor Uw bereidwilligheid, om eens een persoonlijke kennismaking aan te knopen. Laat ons hopen, dat het in een serene herfst valt (al vrees ik erg voor de serenitas); misschien kunnen we dan over de politieke constellatie nog diverse nieuwe aspecten in ogenschouw nemen.
Ik ben vol bewondering voor de ongeschokte manier, waarop U doorwerkt, en ik heb met de grootste belangstelling kennis genomen van Uw mededelingen over ‘Rumeiland’1 en Aktaion.2 Het eerste lijkt mij naar wat U ervan vertelt, ook erg geschikt voor de U.S.S.R. - Men heeft daar een gloeiende haat tegen de Britten en de Britse hypocrisie (zoals U ook wel begrepen hebt uit de Sowjetpolitiek sinds verleden jaar). - Wat eventuële vertalingen betreft... men vertaalt daar altijd rechtstreeks, zodat Het Vijfde Zegel ook niet anders dan uit het Nederlands zou worden vertaald.3
In verband met mijn vluchtgeruchten (waar ze vandaan komen, weet ik niet, want ik heb geen geld om te vluchten, maar voel er daarenboven ook geen snars voor) moet ik U nog iets melden, wat U misschien in de tussentijd ook al hebt gehoord, n.l. dat Marsman en Tjerk Bottema (de schilder) bij een poging, om per schip
vanuit Portugal naar Z. Afrika te vertrekken, zouden zijn omgekomen. Dit gerucht is hier zeer hardnekkig; Marsman's vrouw zou in een Engels hospitaal liggen.4
Ik heb werkelijk het gevoel, dat we de ondergang van het avondland nu meemaken, in de nuchterste, reëelste zin. Mensen en dingen, die een bepaalde toon aangaven, verdwijnen. Dat, wat ons beloofd wordt, is niet erg aanmoedigend. Men vraagt zich wel eens af, of het de moeite waard was, dat we hier ‘in het hartje van de Westeuropese cultuur’ zijn geboren en grootgeworden. Waarom was mijn grootvader geen boer in Bessarabië?
Ik heb momenteel niets liggen voor Groot-Nederland,5 maar zal, als ik iets produceer, heel gaarne dit ter inzage sturen. Overigens moet U daarover beslissen, geheel onafhankelijk van het feit, of ik enkele gebrekkige pogingen aanwend, om Uw werk in het buitenland verder bekend te maken. Ik werk nogal ongelijk; soms ben ik er wel eens naast, en ik ben er dan alleen maar mee gediend, dat men mij de waarheid vertelt.
Wat De Freule betreft6 ... ja, ik vind het verhaal niet zo heel erg slecht, maar ik moet langzamerhand leren, om op een andere manier te schrijven, en óok over andere dingen. Ik overweeg een kleine roman, die in de 2e helft van de vorige eeuw