De Rotterdamsche Hermes


auteur: Jacob Campo Weyerman


bron: Jacob Campo Weyerman, De Rotterdamsche Hermes. Ingeleid door Adèle Nieuweboer. Huis aan de drie grachten, Amsterdam 1980. 


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 345]origineel

No. 51
Rotterdamsche Hermes
Donderdag den 10 Juli 1721.



illustratie

Ulceribus, Galene, vales tantummodo nostris.
Stultitia nostra, Justitiane, Sapis.
Oweni.

DE karmynkleurige Minister van Lodewyk den XIII, de Kardinaal de Richelieu, eenmaal gevraagt zynde wat in een Koninkryk of Republyk nootzakelyker was, een Rechtsgeleerde of een Geneesheer, antwoordde schielyk: Noch d'een noch d'ander. Het zal Hermes lusten heden eens voor Waagmeester te spelen, en de verdiensten van die beide loffelyke Heeren in gelyke schalen tegens malkanderen op te hangen; verzekert zynde, dat (in spyt van dien Kardinaal) een Geneesheer en Advokaat in een Gemeenebest zoo voordeelig zyn als eene vyfde wiek aan een' Wintmolen: een Protector aan eene Republyk; een Mol onder een Parterre Bloemen, of eene Aartbeving aan de verouderde fundamenten van eene Oorlogsvesting.

Geen van beide was nootzakelyk geweest, indien de eerste Man min complaisance voor de Sex betuigt had; maar, helaas! door dien Appellust heeft hy ons onderworpen aan de gestrengheit der Rechten en de ongewisheit der Geneeskunde. De Patroon der Badstoven, de Wysgeer Seneka, decideert met twee woorden die stekelige vraag: Indien wy eerlyk en gezont waren (zegt hy) kon men den Geneesheer in eene kist vol Zenebladers, en den Rechtsgeleerden in eene ton vol Sententien der beide Rechten wechpakken.

[p. 346]origineel

De Kakelaar dient echter de hooge hant te hebben boven den Pisbeziender, dewyl de Geest uit eene verhevener stof dan het Ligchaam is opgemaakt; en de Geneeskunde (volgens Plinius) door beesten en vogels uitgevonden, als noch verscheide overblyfzelen van het onredelyk schepzel conserveert. Maar laat ons die respective Avonturiers eens tegens malkanderen confronteeren.

De Rechtsgeleertheit, aan d'eene zyde, is gelyk die vermaarde Boom in den Lusthof, die in den omtrek van zyne schors de kennis van Recht en Onrecht besloot. Op de Geneeskunde, aan den anderen kant, is, als op een hecht en duurzaam fundament, de H. Vierschaar van Themis gesticht. Want zonder gezontheit zouden niet alleen de heilzame Ordonnantien vervallen, maar zelfs zou'er een stilstant komen in het zuivere bloet van de Justitie, en in de levensraderen aller konsten en wetenschappen.

Is het de Rechtsgeleertheit niet dewelke, als eene bekwame Vroetvrou, de zwangere ligchamen der Steden en Dorpen van derzelver zwarigheden verlost? Zuivert zy de besmette lucht niet door het toewringen van de wintpyp der Overtreders? Verdedigt zy niet de Authoriteit der Rechters? Beloont zy niet de Verdiensten? En haalt zy niet uit haar' eigen Apotheek die Geneesmiddelen waardoor de wanorders en verwarringen worden geremedieert?

Gezontheit is het eenigste inzicht van een' Geneesheer, en hierin is een Doktor egaal met het Zeepaert; maar de Rechtsgeleerde geneest alle kwalen, afhangkelyk van de gedachten, raatslagen en werkingen der menschen.

Doch schoon de Wetten een kostelyk gesteente zyn in den trouring van het Gemeenebest, echter zyn zy niet absoluit tot deszelfs welstant nootzakelyk. De voornaamste Souvereiniteiten zyn geteelt uit roof, gewelt, bedrog, onrecht, en diergelyke adelyke eigenschappen; en hebben zich (spyt Staatkunde en Wetten) in die geweldadige bezitting gemainteneert. Niet dat zy ten eenemaal zonder order of politie geweest zyn, neen, maar hare politie was circum circa gelyk die, dewelke de Napelsche Veltjonkers, de Brigademajoors der gemeene wegen, en Nereus Zeeschuimers noch hedendaags onderhouden.

De bevalligste der jonge Jufferen struikelen veeltyts over de uitstekende pallissaden van Bekoring. De Saffraan wort vervalscht door Goutsbloemen, d'Amber door Kryt, en het gulde metaal valt het allereerst

[p. 347]origineel

onder de Mathematische Instrumenten der Geltsnoeijers. De Gerechtigheit, die heerelyke oude penning, wort desgelyks door bedrog, kuipery, valscheit, Chicane, en diergelyke Muntmeesters beknabbelt, Muntmeesters (zegt Hermes) die, met den zoeten naam van Voorspraak oversuikert, als Slangen en Hagedissen door Themis warmte onder de puinhoopen van hare Gerechtspaleizen worden uitgebroeit, uit welkers schuilplaatzen zy als Bandyten voor den dag springen; de twistende partyen by den baart vatten; de sneeuwitte Justitia door oneindige Inktpleisters onkenbaar maken, en met de punten van hunne incisie-messen, de verdoemelyke schryfpennen der Chicane, zulke wytgapende openingen in de tydelyke eigendommen der litigeerende Lyders inkeepen, dat'er Goet en Bloet, Lant en Zant, Slot en Dorp, komt door heen gudzen, gelyk 't geperste opperwater langs de opening van een' doorgebroken Dyk.

Wanneer men in eene Stadt veele Geneesheeren ziet zwarmen, is zulks een blyk van eenen vruchtbaren oogst der kranken. Indien men eene quantiteit Hommels der Pandecten ziet snorren, is het een onfelbaar bewys van 't bederf der Zeden. De eerste bestudeeren niets anders dan door oneindige geneesmiddelen de goede ligchaamsgesteltenis der ingezetenen te beschadigen, terwyl de andere toeleggen om langs het kanaal van Mejuffer de Chicane, de outste Dochter der Rechtsgeleertheit, hunnen evenaasten tot den gront toe uit te putten.

Noit heeft Roome meer gefloreert dan op dien tydt, wanneer een ieder zyn eigen Advokaat was, en een Geneesheer niets anders mogt veilen dan een Vlekbal of een Exteroogpleister. De Spanjaart verboot aan de Heeren Meesters de nieugevonde waerelt te bewoonen; en, ziende dat de Medici, in plaats van de krachten der onbekende kruiden naar te speuren, hunne krachten inspanden om de gulde aderen der goutmynen te ontdekken, casseerde hy zyne Lyfartzen, ontnam hun den geroofden buit, vulde hunne Scheepskisten met planten en zaden, en scheepte die Gifmengers weer af naar de verbroke schalen van 't hanenei waaruit zy gekipt waren.

Hoe zeker en gewis beide die beroepen zyn blykt uit de onfeilbare kennis der Geneesheeren, zoo omtrent de Ontleetkunde als de krachten der planten en zaden, benevens de nimmerfeilende uitwerkingen der Compositas, en z.v. En wat is'er zekerder dan de Rechtsgeleertheit? die, gefondeert zynde op den wil en fantazie der Rechters,

[p. 348]origineel

ruim zoo bestendig moet zyn, als een Maartsche zonneschyn, beloften der Juffers, eeden der valsche Speelders, of de infallibiliteit van den gewaanden Petrus, den zedigen Kerkvoogt van het H. Roome.

Eenige Brieven.

's Gravenhage den 1 July 1721.

 

Sr: Hermes,

Nauwelyks tel ik xx. jaren, en echter heb ik myn persoon uit eene aanzienelyke som gelts, en eene aanzienelyke som reputaties gerymt. O hoe dikmaals dreigde Mama dat zy my aan armoede, zotheit en naberou zoude overleveren, ten zy ik die betoverende Kanailles, de Zanggodinnen, wilde verlaten! en hoe dikmaals heb ik belooft hare gezonde vermaning te gehoorzamen! Maar helaas, Papa, wanneer my die Poëtische overval op 't lyf viel, moest de Reden op de vlucht, en ik tuimelde, als een gebylde Offerstier, voor den drievoet van Apol; en nu heul ik, als een zinneloos Minnaar, met myne boeijen, en liefkoos myn verderf. Wat raat, wat baat, wat hulp is'er voor

 

Uw' ongelukkigen Dienaar
DOMINICUS POETASTER NOBILIS?

 

Hermes oordeelt dat het Heertje van die Missive in eenen lamentabelen toestant, en aan die zotten zeer nabestaande is, dewelke met hunne ketenen zingen en rinkinken. Dat hy eene groote somme gelts en reputaties heeft verrymt, daaruit blykt niet dat hy een Poëet, maar wel dat hy'er geen is; want zelden is de vrucht der Dichtkunde ryp met de vroege St. Jans Appelen van xx. jaren. Somtyts is 'er rym zonder dicktkunde, vele vaerzen zonder verstant, en veeltyts verstant zonder oordeel; zoo dat Hermes dit Heertje adviseert te continueeren in het pompen van vaerzen, tot zyn kleet zoo kaal is als den herfstmantel van den Muider Nieusspion; of anderzins den gelukzaligen Angeriaan na te volgen, om door eene eenige dosis Laud. Opiati langs den naasten weg naar de Hengstebron tegalopeeren.

 

Delf den 28 Juni 1721.

 

Zoon van Jupyn,

Uwe methode, om langs een aangenaam Schimpschrift de feilen der laaggezielde Raasbollen te berispen, bevalt my uitnement, en ik

[p. 349]origineel

verhoop dat onze eeu, benevens onze Naneven, uwe goede meening en verdiensten zullen erkennen. Een jong Advokaat, woonachtig te ... afronteerde onlangs in een Koffihuis een Heer van fatsoen, en zulks in zulke onheusche termen, dat ze meer naar de vierde Classe van Jan Kalbas Illustre School, dan naar de Redenkonst van den Keizer Justiniaan zweemden. Hy bleef by geene dreigementen, maar vorderde zyn party voor den degen, plantte zich in het postuur van een Schermmeester, en rukte eindelyk het krakeelstaal zoo ver uit deszelfs gevoederde scheede, datmen gemakkelyk kon zien dat het een gemuskeerde kling was; en al dit Hoogduitsch gewelt sproot uit eene bloote suspicie, dat die Heer aan eene jonge Juffer, dewelke zy beiden oppasten, geadverteert had, hoe de jonge Rechtsgeleerde tweemaal 's daags eene dosis bloetzuiverende pilletjes, uit Terebintyn en Mercurius dulcis opgemaakt, consumeerde. Sr: Hermes, wy verwachten uwe decisie op dit geval, waardoor gy zult verplichten

 

Uw E: zeer gehoorzame Dienaren
N.D. L.H. J.S.

 

Hermes sustineert, voor zoo ver die Heer een Rechtsgeleerde is, dat hy niet onbewust moet zyn, dat een Duël eene misdaat tegens de wetten is. Ten tweede is het onbetamelyk aan een' Advokaat scheltwoorden te gebruiken, ten zy in een Pleidoi. Ten derde heeft hy door het trekken van den degen in een publyk Koffihuis maar een middelmatig teeken van zyne couragie doen zien; want die in een gezelschap vechten wil, vecht om gescheiden te worden. En ten vierde, een man te beledigen op een bloot vermoeden, is eene onderneming die reukeloos, zeer gevaarlyk, en niet minder indiscreet is.

Eene losse Schets, naar een conterfeitsel van Kristina, Koninginne van Zweden, gekrabbelt.

Natuur wankelde gelyk eene wispelturige Hofdame, wanneer zy Kristina, Koninginne van Zweden, formeerde. Haar eerste voornemen was om uit die royale stof eene Vrou, en haar tweede, om'er een Man uit te bootseeren; doch zy hervatte het eerste denkbeelt, en viel op de rib, doch vry ongemeen. Door een mannelyk gelaat, Cavaliers air, verachting voor de Vrouwen en naaraping der Wetenschappen, distingueerde zy zich van de Vrouwen; maar aan de ande-

[p. 350]origineel

ren kant probeerde zy hare Sex door eene ongeblankette zucht voor Monaldeschi, Piementel, Dom Garcie, Condé, Duc d'Orleans, Colonna, en diergelyke zwakheden. Wat zy bezielt met eenen heldenmoet (volgens sommige Flatteurs) waarom zich niet gestelt voor het front van een Leger? Eene heldendeugt bestaat niet in het lossen van een pistool, het ontblooten van een' degen, of het dootjagen van een vreesachtig Hart. Waarom, indien zy wilde gehoorzaamt wezen, den Troon van Gustaaf Adolf niet bewaart? Waarom niet tegens een' heerzuchtigen jongen Vorst hare staatkundige lessen in 't werk gestelt? Was het de G... dienst, waarvoor zy hare kroon nederlei, waarom dan niet liever het sneeuwit vertrek van eene maagdelyke sociëteit dan de purpere Audientie-Zaal van St. Peter, of 't wellustig Paleis van een' Vorstelyken Kardinaal verkoren? Was zy tot konsten en wetenschappen geneigt, waarom dan alleenlyk d'oppervlakte der Geleertheit aangeraakt, en het grontsap voor de Schooldoktoren gelaten? Zy is, altoos geflatteert zynde en altoos zich zelven flatteerende, als eene Dwaalstar aan den Roomschen hemel verschoten; doch betuigde tot den laatsten snik eene onsterffelyke achting voor drie Grooten: voor den Prins van Condé, wegens zyne dapperheit; voor den Kardinaal de Reths, wegens zyn' vluggen geest; en voor den Kardinaal Asolini, wegens zyne ongemeene complaisance.

 

Sr: Anubis,

Ik ben een Latinist gelyk zeker Overste van Dixmuiden een Soldaat was; gelyk Kapitein B... een Hoveling is, en gelyk de tweemaal gebankeroeteerde T... een eerlyk man staat te worden; en echter lees ik nu en dan een regel vyf à zes van die Romeinsche gebeden. Wat beduiden deze linien, Papa?

 
Incidit in Scyllam cupiens vitare Charybdim,
 
Qui morbum fugiens incidit in Medicum.
 
Stulti dum vitant vitia, in contraria currunt,
 
Qui litem fugiunt, Causidicumque petunt.

Help my eens; immers hebt gy zoo dikmalen den Argus, die pas vier duimen dieper dan ik gestudeert is, geholpen, en ik beloof u een potje gekonfyten Gember voor uwen Familiehoest.

 

Uw Vrient,
DAMON B.

 

[p. 351]origineel
 
De Wysgeer is een dwaas, die 't heilzaam van 't vergift
 
Niet door de Reden schift,
 
En naar het ondermaansch met tranen zwoegt en zuchten:
 
Hy splyt, ô Damon, op de Rots die hy moest vluchten.
 
Vergeefs is 't dat hy 't wufte en los besef vertrout,
 
De grontvest wraakt eer het Paleis is opgebout.
 
Een onbedreve moet staag glyden.
 
Hy valt in Scylla die Charybdis wil vermyden:
 
De Hemel spot met 's mans voorzienigheit en deugt.
 
Hy zengt zyn groen gewas, en stolt zyne gulle jeugt.
 
Dan moet de moede ziel in d'opperlucht verzwinden.
 
Doch eer die Diamant zyne aartsche kist verlaat,
 
Ziet hy 't inwendig licht, Jehovaas dageraat.
 
Dat men beneden zoekt men opwaarts staat te vinden.

Indien u, ô Damon, deze omschryving voldoet, is Hermes voldaan: indien niet, konje 'er met een' Latynschen Schoolmeester over consulteeren.

Waarschouwing.

Deborah Kandeel, een aangenaam dik, kort, zwart Meisje, ruim 20 jaren out, tamelyk ryp op het oog, aanhebbende een' Chitzen Japon, de gront geel; onder den zelven een' hemelsblauwen armozynen Rok, een' witten Onderrok, roode Koussen en geele Muilen, is voorleden Zaturdag 's nachts stilzwygende van Mevrou Suikerpeer wechgeloopen met de volgende goederen:

Een' fluweelen muskeskleuren Nachtmantel, gevoert met Eekhorentjes bont.

2 Paar geborduurde Muiltjes, de houtjes ruim drie duim hooger dan ordinair.

1 Gestikten damasten Rok, bezet met een reep van Walvischbeen, omtrent 16 voeten in zyn' diameter.

3 Stiklyven, gegarneert met differente boezems, en aan den linker schouder opgevult met watten.

Noch verscheide Coiffures, zoo met Mecchelsche, Brusselsche als Antimodische point de Venise-kanten. Item een klein kabinetje van vier laatjes, gemeubeleert met drie paar geolyde hontsleere hantschoenen, een lint met pomade, om het voorhooft voor kreuken te bewaren; zes koekjes superfyne Spaansche Wol; drie bladen Papier d'Es-

[p. 352]origineel

pagne, en vier schoteltjes Portugeesch root; eenige loode kammen, twee pincettes, borsteltjes, savonettes, poudre de palville, twee paar zwierige wynbrauwen, benevens eenige ryen elpenbeene tanden; een flesje half vol paerlenwit voor Madames lelyen, en een gevult met Aluin-tinctuur voor haar.... voor haar gebruik; benevens verscheide flesjes met essence d'ambre, Bergamotte, Maagdenmelk, pastilles gepulverizeerden Zevenboom, en

Adam en Eva, konstig geëmalieert, zonder vygenbladers.

1 Gout Litringetje, met dit devys: Koridon, ik ben uw Zon.

1 Testamentje, gebonden in groen Segreinleer met goude sloten, maar eene eenige maal geopent.

1 Zilvere Tabaksdoos, ovaalsgewys, met een gegraveerde Tulp op het opperste dekzel.

1 Vergult doosje, en daarin een klaverblad van vieren, om gelukkig te zyn in Lombre en Lanterlu.

1 Doosje vol Cashou en Cubeben voor een' frisschen adem.

1 Zilver Trekpotje met een langkwerpig putje dicht by het pypje.

1 Kop, gedraait uit eene Maldivische Kokosnoot, die Mevrou ieder avont mê naar bedt nam, boordevol Kaneelwater voor de Vapeurs.

6 Mesjes en Vorkjes om by Confitures te gebruiken.

Een Bracelet, waarop is geëmalieert een Kupido die met een stukje gouts naar harten vischt, met dit devys:

Door gout alleen, vang ik Klimeen.

Item verscheide Kornalyn en Onyxsteenen, gegraveert met Minnegoodjes, Harten, Pylen, Altaren, Vlammen, Rotzen, Doornen en Zonnebloemen. Noch is 'er vermist een geweven Koffertje, vol Minnebrieven van de jaren 1671, 1672, 1676 tot 1698, geteekent Filander, Koridon, Amintas, Adonis, en z.v. benevens eene verzameling van differente Recepten, als deeg voor de handen, pomades, zalf voor de lippen, witpotjes, zuiverenden room, olie van talk, kikvorsschenwater, differente Tisanes om de complexie op te helderen, benevens een onfeilbaar hulpmiddel om eene miskraam te bevorderen.

Zoo iemant deze goederen in 't geheel of voor een gedeelte te recht brengt, zal Mevrou zulks dankelyk recompenseeren.

N.B. De Brieven (die van Filander uitgezondert) worden vereert aan den Ontdekker, zynde dezelve in zoodanige generale termen opgestelt, dat ieder Juffer die op zich zelven kan toepassen.