terug  begin  verderprepost

76A

3.4.44

 

Beste Simon,

Ik vond dezer dagen dit boekje van Faulkner, tweedehands, en dacht, dat jij er misschien iets aan zou hebben, je houdt nogal van hem.50

Ome Jan was hier,51 hij is razend verrukt van je anti-godsdienst-lezingen (zal ik nu maar zeggen); hij zou over allerlei punten graag met je willen praten, omdat het hem zelf zo bezig houdt. Maar je scheen hem nogal verre van je te houden, wat hij in dit geval betreurde. Ik zeg je dit maar even, dan weet je, dat het niet zijn bedoeling is, om pietluttig te zijn of je tot omwerken van bepaalde dingen te dwingen.52

Hier zijn we allemaal ziek, mijn zoon en ex-vrouw hebben roodvonk en diphterie, en ik een verwaarloosde griep + inzinking + te lage bloeddruk, zodat ik niet werken mag, wat ik toch lekker doe, want ik heb allerlei dingen in mijn hoofd. Ik werk aan een groot gedicht (na jaren!)53 dat ik je graag toe zou willen sturen, als het af is.

Maken jullie het goed? Ik hoop het. Veel goeds en hart. groeten aan jullie allebei,

 

je Theun

[p. 43]


illustratie
D.A.M. Binnendijk te Regina, juli 1934

50William Faulkner, Soldiers' pay, London, 1930.
51Bedoeld is J.L. van Tricht, de directeur van Van Loghum Slaterus' Uitgeversmaatschappij (zie p. 26, n. 26).
52Vergelijking van de drie handschriftversies van De toekomst der religie die bij het Nederlands Letterkundig Museum berusten, met de uiteindelijke gedrukte tekst, leert dat er geen wezenlijke veranderingen zijn aangebracht door Vestdijk. Op 23 april 1944 schreef Vestdijk aan De Vries: ‘Met oome Jan sprak ik af de tekst van de lezingen toch nog maar om te werken, zoodat het lezingkarakter komt te vervallen. Ook zond hij mij enkele critische opmerkingen en bezwaren, die heelemaal niet gek zijn [...].’ (Brieven, p. 133), en op 10 juni 1944: ‘De “lezingen” zijn nu ook klaar, ik heb bijzonder veel aan de critiek van Van Tricht gehad.’ (Brieven, p. 137).
53Bedoeld is het gedicht Bach. Een voorspel, waaraan Theun de Vries al vóór 1940 was begonnen te schrijven, maar dat pas na 1945 voltooid werd. Het gedicht verscheen volledig in Theun de Vries, Het zwaard des levens, Hasselt, 1966, p. 52-58, in de reeks Poëtisch Erfdeel der Nederlanden, nr. 45.
prepostterug  begin  verder