begin  verderprepost
[p. 5]

Voorwoord

Ik zou een boek schrijven!

Dat gedacht zat me al lang in 't hoofd. 't Is mijn goeievriend, wijlen Ward Vermeulen die 't er in hong, zooveel jaren geleden.

Met dat gedacht, en het voornemen van het uit te voeren, liep ik jaren lang rond. De wil was er en de goede bedoeling, maar... een boek schrijven?... Of ik dat wel kon?...

In mijne loopbaan van Sportjournalist, veel witte bladen papier zwart gemaakt. Misschien wel genoeg om er heel wat boeken mee te vullen. Is brood dat gemakkelijk bakt: kort gekneed! Maar boeken schrijven? Is werk van langen adem, en van menschen met gezeten geest!

Ik schreef eens - 't was in 1914 - de vier eerste bedrijven van ‘Caïn's Zonde’, op eene heen- en terugreis van Berlijn! Maar 't vijfde bedrijf?... Kwam eerst moeizaam op de wereld in 1921!... Misschien wel omdat ik geen gezeten geest heb!

En nu?... Ja, 'k heb er me eindelinge aan gezet. 't Is Pater Callewaert die 't zei: GE MOET!

Waarom moeten?...

- We lazen 't al dikwijls in de bladen, dat men koersen kan winnen op één wiel! Dat men kan kreveeren, en algelijk weer bij komen! Dat men plat valt en ronden neemt, of op kop gaat en aan de wielen hangt! Dat taaltje hebben we op den duur leeren begrijpen en verstaan. Daar weten we dus genoeg van! Maar men heeft ons, en aan de menschen, nog niet genoeg gezegd hoe en wat men te doen heeft, opdat de verstandelijke mensch ook zijne gading vinde in de Sport! En dat moet gij!

Volgens Pater Callewaert heb ik dus eene zending: een predikheer in sportkostuum!

[p. 6]

Vermits ons Heere van alles zijn getal moet hebben, het zij zoo!

 

* * *

 

Ik heb me dus aan 't schrijven gezet. Goed begonnen. Maar halfwege wilde ik het laten steken: Bordeaux-Parijs met zijne 600 Klm. was kinderwerk er bij! Maar wij die 't al zoo lange prediken aan de renners: volhouden en doorzetten! Ik mocht dus geen slecht voorbeeld stellen. Dan maar ‘moedig voort gedaan’! Eerst hield ik het bij den titel: 40 jaren Wielersport! Maar dat was te drooge, saaie kost, waarbij de menschen zouden gapen en geeuwen, wel te verstaan als er menschen gevonden werden om dat dingen te lezen!

Dan maar 't wiel gedraaid en een ander verzet genomen. Ik bedoel: het beeld in een ander kader gestoken!

Want het boek dat ge lezen zult - als ge geduld genoeg hebt - is niet eene geschiedenis van 40 jaren wielersport, maar wel het verhaal van beleefde dingen die gebeurden, tijdens de 40 jaren dat we aktief in de beweging stonden van de Wielersport!

Dit boek dus wil niet eene geschiedenis zijn, maar wat we aanvoeren en bijhalen, is materiaal dat kan dienen voor menschen die eenmaal de geschiedenis van de Wielersport willen schrijven.

Ik heb dergelijke boeken reeds gelezen, in 't Nederlandsch en in 't Fransch. Maar over 't algemeen te veel cijfers gevonden en namen, en niet genoeg hert en ziel. Ze doen te veel denken aan de akten van een Notaris of van den burgerstand; die dingen voldoen wel aan. eene noodzakelijkheid, maar 'k heb nog nooit gehoord dat ze leeslust verwekken of bezieling en begeestering!

Ik maak me geen verkeerde berekening: dit boek zal niet zijn wat ‘Te Midden der Kampioenen’ is, van mijn vriend Joris Van den Berg, 't is te zeggen iets waarin er zooveel

[p. 7]

is voor de denkende als voor de voelende mensch, en waarmee men ook over de grenzen van zijn land kan!

Bij mij zal de voelende mensch meer vinden dan de denkende, omdat het aangebrachte materiaal riekt naar de lucht en de grond van de streek, en de beelden voor 't grootste paart gekapt zijn, uit het graniet van het Vlaamsche Volk!

Ik weet van me te zullen wenden, voor een overgroot gedeelte, tot menschen die in de Wielerbeweging staan. Dat wil zeggen: die voor deze of gene renner eene zekere voorliefde hebben. En 't is best mogelijk dat lezers die veel hopen van het boek, des te meer ontgoocheld worden, juist omdat er van ‘hun’ renner weinig of niets gezegd wordt, al was hij nochtans iemand in de wereld van de Wielersport!

Welnu, 't is met opzet dat we ons wenden tot die lezers om te vermanen: dat dit boek niet eens geschiedkundig begeert te zijn, maar enkelijk de weergave is, of het verhaal van eigen beleefde gebeurtenissen, of van dingen waaraan we hebben gevoeld of getast, waarop we hebben gekeken met de oogen van onze ziel!

En omdat we met het hert spreken, zullen we misschien het hert bereiken! Meer verdienste eischen we eigenlijk niet op!

 

Karel Van Wynendaele.

prepost  begin  verder