|
|
|
| |
| | | |
De geuren der goede wereld.

EEN twijgje van het kruid basilicum, aan den neus gehouden,
doordringt den mensch met fijnen geur en vrede; een gering blaadje tijm,
tusschen de vingers gewreven, het behoeft niet meer dan een splinter te zijn,
riekt naar een stille, warme wereld; een groen takje dil, als men den tijd neemt
het lang en diep te bekijken, is een gewas waaraan een sterrenhemel kleine geele
bloemen bloeit; en als ge kruizemunt fijnwrijft, waait u uit de dalen van een
gezegend landschap een frissche wind tegen. Het is goed aan kruiden te ruiken in
dagen van zwarigheden; ze ruiken naar de goede wereld.
Kruiden zijn een zegen der menschheid, ze waren het | | | | voor duizend
jaren en ze zullen het na duizend jaar zijn, ze zijn een wonderwerk van kracht
en geur en gratie; en ze groeien in een verloren paradijs voor de meesten van
ons ....
Zij behooren tot de wereld der kleine dingen die onsterfelijk zijn, en wij
bemoeien ons zoo druk met de groote dingen die sterfelijk zijn, dat wij
nauwelijks tijd hebben voor al dit kleine en kostelijke. Wanneer men weten wil
hoe haastig en liefdeloos en onbeschaafd de wereld geworden is - al schrikt ze
dan af en toe nog eens wakker uit haar droom van hoogere beschaving, als dezer
dagen - dan kan men onder anderen eens in een kruidentuin gaan wandelen, een
zeer leerzame les.
Van al het fijn gevederde en ranke en sterke dat er groeit aan heilzaamheid en
smakelijkheid kent de mensch nog maar een ziertje; hij is zoo hoogbeschaafd
geworden, dat hij weinig liefde meer heeft voor het eenvoudigste. Vraag uw
huisvrouw of echtvriend eens wat hij of zij werkelijk nog weet van het goed
gebruik der eenvoudigste keukenkruiden, van tijm en kervel en marjolein, van
rozemarijn en kruizemunt, van pimpernel en basilicum, dil, dragon en
boonenkruid, koriander en citroenmelisse, ja van peterselie en selderij? Om er,
een enkel daarvan uitgezonderd, een verschen tak van te krijgen, zult ge vele
straten moeten loopen, en zelfs gedroogd vindt ge het niet naast de deur.
Ik betwijfel of ge altijd versch gehakte peterselie op uw doperwtjes krijgt, ik
vraag mij af, of ge een blaadje dragon krijgt bij uw komkommersla en een twijgje
boonenkruid bij uw groote boonen; ik weet zeker, dat uw vleesch zelden gebraden
wordt met een blaadje van het edel kruid basilicum.
Waaraan ligt dit? Aan de kosten? Larie, leuterkoek en labberdoedas; voor tien
centen heeft men een handje van alle kruiden. Ligt het aan de luie
groenteboeren? Ten deele, maar iedere groenteboer verkoopt nog graag voor een
dubbeltje extra. Hij blijft echter niet graag met iets zitten, en men vraagt hem
niet vaak kruiden meer. | | | | Het ligt er dus alleen aan, dat u en ik te
onbeschaafd zijn geworden hem om kruiden te vragen ...
De ooms en tantes, kleinkinderen en nanichten van de familie Nurks zullen wel
zeggen, dat hier weer een dwaas pleidooi voor het materieele gehouden wordt,
maar hoor eens hier: Shakespeare kende alle kruiden, dat is tienmaal meer dan de
onbeschaafde Nurksen van zijn en onzen tijd samen, en Ronsard, in zijn gedicht
op de salade, wist er meer van dan thans menig vermaard maître d'hotel. Met dat
materieele is het dus een zeer problematische zaak. God gaf zich de moeite de
kruiden te scheppen, en de heer Pietersen is zoo wijs er niets meer van te
willen weten. Poor Mr. P.....
Wanneer men aan één ding de zorgeloosheid en haast der huidige huiselijke keuken
kan bewijzen, dan is het aan deze verwaarloozing der kruiden. Brillat Savarin
heeft gezegd, dat als de Fransche revolutie nog vijf jaar langer geduurd had,
het recept van een goede ragout verloren zou zijn gegaan. De verzuchting van een
smulpaap, zegt menigeen.
Maar keer de zaak eens om: denkt ge soms dat een wereld, die de goede en
eenvoudigste kleine dingen niet meer kent, die haar kruiden voornamelijk in
gepatenteerde sausfleschjes, haar groenten in blik, haar politiek in slagzinnen,
haar religie in gemakkelijke en vereenvoudigde vormen en haar literatuur in
bevattelijke richtingen kent, de ware en de beste wereld is?
Laten wij vooral eens hartgrondig culinair redekavelen over wat het kruid in de
keuken beteekent: het maakt het verschil tusschen slordig koken en kookkunst.
Ik beperk mij tot het eenvoudigste. Zie eens wat versche of gedroogde basilicum
te krijgen, een door negen van de tien menschen vergeten kruid, en braad het
mede met het vleesch. (Bij gedroogde kruiden vergete men niet, dat de meeste na
een jaar weinig deugd meer hebben. Jaag uw kruiden- en groenteboer | | | | op, ter eere van hun beroep, en uw plezier!) Het kruid basilicum maakt van een
oud schaap een malsch lam en van een runderlapje iets anders en nieuws.
Marineer uw lamsbout eens inderdaad, dat wil zeggen met pimpernel, tijm en dragon
en selderij en prei, en laten wij daarna uitmaken wie er niet meer van lamsen
schapenvleesch houdt.
Bak uw bananen eens in de bruine boter, samen met een blaadje dragon en een
snipper tijm; doe eens een nagelspits en niets meer kruizemunt bij de thee in
den pot, hak eens een heelen bos kervel fijn om er een Schotsche haring mee te
bedekken op den schotel. Ge zult miraculeuze kleine en goede verschillen
proeven.
Kook uw baars eens in vischwater dat eerst een halfuur lang gekookt heeft met
marjolein en dragon, en een handvol gesnipperde snijboon; bak uw
varkenscarbonade of ander en vooral vet vleesch met een struikje dil en een
citroenschil; maak de sla eens aan met fijngehakte citroenmelisse, en vergeet
bij de tuinboonen het boonenkruid niet meer. Begin eens met kruiden te koken en
te spelen op goed avontuur, waag eens een handjevol van wat ge krijgen kunt in
een stoofpannetje, met een druppel of tien azijn, een klontje boter en wat
fijngesneden ham of spek en bouw me daar eens een saus mee op.
Het kan, mevrouw, alleen aan u liggen als ze slecht is. Van de voorhistorische
tijden af is het kruid de eerste verfijning der kokerij geweest. En vanaf het
eerste beschaafde tijdperk der menschheid is te véél kruiderij de pest van de
keuken geweest.
Maar men moet de kruiden ten minste kennen. Indien er ooit een bond van
verwaarloosde broodverdieners wordt opgericht, zal een der artikelen op het
programma luiden: Van de vrouw wordt eenige kennis der kookkunst en der kruiden
gevergd.
Indien er ooit een bond van verwaarloosde groentenboerenklanten wordt opgericht,
zal een der artikelen luiden: het kruid tijm is edeler dan de winterwortel, de
| | | | savoyekool is een boer en de basilicum een dichter, de kervel is
van adel en de bloemkool een burgerman. Men kan dit alles ietwat bloemrijk
zeggen, omdat deze bond nooit zal bestaan, helaas ...
Ik heb u slechts wakker willen maken, in een tijd die geen tijd heeft, om u eens
aan een kruid te laten ruiken hoe gezegend en geurig de wereld geschapen is, en
om, gezeten op een eeuwenoud stokpaard, u de les te leeren, dat de ware
beschaving die is, welke muziek en poëzie zoo noodig heeft als dagelijksch eten
en die goed dagelijksch eten niet minder weldadig acht dan een kleine
huismuziek. Als wij het daar over eens zijn, welke schatten van harmonie kunt ge
dan niet scheppen uit tien centen kruiden!
En in welk een disharmonische en chemische wereld leeft ge dan, met het
gepatenteerd fleschje-waar-allesinzit op tafel; probeer het eens ouderwetscher,
eenvoudiger en eeuwiger, herinner u eens, dat er kruiden geschapen zijn, en leer
er wat mee te beginnen. Ga op avontuur met de marjolein, de tijm en de
pimpernel, de kervel en de basilicum, de dragon en de kruizemunt als ge wat van
koken wilt leeren verstaan, ge kunt er eeuwenoude en troostrijke werken des
vredes mee verrichten; het kost niets, slechts liefde, zorg en kennis, in een
woord, goede wereldsche beschaving; datgene, wat Europa dezer dagen zoo bitter
noodig blijkt te hebben.
|
|
|