|
|
|
| |
| | | |
Macaroni en spaghetti.

ER zijn eters, die zich nooit ofte nimmer met de spaghetti of
haar oudoom de macaroni willen verzoenen, omdat zij er eens in een van die
ingewikkelde gevechten mede gewikkeld zijn geweest waarbij iedere Europeaan
behalve de Italiaan de nederlaag lijdt, en bovendien, wat voor een goed
Nederlander of Brit veel erger is, waarbij hij ietwat belachelijk is in zijn
nederlaag. Laat ons dus ditmaal met het slot beginnen: te weten de kunst om
macaroni en spaghetti te eten.
Om deze kunst terdege te begrijpen schaffe men zich een goede reproductie van de
Laokoongroep aan. En wat ziet men? Er is bij dit vermaarde kunstwerk eigenlijk
niet zooveel slang, en veel meer mensch; maar de slang is den mensch de baas,
veel meer dan de mensch de | | | | slang; in een woord, als de mensch de
slang beter hanteerde zou het in het geheel geen tragische zaak zijn.
Dit nu is, hoogst grof en onartistiek, maar redelijk gezegd, hetzelfde geval als
met den spaghetti-eter (Macaroni kan men nog aan een vork prikken. Spaghetti
spot met deze poging, en als men zich op andere wijze steelsgewijs tracht te
redden door ze in stukjes te verdeelen, spot ze ook daarmee en glibbert vaak van
de vork àf. Bovendien is spaghetti in kleine stukjes iets als erwtensoep zonder
varkensoor; het hoort niet zoo).
Men beginne dus met zich de in dezen tijd aan ieder beschaafd mensch uit zijn
jeugd bekende kunst van het matjes-vlechten te herinneren, en vlechte van eenige
spaghetti met de vork, al wentelend en keerend, een fraai matje, een soort
gevlochten spaghetti-pakje.
Dat is eigenlijk alles. Men neme niet te veel hooi op zijn vork, en lette er op
het vlechtwerk de grootst mogelijke dooreengeslingerdheid te geven. Immers door
deze dooreengeslingerdheid doen, op het gezegde beeld van den Trojaanschen
priester van Apollo en zijn beide zonen, de slangen de menschen sneven, en dus
dient men de spaghetti met haar eigen wapenen te bestrijden. Zij tracht ù te
omslingeren: omslinger hààr tusschen uw vorktanden, en het is kinderspel. Of ga
naar Italië, en luister naar uw buurman.
Wilt ge de ware macaroni en spaghetti temmen, dan komt er van te voren nog een en
ander aan te pas. De gebruikelijke gebreken van een Noordelijke spaghetti of
macaroni zijn, dat ze te gaar en dus lijmerig en smakeloos is en slap en
papperig aan elkander kleeft, of wel dat ze, in haar bekendste gedaante, als
schoteltje uit den oven (mèt hàm en kààs) nogal eens droog uitvalt. Waarom
overigens, in vele huisgezinnen in negen van de tien gevallen de oven alleen
gebruikt wordt voor het macaroni-schoteltje, het jachtschoteltje, de panvisch en
de aardappelpuree met een korstje - dat behoort tot de culinaire raadselen ...
| | | |
Men neme dan een zeer groote pan met flink kokend water - macaroni en spaghetti
moeten kunnen zwemmen.
Het water wordt gezouten met 8 gram per liter. Zoodra het water weer kookt, geve
men juist genoeg hitte om het in dien natuurkundigen staat te houden; niet meer.
Het valt niet te zeggen hoelang er gekookt moet worden. De specialisten
verzekeren ons dat versche spaghetti en macaroni aan een minuut of zes, zeven
genoeg hebben. Helaas; wat men ten onzent koopt is meestal eenigszins belegen,
het vergt wel een kwartier, twintig minuten, waarna men de pan op zèèr klein
vuur weg zet, om ze nog eens eenigen tijd zonder koken te laten opzwellen.
Koop altijd uw S. & M. in een zaak met flinken omzet. Overjarige S.
& M. wordt steeds onhandelbaarder.
Kook ze niet in bouillon; gebruik dien liever later. Kook ze vooral niet te gaar,
het ontneemt haar den waren smaak.
Laat na de kokerij alle S. & M. uitdruipen tot op den laatsten druppel
water. Natte S. & M. is even erg als kleffe rijst. Ik heb een bekwaam
Napolitaansch herbergier bespied, die zijn spaghetti op het vergiet nog eens
afspoelde met een ketel warm water, om ze goed schoon en glad te hebben.
Hierna immers doet men flink boter, of olijfolie in de pan, en ‘droogt’ ze, dat
wil zeggen, men verdampt het laatste water.
Men neemt op 250 gram - dat is gerekend voor 4-6 personen - wel 80 gram boter om
dezen noodigen handgreep te verrichten. De macaroni of spaghetti is hierna klaar
voor verdere avonturen, en er behoeft niet altijd ham en een oven aan te pas te
komen.
Men kan, in den tijd der aubergines, met twee of drie daarvan en een zestal
tomaten, een handjevol gehakte champignons en gehakte peterselie of wat men van
deze zaken heeft, een aangename afwisseling maken. Men snijdt de aubergines in
plakken besprenkelt ze met zout | | | | en laat ze een paar uur uitlekken,
als komkommers. Daarna droogt men ze goed en bakt ze in de olie, als gebakken
aardappels. Men neemt ze er uit; vervangt ze in de pan door de gevierendeelde
tomaten zonder schil, nat of pitten, en bakt ook deze; ten slotte vervangen de
champignons de tomaten, en als ook zij klaar zijn doet men het alles op over en
door de macaroni of spaghetti, met flink gehakte peterselie, en gemalen kaas
naar verkiezing.
Ook de gangbare Italiaansche manier den schotel op te doen met een goed
vleeschnat kan zeer smakelijk zijn.
Men snijdt een stuk rundvleesch, bijv. een ons per persoon in kleine
dobbelsteentjes - vraag uw slager welk vleesch hij in dit geval het beste vindt
- maakt een fijngehakten ui bruin in het vet en smoort hierin het vleesch goed
gaar met kruiden, laurier, tijm, een kruidnagel etc.
Men lengt aan met water of liever bouillon, of een glas of wat witten wijn en
mengt dat alles ten slotte door de gereedgehouden warme spaghetti of macaroni.
Hierop zijn gelijk het spreekt ontelbare variaties. Men kan kip nemen en
varkensvleesch en kleingesneden groente, men kan tomaat en tomatenpuree
gebruiken, het knoflook speelt zijn partij, kleine gehaktballetjes noch
champignons zijn te versmaden.
Voorop sta, dat het mengsel niet te nat, noch te droog zij; het ideaal is een
smeuiige en kruidige schotel, waarin alles past.
In de Provence leert men een niet te versmaden spaghetti-schotel kennen, waarbij
de ontzoute filets van een zestal ansjovissen even opgestoofd worden, en niet
gekookt, in olie of boter; men voegt daar een lepel of vier tomaten-puree aan
toe, maakt het samen heet, strooit er gehakte peterselie over en mengt de
ingrediënten, ook die welke ge daaraan per gelukkige ingeving nog zoudt willen
toevoegen.
Een Napoliaansche wijze van bereiding is rundvleesch | | | | in bouillon of
rooden wijn zoo smoorgaar te stoven met groenten, dat men het alles tenslotte
door de zeef kan wrijven, waarna het een dikke saus lijkt. Men legt deze laag om
laag in een schotel met de gare spaghetti en geeft ze zoo, zonder in den oven te
gratineeren.
Volgt men het eenvoudigste recept - waarbij gemalen kaas de eenige toevoeging is,
dan heeft men op 250 gram een 30 gram gemalen Gruyère en 40 gram Parmezaansche
noodig. Het verdient aanbeveling eerst de helft van de gemalen kaas door de S.
& M. te schudden en deze even op een klein vuur te warmen en te mengen
door ze nogmaals te schudden. Eerst daarna gaat men met de rest van de kaas op
gelijke manier te werk.
Hollandsche kaas - als men ze gebruiken wil - dient van zeldzaam belegen soort te
zijn. Te jonge Hollandsche is niet poederig maar klonterig, en geeft in het
gerecht de kaasklontjes, die lang niet iedereen naar den smaak zijn en dezen
schotel, die licht en geurig dient te zijn, soms zwaar en vettig doen smaken.
Macaroni en spaghetti zijn gerechten, waarmee men muziek moet leeren maken, nu
eens zus, dan eens zoo: een stevige schotel voor geduchte eters, of een fijne en
vindingrijke specialiteit van het huis, waarbij noch de truffel, noch de
champignon, noch de kostelijkste jus zijn effect mist.
Het begin is het halve werk, dat wil zeggen; men koke S. & M. maar niet
zoo zonder omzien, en tot pap; doch met beleid en overleg en tot iets dat
smakelijk, sierlijk en met eenige oefening zelfs in ellenlange gedaante wel
tembaar is.
|
|
|