DE Oude en de Hedensdaagsche Schryvers beschouw ik, (zegt den Ontleeder der Feylen) als een Paar Aarde Stoofpannen, die doodelyk lang den Reuk behouden van het aldereerste Kandeel, waar mee zy zyn ontmaagt; en ik zie genoegzaam zonder behulp van een Engels Vergrootglas, dat geen Kretenser den Uytvinder is geweest van 't grys Spreekwoort; Zo de Ouden Zongen, zo Piepen de Jongen. Deeze Inleyding stelt den Anatomist op 't Papier, om te betoonen, dat de Voorinneeming een Meysjes, en geen Jongens, Eygenschap is; want men ondervint dagelyks, dat 'er duyzende Zaaken werkstellig gemaakt worden, die de Neederlanders Boekten, als Onmogelyk, en die de Duytschers uytschreyden, als Hexery.
Onder de Onmogelyke Overzettingen stellen zommige Dichters, die de Dichtkunde van ter zyde begrynzen, de Overzetting van de Vertellingjes van Jean de la Fontaine; doch wanneer men die Heeren vraagt, Waarom? dan Stuyven zy op met de Oplossing der Kastaanje-braadsters, Daarom, om dat 'er nog geen Waaghals opgedondert is, die dat Fransche Wammes heeft durven aanpassen, waar in dat een Zeker, ik weet niet wat, verborgen is; (dat is) waar in iets onmogelyks is dat een Kind niet kan zien, of dat een Uylskuyken niet kan en begrypen, om dat het eerste, geen Oogen, en het laatste geen Kennis heeft.
Wy zullen eens beproeven, of het doenlyk is, dat Gespens van Voorinneeming te verdrinken in de Vloed Scamander; wy zullen die befaamde Stroom eens poogen te doorwaaden, steunende op een Fransche Bondel van platte Biezen; den wy zullen ten ergsten altoos taamelyk koel van de Reys komen, mids dat wy ons Betrouwen stellen op het Driekoningen Gebedeke van St. Phaeton;
Madrid. Den Agent van den Ridder van St. Joris, loopt de Schoenzoolen te barsten, en de Pollevyen uyt 't Lid, om de Beurs van zyn Meester te recruteeren, met geele Quadrupels, en met witte Stukken van Achten; doch hy vind Overal, (dat is een bedroeft Artykel!) de Hoeden in de Hand, doch de Beursen op 't Nachtslot.
Hey, hey, heydire dey! dat is een vrolyk nieuws voor de Paus! de Nymf van Babel is zo verheugd, over die Tyding, dat zy geresolveert is om een Sarabande te Danssen, in Maskerade; en de Paus wil een Protestant worden, in spyt van het Juyg-en van het Guygjaar. Zyn dat geen onnoozele Britten die hunne Borstelen opsteeken tegens zo een Ridder, tegens een Rid-
der, die zo veel Bankiers heeft als 'er Steeden zyn, en die met zyn Familie aast op het Aalmoesseniers Graan, zonder dat hy geboekt is op de Ceel der Huysarmen. Ey lieve neemt den Ridder in je Bescherming, vroome Britten, hy zal, gelyk zyne Voorzaat St. Joris, de Draaken van Bortpapier verslaan; hy zal de Windmolens bestormen; en hy zal de Engelsche Tarw zo wel verorberen, als een Luchtzwarm van wilde Sprinkhaanen. Indien de Protestanten daar tegens morren en knorren, dan zal hy ze met Rinkels, en met Slaapdeuntjes in de Wieg suyen, om ze naderhant te ontwaaken, met een Handvol tydelyke Wraak, en met een Disciplyn van Italiaansche Schorpioenen.
Sta ruym Mannen voor zo een onbepaalde G... dienst! zo buygzaam als een loode Passer, en zo breet als het Reypad der Helle. Hier hebje eene Religie a la Mode, eerst opent de Paus de H. Deur, met een vergult Hamertje, en dan opent de Senaat het Karneval, met beschilderde Cortesaanes. Een G... dienst (die 't Kunstje van de Verandering fix heeft, is zo scheutvry als Achilles; en een Man die twee Missen hoort, 's morgens, en die twee Poessen kust, 's avonds, is verassureert tegens het Vagevuur. Ga voort, gaa voort dan Kraamers van de Roomsche Zandkoningen, en buygje geoliede Knieschyven neerwaards na 't Element der Aarde, voor den Aalmoessenierende Ridder; bind de welmeenende Britten vast met een Strootje aan de Voet des Appenyns, boeit den Hellespont, steekt den Brand in 't Roode Meer, betuynt de Koekoek, en schryft dan op het Deksel van een Zilvere Bedpan.
Quod vetuere Patres, sed non potuere Vetare.
Dat is voor de Geleerden, Mantje, en laatje genoeg zyn dat ik je dat zeg, zey onlangs een Staatkundig Liefhebber der Geleerdheyt, in Vertrouwen, tegen den Ontleeder der Gebreeken.
Romen. Tusschen de Kardinaal Conti, en den Heer Gambarucci, is een Verschil ontstaan over den Zilveren Hamer, met dewelke Papa voor Huysbreeker heeft gespeelt, in 't openslaan van St. Peters Kerk-portaal, en Papa, die de Aanleyding gegeven heeft tot dat krakeel, zal 't Proces beslechten.
De onfeylbaare Pauzinne Johanna gevoelde geen doodelyker Vlaagen, toen haar de jonge Paus ontslipte in een plechtige Processie, als Papa Klapmuts nu gevoelt, om den rechten Spyker op 't Hoofd te slaan, met den Vergulde Hamer, en om de twee twistende Partyen te vergenoegen. Men zegt dat de Kardinaal Conti zoo veel te meer aanhoud om in de Bezitting te geraaken van dat gulde Hamertje, om dat 'er eenmaal het Kruys van St. Andries mee geteykent is op het Hoofd van een Ketter, en om dat dat zelve Hamertje gesmeed is uyt de Klepel van een Klok, waar van de waarzeggende Protestanten het volgende Sprookje verhaalen.
Den Bisschop van Antwerpen dee eenmaal de Visite in de onderhoorige Dorpen van zyn Bisdom, wordend e overal ingehaalt met het luyen der Klok-
ken, uytgezondert in een Dorpje, alwaar de Klepel in 't Overspel was gevallen, en door een Val zyn echte Klok was ontzonken. Den Bisschop die een Liefhebber van 't Luyen was, ten respekte van een Hoepelroks Klok, waar mee hy gewoon was zig in slaap te luyen, scheen gestoort te zyn, over die Nalaatigheyt, en hy vroeg, met een gefronst Voorhoofd; Waarom dat die Weduwe-Klok niet wiert gerieft met een nieuwe Huuwelyks Klepel? Een gryze Boer die dat gewyd gewelt Verdroot, stoof na den Bisschop, en sprak aldus; Uw Eminentie maakt zoo een Dorpsgeraas over die Klepel, wat raakt dat Ons; maar daar staat een Klok, (vervolgde hy, wyzende op de Preekstoel) die in sestien Jaaren geen Klepel heeft gehad, en echter betaalt de Kerk Hondert Ryxdaalders Jaarlyks aan den Pastoor van groot Zundert, die wy nooit hooren nog zien; laat daar eens een Klepel in hangen, Heer Bisschop.
Dit Sprookje is aan den Ontleeder vertelt, door den Eerwaarde *Pater Suquet, zeer naa op de hoogte van de zevende Fles; en zo 'er zig iemant aan stoort, die kan zig laaten aan melden aan zyn Assche, die tot Brussel bewaart wort in de Kerk der Dominikaanen, de Ingenieurs van O.L.V. Roozenkrans.
Den Ontleeder der Gebreeken zal zyn waarde Leezers toekomende Maandag vervrolyken, met een Pikdonkere Nacht-Avontuur, die hy zig op den Hals gehaalt heeft, door dat doodelyk Traktaat, genaamt de Historie des Pausdoms.
Hy zal die Nacht-Avontuur vergezelschapppen met een 't Zamenspraak tusschen een Paerd en een Fransch Poëet. Waarom niet tusschen een Fransch Poëet, en een Paerd? Om dat de Fransche Paerden den Voorloop hadden boven de Infantery in de Bataille van Blenheym.
t'Amsterdam by Hendrik Bosch, Boekverkooper over 't Meysjes Weeshuys is gedrukt het Viervoudig Huwelyk, Klugtig Blyspel, door Emanuel van der Hoeven. En by E. en J. Visscher, H. Bosch, S. Schouten; en te Leyden by J. van der Deyster, Boekverkoopers, is Gedrukt de Kronyk der Stad Alkmaar. Als mede de Naamwyzer van de Ed. Groot Agtbaaren Regeering der XXVI Raaden der Stad Haarlem.