Maar majesteit! (ed. Paul van 't Veer)


auteur: A.W.P. Weitzel


editeur: Paul van 't Veer


bron: A.W.P. Weitzel, Maar majesteit! Koning Willem III en zijn tijd (ed. Paul van 't Veer). De Arbeiderspers, Amsterdam 1969 (vierde druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 213]

Vertaling van Franse teksten

Pag. 28. ‘U zult zien, dat duurt tot de Franse keizer zich ermee bemoeit, en dan zal 't eens even gezegd worden.’

‘Ja Sire, als ze [de Pruisen] tenminste niet ook de Fransen verslaan.’

‘De Pruisen de Fransen verslaan? Weer wat nieuws! Hoe haal je 't in je hoofd?’

Pag. 30. ‘Maar meneer, U kunt 't niet weigeren. U heeft een zoon, ik heb hem bij u thuis gezien. U moet net doen als kolonel T. te Luik en voor uw zoon [mijn voorstel] aannemen. Hij krijgt een geschenk waarmee hij nooit moeilijkheden zal krijgen, ook niet als U ondanks al Uw pogingen geen succes heeft.’

Pag. 55. ‘Oh, dat is niets, laten we gaan zitten; die bedienden zijn allemaal zo.’

Pag. 60. ‘Dat heeft wel lang geduurd, weet U!’

Pag. 61. ‘O ja! Maar ik, wat krijg ik? Blijf ik altijd zitten met mijn vijf stuiver?’ Het Franse liedje in de voetnoot: ‘Vijf stuiver, vijf stuiver; voor onze huishouding. Vijf stuiver, vijf stuiver; vrouw, wat moeten we beginnen.’

Pag. 69. ‘Wie is die man met z'n geweer, wat wil hij van me?’ ‘Wat wil die man toch van me die ik altijd op mijn weg vind?’

Pag. 70. ‘Donders, wat doet U; ik heb U bevel gegeven naast me te blijven.’

Pag. 76. ‘Laat haar maar komen.’ (Plechtiger: Dat zij kome!) ‘Dan is alles geregeld.’

Pag. 77. ‘Er is geen twijfel aan; ik zal niet trouwen.’

Pag. 79. ‘Wat wil men dan toch van me?!’

Pag. 80. ‘Niets méér!’

Pag. 81. Het aanstaande huwelijk ‘van een oude koning, bekend door zijn liefdesavonturen met een jonge zangeres, die wat haar zingen betreft kan worden vergeleken met een roos, en wat haar schoonheid betreft, met een nachtegaal.’ Na de dood van de koningin ‘verspilde de koning geen tijd met nutteloze fijngevoeligheden’ maar besloot terstond het huwelijk aan te gaan.

[p. 214]

Pag. 119. ‘Onverenigbaarheid van hart en geest’, meer nog een onverenigbaarheid van geest dan van hart.’

Pag. 123. ‘Je ziet er goed uit... je bent dik geworden.’

Pag. 125. Les jupons: de rokken [draagsters].

‘Sire, het gaat om een vorstin die wij vereerd hebben!’

‘Mijn positie hier is buitengewoon moeilijk en delicaat.’

Pag. 149. ‘Slechte redevoering, daarom heb ik niet geantwoord.’

Pag. 160. ‘Ik laat me niet dwingen.’

Pag. 179. Esquirol: ‘Over het algemeen wordt opgemerkt, dat krankzinnigen, haat en afkeer opvatten jegens bepaalde personen, zonder enig motief en zonder dat iets hen daarvan kan afbrengen’.