terug  begin  verderprepost

9B

Amsterdam[,] 4-12-'40

 

Beste Vestdijk,

Dank voor je kaart. Ik zal my utmost doen, om voor Kerstmis een artikel over D. te schrijven.9

[p. 20]

Inmiddels heb ik je boek over Verwey10 en ook De Zwarte Ruiter van de Gids ter recensie ontvangen.11 Ik ben gisteren met Verwey begonnen en het heeft me een vrij slapeloze nacht gekost. Je schijnt bizonder prikkelend op me te werken (ik bedoel, in stimulerende zin); na de eerste 40 blz. moest ik ophouden, want je hele betoog wekte zoveel associatie's en eigen hardnekkige gedachten, dat mijn hoofd begon te tollen, met het gelukkige gevolg, dat je me weer uit mijn ‘kuil’ hebt getrokken, en ik weer allerlei dingen wil gaan doen. (Eenzelfde uitwerking had trouwens indertijd Lier en Lancet ook op me, dat zul je uit het essay wel gemerkt hebben.)12

Ik kan je nog niets over mijn mening zeggen, dan deze voorlopige, dat ik je methode en redenering verduiveld goed gevonden en lucide vindt, een absoluut nieuwe luciditeit t.o.v. Verwey, waarover eigenlijk in heel Nederland nog nooit objectief geschreven is, aangezien zijn adepten zich niet durfden verstouten tot het aanwijzen van de ‘hiaten in de inspiratie’, waar jij over spreekt, laat staan tot de nuttige en nodige sarcasmen, die men op zijn tijd voor deze Idee-drift voelen moet.13 - Maar ik wil nu eerst het hele boek uitlezen, en stuur je wel een copy van de bespreking. - O ja, nog wel dit: over Gorter, Boutens en Verwey als de

[p. 21]

na-Tachtiger splitsfiguren deel ik je karakteristiek niet,14 vooral niet over Gorter, ten wiens opzichte je de oude legende-vorming verder verbreidt, als zou hij een ‘communistisch’ dichter zijn. Ook dit deel bracht mij blitzartig aan 't denken; ik voorzie de mogelijkheid, dat ik vroeger of later nog eens over Gorter wil schrijven, maar dan over den werkelijken Gorter, mislukt genie, mislukt massaleider, mislukt materialist, de tegenstander van Lenin, de Hollandse kankeraar en toch in aanleg een geweldenaar.15 Ik weet toevallig veel interns van hem, zoals uit de aard der zaak spreekt, en ik kan waarschijnlijk beslag leggen op zijn geestelijk testament, dat bij een van de oude communisten in Nederland berust en dat nooit is gepubliceerd.16 Maar dit alles terloops; je ziet, dat ik inwendig bubbel en borrel. En dat alles door jouw Verwey! - Je citaten (verderop, ik las ze bladerend) krijgen een relief, dat ik ze van tevoren nog niet had zien hebben. Maar nee, ik wil nu alle verdere oordeel opschorten tot na lezing van 't geheel!

Over den Zwarten Ruiter zal ik kort schrijven. Ik vind 't in je oeuvre interessant, maar niet van overwégend belang; bijna een stukje spel, zij het dan op jouw typisch levensniveau. Een soort staal uit je massa-voorraad (ook in andere dessins verkrijgbaar). Vergeef mijn babbelarij, ik houd al op en groet je,

 

van harte

je Theun de V.

 

Kom je nooit in Amsterdam?

9Op 4 november 1940 had Vestdijk aan De Vries meegedeeld dat Groot Nederland in februari van het volgend jaar een speciale aflevering zou wijden aan Dostojewski, en had hij De Vries uitgenodigd een bijdrage voor dat nummer te leveren. Op 30 december d.a.v. bedankte Vestdijk voor de toezending van De Vries' essay (Brieven, p. 13 en p. 17).
Met Theun de Vries' artikel De moderne Dostojefskij zou Groot Nederland jg. 39, dl. I, afl. 2, februari 1941, openen (p. 81-91). Naast De Vries' bijdrage bevatte deze aflevering over Dostojewski bijdragen van Vestdijk zelf, Het schuldprobleem bij Dostojewski (p. 109-119), en van D.T. Spronk (ps. van A.S. de Leeuw) en D.A. de Graaf. Het opstel van Vestdijk werd opgenomen in De Poolsche ruiter, Bussum, 1946, p. 53-61.
10Bedoeld is Albert Verwey en de Idee dat in september 1940 bij A.A.M. Stols te Rijswijk verschenen was. Theun de Vries' bespreking, Op jacht naar kristal, waarin wel de lof maar niet de kritiek uit deze brief is verwerkt, zou verschijnen in Den Gulden Winckel jg. 40, afl. 6/7, juni/juli 1941, p. 1-5. De Vries' opmerking in Brieven p. 15, n. 14 en p. 17, n. 19 als zou de redactie van De Gids - voor wie deze bespreking oorspronkelijk bedoeld was - de bespreking hebben geweigerd, is maar ten dele juist. Weliswaar blijkt uit het typoscript van de bespreking zoals ze in Den Gulden Winckel verscheen en zoals ze bewaard is gebleven in de collectie-De Vries van het Nederlands Letterkundig Museum, dat ze oorspronkelijk voor De Gids bedoeld was, in dit periodiek is echter wel degelijk van de hand van Theun de Vries een bespreking van Albert Verwey en de Idee verschenen, en wel in de rubriek ‘Bibliographie’ van De Gids jg. 105, dl. I, afl. 3, maart 1941, p. 304-305.
11 De zwarte ruiter verscheen omstreeks september 1940 in de Prominentenreeks van L.J. Veen's Uitgevers-Maatschappij te Amsterdam. Theun de Vries zou het boek bespreken in De Gids jg. 105, dl. II, afl. 5, mei 1941, p. 222-223. De Vries' opmerking aan het einde van deze brief komt overeen met zijn oordeel aan het slot van de bespreking in De Gids.
12Aan Vestdijks begin 1939 bij Nijgh & Van Ditmar te Rotterdam verschenen essaybundel Lier en lancet wijdde De Vries in twee opeenvolgende afleveringen van De Stem een uitgebreide bespreking onder de titel Uiteenzetting met Vestdijk, en wel in De Stem jg. 20, dl. I, afl. 3, maart 1940, p. 270-285, en afl. 4, april 1940, p. 395-406. Het opstel werd door De Vries gebundeld in zijn Vox humana, Arnhem, 1946, p. 88-105.
13In Albert Verwey en de Idee schreef Vestdijk onder meer: ‘Hij philosofeert niet over de Idee, - hij exploiteert de Idee. Deze overgang - van de wereldziel naar een Noordwijker werkkamer - lijkt eenigszins abrupt, schijnt zelfs op egocentrisme, of Tachtiger “individualisme” te duiden.’ (p. 25). En: ‘[...] Verwey wilde precies zóoveel van de Idee bewust maken als noodig was om zich als Ideeëndichter boven het dichterlijk vulgus verheven te kunnen voelen [...].’ (p. 26).
14Op p. 20-21 van Albert Verwey en de Idee had Vestdijk geschreven: ‘Zonder mij in het probleem te begeven in hoeverre deze drie namen [nl. Gorter, Boutens en Verwey] - zooals reeds gezegd in dit verband voornamelijk te beschouwen als typische vertegenwoordigers van genres - inderdaad een definitieve overwinning op het individualisme beteekenden [...], en met welke winst of verlies aan artistieke waarden deze overwinning gepaard ging, zou ik hier vooral willen wijzen op datgene wat de richting Boutens en Verwey gezamenlijk onderscheidt van die van Gorter: het element van mystische of philosophische zelfbezinning, dat bij den laatstgenoemde, hoewel uiteraard niet ontbrekend, geheel ondergeschikt blijft aan een sociaal-collectivistische dogmatiek, die alleen nog toetsing toelaat op de eigen rechtzinnige overtuiging.’
15Aan Herman Gorter heeft De Vries nimmer afzonderlijke, kritische aandacht besteed.
16Bedoeld is Dr. J.A.N. Knuttel (1878-1965). Over diens omgang met Gorter, zie Ger Harmsen, Dr. J.A.N. Knuttel. Neerlandicus en communist, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1968-1969, p. 144-164, m.n. p. 149ff. Een ‘geestelijk testament’ van Gorter is niet aangetroffen in de nalatenschap van Knuttel, die door Theun de Vries beheerd wordt. Mogelijk doelt De Vries op een van de volgende door Gorter geschreven programmatische brochures of artikelen: Een verklaring van Herman Gorter (1918), Het opportunisme in de Nederlandsche Communistische Partij (1921), of Thesen voor de Internat.[ionale] Nederl.[andsche] commissie (ca. 1920) (cf. Herman de Liagre Böhl, Herman Gorter. Zijn politieke aktiviteiten van 1909 tot 1920 in de opkomende kommunistische beweging in Nederland, Nijmegen, 1973, p. 211, p. 223 en p. 227-228).
Alleen Gorters Thesen zijn werkelijk ongepubliceerd. Gorter stuurde ze aan W. van Ravesteyn ter rechtvaardiging van zijn van de officiële partijlijn afwijkende stellingname; het enig bewaard gebleven exemplaar van de Thesen bevindt zich dan ook in diens archief, dat bewaard wordt bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam. Gorter, die in 1927 overleed, brak echter reeds zeven jaar voordien, in 1920, met de Communistische Partij Holland, en om die reden ook met Knuttel en Van Ravesteyn; van een ‘testament’ kan dus hooguit vanuit communistisch gezichtspunt sprake zijn.
prepostterug  begin  verder