
Een voornaam Dichter, die in 't jaar Eén gebooren is op den Oever van de Rivier de A, zingt ergens;
want wanneer 's Mans Geduld zig, eens en eens, heeft gefamiliariseert met de Vermaaning van een buigzaame Rotting, dan zal hy zig, tweemaal en tweemaal, gewennen, aan de onbuigzaame Zedenles van een Bezemsteel.
Staa ruim, achtbaare Toezienders, daar komt een duistere Wolk aanrollen, uit het Firmament van Gooiland, die het Y dreigt te ontstellen, door een Onweêr van Aardigheden, en Argivische Zinspreuken. De Argus, hervormt in *Proteus, staat gelyk als een Klapwakers Nieuwjaars-wensch, in 't licht te komen, in 't jaar van twee doubletten van twee zessen. Hy mediteert niet meêr over het sterflot
van zyn veroordeelden Fenix, die, zo deerlyk, door de Beulzamieke hand eens Dienders, is opgeoffert, over de Turf-myt van een Tabaks-konfoor. Hy slacht de Zee-roover van de Elf, Stortenbeker genaamt, die zyn Makkers poogde voorby te loopen, na dat hy den kop al kwyt was. Hy verlaat zyn Stieren en zyn Ossen, waaraan hy zo veel deel heeft, als een oud Man deel heeft in den Opslag van het Hoorngeld onder zyn Familie, om voor Proteus, dat is, om voor Zot, te loopen; en die geweeze Argus, die, jaar uit, jaar in, den Rol van een Land-zwaluw heeft gespeelt, dreigt nu den Amstel, om den rol naar te bootsen van een Water-god.
Maar, zacht! zacht! Ontleeder der Gebreken, is u wel bekent, dat de toekomende Proteus, die zig zo ridderlyk heeft gedistingeert op den Vegt-bodem, met de bloedige Floretten, thans is geoccupeert om zyn Pen te versnyden met zyn onschuldig Krakeel-yzer? en is u wel bekent, dat geen Rol hem beter convenieert, dan die van Proteus? zo je als nog een Vreemdeling bent, in dat Babel-geheim, wel aan, dan zal ik de Kluizenaar zyn, die een kaers zal ontsteeken voor den St. Kristoffel der Abderieten.
De Zeegroene Proteus is een Zee-god, die zo veranderlyk is, als een zeker Schouwburgs Acteur, in 't Ontzet van Leiden, die een half dozyn Perzonaadjen verbeeld, op eenen avondstond.
Proteus kan zig hervormen in een Stier. Met dien Buls-rol is Argus zo familiaar, als Broeder Felix familiaar is, met de Sprookjes van de Vruchtbaarheid der oude Wyven, of met de Vertellingjes der vetgemeste Brouwers.
Proteus hervormt zich in een Vuur. Het Vagevuur van de Voorloop van Brandewyn, en de Hel van Guajak, waar in Argus zo dikmaals de brandende Quarantaine heeft gehouden, hebben hem zo ongevoelig gemaakt, voor alle hette, en speciaalyk voor den gloed van Eer, dat hy, des noods zynde, het Element des Vuurs zou konnen goed maaken.
Proteus hervormt zig in Water. Die Hervorming is het talent van Argus, want zyn koele Conversatie, zyn yskoude Vermakelykheden, zyn Laplandsche Bespiegelingen, zyn Scytische Zeedelessen, en zyn Nova Zembla's Nieuwstydingen, zyn zo stremmende, dat één éénig Mondgesprek, de allerdroogste Gesteltenis zo waterzuchtig doet worden, als die van de Egyptische Godheid, de dikgebuikte Canopis.
Proteus hervormt zich in een Luipaart. Zonder dat ik eens insisteer op de vlekken van zyn Huid, of op die van zyn Equivoque Naam, wie is grooter Luipaart dan Argus? Hy ziet, en hy kent zyn Boezemvriend, in 't gekroonde Coffihuis, die Vriend, die zo meenigmaal heeft getragt, om zyn Solinger El te meeten, met de Katoen El van Argus, en hy verdwynt zonder eens te huilen, of te bassen. Waarlyk Argus is een Schermmeester van *Valence, die al zyn Quarten en Tiercen bewaart tegens un Coup de Nuit, en die nooit de Pook ontbloot, dan tegens de Rugstrang van zyn Vyand.
Proteus is een Leeuw, door Konst, en Argus is een Leeuw door de Natuur, want hy is zo bang als de Duivel voor 't geschrei van een stouten Haan.
Proteus herschept zig in een Draak, en Argus, die zo geschubt is, als die van St. Joris, speelt voor Draak in de Tusschewydte, en voor Schaap in de Tegenwoordigheid.
Kortom, Heer Ontleeder, de Argus alleen reprezenteert een Zodiak van Dieren, hy alleen verstaat de Hervorming, en hy alleen is machtig om u zyn gehoornt Hoofd te bieden, en om Proteus, in zyn onderscheidelyke Diers-hervormingen naar te Aapen. Hy alleen zal u de Maat goed doen, tot overloopens toe, doch zo de Zeeuwsche Tarw mogt schaars worden, op de Korenzolder van Proteus, weest dan verzekert, dat je zult volop hebben van Muider zemelen in zyn Papier.
Anubisburg. Het is al zo gemakkelyk om een Schoolmeester te kennen, aan zyn hoogdravenden Styl, dan het is om een Parfumeur te kennen, aan zyn ongemeene Reuk, om een Boschduivel, uit zyn Mede-Aapen te kennen, aan zyn lange Armen, en om de Ridder-order der Maas-Wyn-brouwers te kennen, aan hun opgekookte Scheepjes-schellingen. De volgende Brief, opgestelt door een Kinder-beul van Oudewater, zal u doen zien, dat de Stelling van een Schilder, afgemeeten door de Passer der Oogen, vry wisser is dan de Ordonnantie van een Geneesheer, losjes gegist, op de kortbondige Spreuken van Mumin Gaseli, en nog losser gecalculeert op den Meridiaan van den Geneesheer Jan Kerveltaart.
Oudewater den 19. April 1723.
Zonder roem, na waarheid, dient deeze, tot Informalisaatje, dat onze Familie bestaat in een Driehoek, in Man, Vrouw, en Zoon. Wy zyn alle Drie ruim Veertig jaar, uitgezondert den Zoon, de Kracht onzer Lendenen, de Stokroos zyner Medejongelingen, de Staf onzer bejaarde dagen, die, gewogen in het Waaggewigt des Tyds, twintig Zomerponden ophaalt, zynde die een Meester Glazemaker, en Verwer, de meeste tyd myn Ondermeester. Een Jongeling onzes geluks, fris en wel geformeert van Leden, zo UEd' Achtbaarh: begeeren een wel geadresseert Schoolm: en Voorzanger & cetera. G** geeve UEd' Achtbaarh: Wysheid en Voorzichtigheid in de Parlementaire Electie van zodanigen vereischt Persoon, verzekert UEd' Achtbaarh: aangaande myn geestelyke en vleeschelyke Wetenschappen, bestaan in de navolgende dingen.
In Italiaans en Scheeps Boekhouden, Wynroeijen, Konst der Stuurluiden, Landmeeten, zonder roem, doch het is G**s gave. Extraordinaar schoon zingen, zo het UEd: Achtbaarh: begeeren is; zelfs tot verwondering en verbaastheid, dat zo een teder en Nachtegaals ligchaam, zodanig een geluid kan geeven, in 't Zingen en in 't Leezen. Ik spreek niet van myn Buitenlands Kerkbestier in de Voortteeling der Kerkduiven, en Torenspreeuwen, want dat is onëindig, nog van myn vierde verändering van Domicilium, van alle Figuuren, op 't kostelykst, door Ovaals, Ronds, doorgetrokken, alle Zonnewyzers te formeeren, Italiaansche, Romeinsche Letteren, ja tot 50 diversche handen te schryven, Capitaale regels, slinks door één haalen, en vergulden, en diergelyke bovenmenschelyke Wetenschappen, en Capassiteiten meêr, mede in de vlugheid der Penne voor niemand te wyken, en den roem buiten gessoten, een Schoolmeester uit het Uittrekzel aller Schoolmeesters geformeert. Wanneer UEd: Achtbaarh: my gelieven te zien en te hooren, hebben my op UEd: Achtbaarhedens kostens en Misens te Commandeeren.
Myn Huisvrouw, de allerbekwaamste in haar huishouding, en in 't assisteeren van haar School, is benevens my een geheele Schoolmatres, van den schedel des hoofds tot de Voetzoolen toe, ook wort 'er geen Wyn of sterke drank ooit genut over de Grensscheiding
van myn Dorpel. Voor 't laatst, en andermaal, zullen UEd: Achtbaarh: 't nog beter bevinden; aangaande myn Comportement, zal vertoont worden door Ecclesiasticke Heeren onderteekent. Zal my hier op verlaaten, per eerste occasie te koomen, of niet, en verhoope dat aan UEd: Achtbaarh: zal worden geschonken Eendrachtigheid en Liefde in de Electie van een deugdelyk, goed, en eerlyk Persoon, in het vasseerend Ampt van uwen Schoolmeester; blyve na hertelyke Salutatie, prezentatie, en congratulatie van myn onderdaanige dienst aan UEd: Achtbaarheden,
Achtbaare Heeren,
Vôtre tres humble obligante,
Simon Janse Verwyk.
't Adres aan my is, aan Jan Janse de Garnaalman, Bode van Gouda op Oudewater, en woonende tot Gouda, om verder te behandigen aan Jan Janse Verwyk, Schoolmeester alhier.
Cito Cito Cito Port.
Hermesstad. Het lust my thans, om dieswil dat het my weinig lust om te schryven, den Leezer de Grafnaald te verëeren van Balthasar de Vogel, een Man die met zeer veel goede, en met niet minder tegenstrydige hoedanigheden, is behebt geweest. Dit Vaers wiert gedrukt in 't jaar zeventien hondert negentien, doch weinig bekent, door dien de Drukker, die op dien tyd pas zo veel papier in zyn Winkel, als krullen in zyn lokken, ryk was, 'er omtrent anderhalf Boek aan wilde, of aan konde waagen. Dees Grafnaald is tot de Teering toe gecensureert geweest door den Drukker met het Paardshoofd, of die Naald nu zal verkwikken, als een Roos, dan of zy zal declineeren, als de Naald des Huuwelyks, dat moet de Ontleeder afwachten.
Rara Avis in terris, nigroque simillima Cygno,
Juv. Saty. 6.
Te Amsterdam, by H. Bosch is gedrukt en te bekomen Thomas Arents Mengelpoëezy, in 8. En zyn ook te bekomen, van den zelven Auteur, Silo de Hemelsche Minnaar; Sertorius, Treurspel; Roeland, Treurspel; Amadis Treurspel in maatzang,