|
|
|
| |
| | | |
No. 53
Rotterdamsche Hermes
Donderdag den 24 July 1721.

Il est des Noeuds Secrets, il est des Sympathies
Dont par le doux accord les ames assorties
S'aiment & l'une & l'autre, & se laissent
piquer
Par un je ne scai quoi, qu'on ne peut expliquer.
SYmpathie, de Godes van den Ridder Digby, zal Hermes eens ter
loops bezoeken, zynde hy thans al te gefatigeert om derzelver heiligen
dag naar waerde en behooren te vieren, te meer doordien byna alles wat op de
groote Kegelbaan der Stervelingen voorvalt, door medeneiging of afkeer wort
uitgevoert, en 'er by gevolg een grooter bladt papiers, om derzelver neigingen,
af te schetzen, noodig was dan die Drakehuit, waarop d'Ondergang van Troye was
gepent; of dat Duiveei, 't geen de naamrol van alle Koekkoeken begreep; en een
grooter omtrek dan die kerssensteen, waarop de vermaarde Schoolmeester N... St.
Anthonis Temptatie, benevens eene gansche Scheepslading booze geesten
heeft gegraveert; of.... maar de Grysaart zal zich vergenoegen met een
klein sneetje van dat langkwerpig Fransche Broot te ontginnen, want een out Man
contenteert zich met eene hand vol Sympathie.
Verwonderlyk is de Sympathie van den Haan met de klok en
dageraat; en Hermes, die de stelling van Pythagoras omhelst, gelooft dat
de ziel van een' Klapwaker in 't gepluimde ligchaam van dien gespoor- | | | | den
Schermmeester is verhuist, die regulierder op zyn uur past
dan een Aktionist op de klok van betaling. De Medeneiging van eene
Zonnebloem met de Dagtoorts is desgelyks verbazende. Anubis is tamelyk
familiaar met eene adelyke Zonnebloem, wier korrellen meer dan overryp
zyn, en die echter noch eene frissche opgaande Zon tot in de Slaapkamers van
jonge Juffers minyverende naspeurt. Doch dat 'er eene heeschwordende
Antipathie tusschen den Man een een' Wolf zyn zou, komt Hermes
ongelooffelyk voor, te meer door dien hy eergisteren in eene bytende
zamenspraak met een ouden Wolf, die onder de schurfde Schapen de Geneeskunde
oeffent, was ingewikkelt, en 'er echter heelshuits en zonder schorheit is
afgeraakt.
Eene onbegrypelyke overeenstemming, is'er tusschen de metalen
en eene hazelare Wicchelroe. Eene diergelyke medelyding is 'er tusschen
de Wicchelroe van den Tuingodt, en d'ovale Granaatmyn van
de Schuimgodin, dewyl d'eerste aanstonts naar het middelpunt van de laatste
draait, en met een verrukkent succes deszelfs natuurelyke aderen
naspeurt. Ook is 'er een afkeer tusschen het Hart en de Slang want
Florentyn hout staande, dat de Serpenten nimmer de plaatzen,
dewelke met hartshoorenen bestrooit zyn, durven naderen. Indien dat
doorgaat mag men vryelyk de Beurs de Blaak den Oppert, de
Lombertstraat en diergelyke plaatzen van Rotterdam, zonder met het
tegengif van Mithridates gewapent te zyn, betreden, mits dat de
Aktionisten hunne kranssen gelieven te pulverizeren, om met
deszelfs olyachtig Vlugzout de gemeene wegen te bevochtigen. De groote
Maro was onkundig in dat huismiddel, wanneer hy een reukwerk van ceder
en galbanum ordonneert:
Dis ce & odoratam stabulis accendere Cedrum
Gabaneoque agitare graves nidore Chelydros.
Uit welke passagie blykt, dat in die eeu de
Rechtsgeleerden, Winkeliers, Tappers en diergelyke, zich niet veel
met de uitrooijing van Serpenten bemoeiden.
Kardaan zegt, dat een Stier, wanneer hy iemant in 't
root gekleêt beschout, dol en uitzinnig wort. Het kan zyn, doch de Zoon
der Goden heeft menigmaal in zyne Velttogten ondervonden, dat de
Boerenstieren niet alleen mak wierden op de verschyning van die
scharlakekleurige Dootslagers, maar dat ook aanstonts de Huiskoeijen en
| | | |
Vaerzen op de geringste naderingen van de jongste
Vuurvreters achterover vielen.
Volgens Porta is 'er eene groote Antipathie tusschen
den Wynstok en de Koolplant. Wat daar van is, zal Hermes niet
bepleiten, doch hy verzekert zynen Lezer dat hy in de Caravansera der
Schutters, wanneer het H. Recht van de bedorve stof des ongelyks wiert
geschift, dien merkelyken haat tusschen de Kool en het Druivensap
nooit heeft konnen bespeuren.
Vele bezwymen op 't gezicht van eene Kat, en ter
contrarie zyn 'er vele die niet konnen rusten ten zy ze eene tamme
Huiskat tusschen de bouten hebben. Korinna verbleekt op den reuk
van een' Appel, en zy bloost op 't gezicht van eene soort die de
Naturalisten Adams Appelen doopen. Reinout haat de hartsterkende
blos van Anacreons Rozengaarden en hy aanbidt een' diergelyken waassem,
op de wangen van Portia. Philemon trilt op den reuk van een' gebraden
Haas, en met Thraso (die een rauwe Haas, en noch veel
blooder dan dat vreesachtig dier is) speelt hy een Passediesje of een
Volte. Dom Juan Palomeque bezweek op 't gehoor van het woort
Lana, dat Wol beteekent; en Dom Piementel draagt de
Wol van een sneeuwit Zuiglam cyffersgewys in een aartig Litringetje. De
Geheimschryver van François den I. buitelde van zyn Kantoorstoel op 't
gezicht van eene Konkommer, en men ziet den Ouden Hermes op den smaak van eene
Konkommer, die niet overryp is, verkwikken.
Den Afkeer tusschen Kat en Muis, Wolf en
Schaap, Raven en Uil, Zwyn en Olifant, Haan en Leeu,
Scorpioen en Padt, Slang en Hagedis, Aktionist en Koopman,
Man en Wyf, zal Anubis in de Dootbus van Willem den
Zwyger verbergen; ook zal hy op de Medeneiging tusschen den
Wyngaart en Olyf, Myrtus en Vygenboom, Galant
en Maitres, Geneesheer en Doot, Apotheker en Vergif, Paap
en Zonden, geene pint Raap-Oly in zyne Studeerlamp verspillen, maar
liever de sommige, die als Tovenaars in het duister schuilen, nu eens met een
Dievelantarentje lichten, en de gefabriceerde oogen, brillen genoemt,
ordentelyk aanhalen.
De oorzaak waarom de Spanjaarden en Venetianen brillen dragen, is
een misterieusgeheim, zynde altoos onder die verglaasde Schors eene
Egyptische Wysheit, eerst onlangs door den Daemon van Anubis
ontdekt, verborgen geweest. Ieder persoon van Distinctie is te Ve- | | | | netien
en Madrid gebrilt, doch geenzins voor het stof, of
tot conservatie van 't gezicht; ô neen; het is uit eene enkele
voorzichtigheit, om met den navolgenden reuk de waerelt te doortrekken;
namentlyk, dat zy onder de dooden en levende de doordringenste zyn; want door
die Verrekykers wort alles van naby beschout; zy penetreren de geringste
feilen, zoo in de finantie, verval van Oorlogsvestingen, als wanbetaling
der troeppen. Zy doorgronden daar meê de mirakuleuze Staatkunde
der Priesters en Heiligen, de wettige magt van de H. Inquisitie, en
ontcyfferen met dezelve de gedisinteresseerde minnehandelingen van hunne
ongeblankette Courtizanen. De laatste Koninginne, dewelke Vrankryk aan
Spanje hadt opgeoffert, zich door honderde Brilspionnen die haar van het hooft
tot de voeten uitpluisden, belegert ziende, zeide zeer aartig tegens een
Fransch Hoveling; Ik geloove dat die Heeren myn aanzien voor een Oude Kronyk,
waarvan zy het kleinste stipje en streepje willen doorgronden.
Maar de gryze Postillion wil de Feuillemorte
vleeschkleur der Maranen niet doen blozen, te meer, nadien zy met Medevryers
van eene diergelyke zotheit zyn voorzien. Weinige eeuwen is het geleden, dat
een vermaart Geleerde zich van een Vergrootglas bediende, door het welke hy
(doch zonder voornemen) als door een Brantglas, de vuurvattende stoffe van
Naäaping in Stadt en Dorp ontstak. Nauwelyks wert'er een rampzalig
Schoolmeester gevonden, die zyne jongens niet met een Vergrootglas beheerschte;
en geen Dorppastoor was'er die de zingende Mis niet door behulp van een Kristal
uitbalkte. Hierop begonnen de Boeren te gelooven dat de Geleerden Latyn
verstonden, dewyl ze die taal met Konstwerktuigen attacqueerden.Helaas!
(riepen die Aartwormen) wat zyn onze Zielbezorgers verstandige Studenten! om
onze blintheit te herstellen, hebben zy hunne oogen uitgelezen. Die Zotheit
duurde verscheide Zomermaanden: doch eindelyk vervelde die nagebootste
duisterheit; de ongeneesbare
* Avontdruppel wert
opgeheldert; en zonder dat de Waskuipen der Santen en Santinnen aangroeiden,
verkreeg een ieder wederom 't gebruik van zyne verglaasde Dakvensters.
| |
Een woort in passant wegens het misbruik van 't Tooneel.
Het was te wenschen dat sommige Tooneelspeelders in Dichters of de
Dichters in Tonneelspeelders veranderden. Een Dichter, Co- | | | | mediant
zynde, zou met een ongemeen genoegen zyne eigen vindingen opsnyden, en de
Comediant, een Dichter zynde, kon altoos de schaarsheit van zyn geheugen door
de vlugheit van zyn' geest herstellen, daar men nu (helaas! en nochmaals
helaas!) het Blyspel in het Narrenspel, en een Zedenhervormer (een goet
Tooneelspeelder verdient die benaming) in een' Marktzot of Kwakzalvers
Pekelharing ziet versmelten. Mr. Ben Jonsson, een voornaam Engelsch
Akteur, zullen voor d'eerste reis op een' nieuwen Schouburg spelen, zei
tegens zyn Confrater Mr. Penketman: Gedenk dat alhier geen derde Galerei
is. Dat is: gedenk dat het ongevoegelyk is dat de Staanplaats schatert,
terwyl de Bak door misnoegen zucht; gedenk dat men geene Groenmeisjes,
Garnaalsteefjes, Laqueien Matroozen, of noch geringers, mag vervrolyken door
iets dat eerbare jonge Juffers en aankomende Jongelingen schaamroot kan doen
worden; gedenk dat de Oude Tooneelspeelders somtyts by
* Voorwaar.
† Zoo waarlyk
helpen my de Goden! by
†† Herkules! en z.v.
maar nimmer by de D... haalme! G... doome! Sak...! en diergelyke
Soldate- Kruijers- en Sleepers affirmativen zwoeren; affirmativen,
waerdig door verachting, doch geenzins door hantklappingen beloont te worden;
gedenk dat gy u noit, of voor 't minst zeer zelden, van de woorden der
Tooneelstukken mogt verwyderen; want een Liefhebber van de Dichtkunde zal geen
half uur ver door stof, zonneschyn of regen marcheeren om zich over de
verwronge onnatuurelyke postuuren en onzinnige spreuken van een
Tooneelspeelder te verwonderen; maar in tegendeel, om de natuurelyke
uitdrukkingen der hertstochten te applaudisseren. Gedenk dat Hermes, die
geen ongemeen Geneesheer is (indien men de Dames en Argus durft
betrouwen) aan sommige Akteurs Ezelsmelk en Mr. Barents groen
Niespoeder ordonneert; het poeder om daar langs hunne herssenen van
eigenwaan en Schoolmeesters glorie te zuiveren, en de melk om door die
vertragende vocht een Dansmeesters-compliment, Schermmeesters hantgebaar
en vluchtende aftogt te matigen. | |
D'adel.
Het is belagchelyk eenige druppelen genobiliteert bloet
hooger te waardeeren, dan dat van den H. Januarius. Immers spruit uit de
| | | | kweekstoof van Woeker, Moort of Koppellary het Onecht Kruitje
roer my niet van Adel. Het rypt door de Zon van den Tabbaart, en verslenst
door den draaiwint van den Degen. By voorbeelt. Een Wittebroots Officier,
ziende dat in de Campagne het Boerengraan, groen en bloeijende
wort afgevourajeert, leeft op d'eige wys met zyne patrimonieele
goederen; dat is, hy maakt op zyn Kapiteins traktement de figuur
van een Brigadier. Gestorven zynde, verdedigen zyne ongelukkige kinderen
zich eenige tydt door 't Slagzwaart van de Chicane tegens de wettige
pretensien van een vliegent Leger Krediteuren. Ondertusschen
verandert het Adelyk Stamhuis in eene Kerveltaart, wort groener dan den
Jachtrok van een Sileesch Baron, en valt eindelyk in meer stukken en brokken
dan de Mosaische Zuilen van het Koninklyk Slot Persepolis. Ten laatsten
vervellen de Jonkers of in Adamiten of in Schiltknapen van den Regenboog; dat
is, zy leven by Eikelen en Wortelen, of zy marcheeren naar de Steden, en
beschreiden langs den Stygbeugel van eene veelkleurige dienstbaarheit, het Ros
van de Lukgodes, dat, gevleugelt zynde als een Pegazus, hen allengskens
opwaarts voert.
Sic Orbis vertitur tamquam Mola.
De waerelt circuleert altoos gelyk het bloet der
Stervelingen, en passeert van de Onedele in de Adelyke Slagaderen, en
wederom van die hervormde in de tegenstrydige.
Datwe Adams Kinderen zyn, daar in is noit gemist.
Die proef is niet te ontkennen:
Dat d'een de Mestkar en zyn Broêr de Chees moest
mennen.
Op 't laatst vermoeit en afgeslooft
Spant Kees zyn' Rossen uit, en Jaap ontvlucht den
wagen.
Kees scheelt omtrent van Jaap, gelyk de Romp van 't
Hooft
Want d'een begon 't vry laat, en d'andere eer 't ging
dagen.
| |
Eene onverwachte Consultatie.
d'Oude Reiziger, na eene negendaagsche Pelgrimasie op
Leeuwenburg gereverteert zynde, koesterde zyne schouderen met een'
Japanschen Rok, waarin eertyts de Generaal Rabenhaupt de
Quarantaine over het neus en ooren-afsnyden der Soldaten placht te
houden; plantte zich in een' gemakkelyken Leunstoel; streelde met de
rechterhant | | | | een kroes gesuikerde Brandewyn en met de linker den
familie Kater Lou, wanneer 'er eene Antyksche maskerade grilziek
opgeschikt, kwam aanrommelen. Fluks heischte Hermes de neergestreke kristalle
Fok op den Domphoorn, en zag dat het een out Vrient was genaamt, Jonathan
Rechtuit, die aanstonts in den voornoemden Leunstoel (een eer die maar aan
weinige te beurt valt) wiert neergezet: Zyn eerste woort was; Hermes geef my
een Hapje Framboize Brandewyn, en als dan zal ik uw myn bootschap
mededeelen: Hy slurpte eene hartige teug, herhaalde zyn adem,
repeteerde noch eenmaal en andermaal zyn dronk en ranschte Anubis
nieusgierigheit aan, met de volgende woorden: Ik ben gekomen ô Ouden
Suffer (sprak hy) om u, die altoos de Dames verdedigt, eens lustig te
affronteren. Van deze namiddag heb ik eene visite gegeven aan Mevrou Kamomille,
die meerder noten op haar Muzyk heeft, dan 'er streeken zyn op het Concubinage
Kompas, die meerder grillen onderhevig is dan een jongen Aap, en meerder
conspiratien smeed tegens de Republyk van het Huwelyk dan den Hartog van
Ormont, tegens de rust van Albion. Zy ontfangt meerder Minnebrieven dan een
Minister Depeches, meerder prezenten dan een Ambassadeur van de Porte, en
meerder complimenten dan een Venetiaansch Edelman, op wie de Digniteit van
Procurator van San Marco wort geconfereert. Deze waerdige Dame bezit een Hontje
Kupido genaamt, dat eergisteren gewasschen wiert in een Badt van Rozenwater,
doch een half uur in de venster zittende zonder zyn fluweele halsbantje,
verkoude het, en begon een moment daar na eenigzins heesch te bassen. Den
eerste nacht heeft het tamelyk wel gerust, doch 't zedert is 't wederom
ingestort. Mevrou is onvertroostelyk op dit voorval, en Myn Heer die een groot
Liefhebber is van de Fiool, durft uit vrees van Kupido te ontruste, zyn
instrument nauwelyks eens aanzien. Nu is haar verzoek, of het u zoude gelieve
om aan dat agonizerende Dier een hulpmiddel (mits dat'er geen Jezuietenpoeder
of Laudanum onderloopt) te ordonneren, andersints is'er niets zekerder dan een
kinkhoest, een uitteering ofte eene gewisse doot. Hermes in plaats van
geaffronteert te zyn, lachten op die propositie zoo hartelyk, dat zyn
versaangestoke pyp in zeven stukken separeerden: en vroeg aan den bejaarden
Afgezant, of hy ook het Water van Kupido wel by zich had? Hier wiert
Neen gerepliceert, maar dat Mevrou geoccupeert was om het Rozewater,
dat zyn Badt geweest was, te laten examineeren, en als dan den Apotheker
crimeneel meende te vervolgen; dat de Waschster des- | | | | gelyks
na de gestrengheit der Rechten getrakteert zal worden, indien zy bevinden
dat de Damaste Servet, waar mêe den Leider afgedroogt is, niet door
welriekent water doorgehaalt was. Hermes nam hierop met eene groote
graviteit de pen in de vuist en ordonneerde eene Recipe waarin geen
kleintje Album Graecum gemengt was, wanneer'er door eene confuse
menigte van discordante accentengeroepen wiert draai over hei! de
Valbrug neergelaten zynde, wiert Anubis twee jonge Heeren gewaar, die
malkanderen in eene Herberg uitgedaagt hebbende, afgezondert waren
gesepareert, om ieder na behooren eene lange Menschensteker te bezorgen, doch
dat zy niet ver van den Oudendyk door de Boeren, dewelke dootvyanden zyn van
die militaire Boonstaken, eer 'er noch eenige bloetstorting op die
doodelyke resolutie gevolgt was, waren gesepareert. Hermes die oordeelde dat zy
min braaf dan weerbarstig waren visiteerde de Kampioenen, en
bevont dat den outsten met een borstplaat en den jongste met eenige vellen
bortpapier gewapent was. De borstplaat wiert aanstonts boven de Hofpoort van
Leeuwenburg vastgespykert, het bortpapier tot Sassenetten geschikt, en
de Kampioenen om in het dangereus Duël voort te gaan
gecondemneert. Maar die helden zich ontharnast ziende, droopen
stilletjes af, lieten de Vochtels in de loop, en marcheerden in goede
harmonie naar hunne respective Logementen. | |
Natyding.
Een Zeescheepje geballast met dikvergulde Directeuren, wiert na by
de Kust van Albion, door een Oorlogschip van d'eerste rang, de Geheime
Vergadering genoemt, verovert, doch de gevangene onder de hant de voornaamste
inpallemende, sprongen op 't onvoorzienst voor den dag, laden 't geschut met
Guinees, schooten den Commandeur benevens de voornaamste Offiçieren overhoop,
bonden de resterende met vergulde nestelingen handen en voeten, en volvoerden
toen hun reis naar de gedestineerde plaats. | |
Waarschouwing.
Indien 'er eenige Liefhebbers zyn, dewelke, gelyk het Thebaansche
Legioen de Martelkroon willen verdienen, die gelieven hun te adresseren aan een
schraal Duifje, die geassocieert met een lelyken Asbeer, haar werk maakt om
Napelsche Winkelwaren met de groote en kleine maat uit te venten; Winkelwaren
die infallibel de gezontste ligchaamsgesteltenissen tot in de gront toe
ruïneeren. N.B. Daar is gevaar gelegen in 't uitstel, want de Engelsche
Pikbroekken zyn continueel bezig, om dien Winkel uit te koopen. |
|
|