terug  begin  verderprepost
[p. 122]

Als de weelde steekt...

Intusschen gingen de Flandriens voort, met de eene overwinning na de andere te behalen in de zomervelodroms, en buiten De Graeve - Spiessens en Piet Van Kempen - Van Nek, waren er niet veel koppels bekwaam, om de mannen van Mac Bolle te keere te gaan.

Intusschen naderden de Zes Dagen van Brussel van 1921, en de Flandriens die Van Hammée voor de keuze stelden: uw koers in Februari geven in plaats van in Maart, of we doen niet mee.

De velodrombestuurder van Brussel die instemde. Dit om te betoonen hoeveel macht en invloed zij te dien tijde hadden.

Tijdens de Zes Dagen van Brussel van 1922, ontstond er een triestig geding waarvan Van de Velde - Van Lerberghe de slachtoffers waren. Daar vertellen we meer van als we 't hoofdstuk der Zes Dagen zullen schrijven.

Het gevolg van dat geschil was: dat Mac Bolle weigerde van nog verbintenissen af te sluiten met Van Hammée, uit name der Flandriens, zoo lang of Van de Velde en Van Lerberghe niet in eere werden hersteld, en het loon voor hun rijden ontvingen.

In andere woorden: Mac Bolle verklaarde zich solidair met zijn twee renners, maar eischte niet, dat de overige leden van zijn groep zich eveneens solidair verklaarden.

- Gij zijt renners die moet leven van uw beroep, en ik kan of wil niet eischen dat ge werk weigert. Gij krijgt dus uw volledige vrijheid van handelen, en kunt gerust op uw eigen verbintenissen met Van Hammée afsluiten.

In den beginne hielden ze 't bij een akkoord met Van Lerberghe en Van de Velde, maar de tijd die vorderde, en de oplossing van 't geschil die uitbleef. Marcel Buysse en Persijn gaven zich eerst over, en gingen naar Brussel

[p. 123]

rijden. Elf maanden later volgden Van Hevel en De Baets. Naderhand Pier Van de Velde zelf, zoodat Mac Bolle ten slotte met Van Lerberghe alleen overbleef om vol te houden. Deze laatste zou eindelinge ook begeven. Maar Mac hield vol: zoo lang of ge die twee renners niet betaalt, moet ge van mij niet verwachten, dat ik mijn handteeken onder eene verbintenis zet.

Schreef Mac Bolle aan Van Hammée. Te Gent en te Parijs voerde hij lijk te voren, het bevel over zijn renners, die de eene overwinning na de andere behaalden.

Eindelijk, op 8 Januari van 1923, liep er een voorstel binnen van Van Hammée, omtrent een mogelijke overeenkomst. Op 19 Januari riep Mac zijn ‘leeuwen’ op een vergadering te Gent, en daar werd besloten, dit op aandringen van Van Lerberghe zelf, ‘van te onderhandelen’.

Personen uit de hoogere leiding van den Belgischen Wielerbond kwamen tusschen: Dr. Tistaert uit name der renners, mijn vriend Leon Van den Haute, en verder werd onze konfrater Charles Ravaud van ‘L'Auto’ uit Parijs gevraagd, om bij de onderhandelingen tegenwoordig te zijn en druk uit te oefenen. Op 31 Januari kwam het eindelijk tot een overeenkomst: Van de Velde - Van Lerberghe werden voluit betaald, en Mac Bolle teekende een verbintenis voor de Six Days van Brussel.

Van dien koers spreken we in het hoofdstuk Zes Dagen. Want met Van Hevel - De Baets, behaalde Mac Bolle een der roemrijkste overwinningen uit zijn loopbaan, als leider der Flandriens!

Maar toch?... De breuk, die destijds werd veroorzaakt te Parijs, was verder gegaan binst de periode dat Mac Bolle afzijdig bleef. Van Hevel scheidde van Van Lerberghe, om met De Baets te rijden, en hier en daar bleef er wel iets haperen in het raderwerk van verstandhouding. Daarbij kwam nog dat de overmacht der Flandriens, overmacht die kwam uit de eenheid van samenwerking en

[p. 124]

commando, met de bundeling van krachten, wel wat drukte op de ontwikkeling van beweging in haar geheel, en den opgang van andere goê renners in het bijzonder, zoodat de Flandriens als groep, die vroeger zoo gegeerd en gewaardeerd werd, zich eerder de antipathie van het volk op den nek ging halen. Voeg daarbij het feit dat de tucht onder de renners van den groep slechts kon gehandhaafd, ten koste van dezen die de beste waren, en ten bate van de minderen. We geven als voorbeeld: Van Hevel - De Baets waren ontegensprekelijk de besten, en werden daarom meest gevraagd. Zoodat Mac Bolle nu en dan verplicht was, een zaak voor die twee renners te laten schieten, om de anderen niet te misdoen, die niet gevraagd werden. Dat verwekte natuurlijk misnoegen en gevolgenlijk onvoldaanheid in het kader van den ploeg.

Daaruit groeide noodzakelijk de begeerte bij enkelen om vrij te komen, en hun eigen zaken te mogen beredderen, waartegen Mac Bolle zich niet eens zocht te verzetten, omdat hij het wel voelde, dat vroeg of laat de stemme van de bate luider zou spreken dan deze van de rede, doordien dat hij het leerde op de school: dat het hemdeke nader is dan 't rokske!

En zoo brokkelde. er nu en dan een steen van het schoon gebouw der Flandriens, tot op een dag het zoodanig geschonden was, dat Mac Bolle zei:

- Jongens, er schijnt geen vermaken meer aan. Best dus ware van te scheiden, en dat elk zijn eigen huis betrekke!

In de wereld van de sport waren de meeningen verdeeld. Hier loech men in de vuist. Anderen hadden er spijt van. En zoodoende lazen we op een dag in ‘Sportwereld’:

- Waar zijn ze nu, de beroemde en zoo sterk gevreesde Flandriens?... Wat gewerd er van die koninginneploeg De Baets-Persijn? Van die twee leeuwen Van Hevel - Van Lerberghe? Van de Velde - De Pauw? Van Marcel en Lucien

[p. 125]

Buysse? Van de groep die te Parijs de wet ging stellen aan de beste koppels van hun tijd? Die te Brussel zooveel beroering verwekten en belangstelling, zoodat Van Hammée op een Zaterdagavond duizenden toeschouwers moest weigeren? Waar zijn ze, vragen we?...

En Mac Bolle, die antwoordde in 't eigenste blad:

- Ik heb ze allen gekend, zoovelen of ge noemt: Marcel en Lucien Buysse, Van Hevel, De Baets, Persijn, Van de Velde, Leon Buysse, Van Lerberghe en meer anderen. 'k Heb ze gevonden als ze nog kleên waren, kleên van naam en niet groot van kunde. Hen bij de hand genomen en gezegd: langs hier! Gij kunt iets, gij kunt veel, en ge zult nog meer kunnen, want 't zit in u. Maar den weg van den opgang is niet gemakkelijk om vinden. Ik heb wat meer ondervinding, omdat ik ouder ben, en wie weet? Misschien vind ik uw weg!...

- En ze gingen mee, gedwee, gelaten, met overtuiging en met vertrouwen!

- Ik was daar gelukkig om. Ik was er fier op. Zijn de heerlijkste en schoonste dagen uit mijn leven geweest. Zij wonnen geld en veel. Ik vond er mijn bestaan bij, en veel voldoening. Samen waren we wel. Mac Bolle en zijn ploeg, dat was één. Samen werden we gevraagd naar Parijs, te Brussel, te Gent, te New-York. Kostte me veel werk. Lastig werk. Vooral binst de Zes Dagen. Maar dat werk? Verrichtte ik zoo geeren. 't Viel me licht omdat het gelukkig maakte. Want die renners? Waren me genegen, toegedaan en gehoorzaam. Ze vertrouwden blindelings. Met een teeken deed ik de ‘leeuwen brullen’, en de toeschouwers in de velodroms opspringen van pret!

- 't Duurde verscheidene jaren. Maar dan?... De naam en de faam die naar den kop rees. De weelde die begon te steken. De ijverzucht, die aan de verstandhouding vreette. En wat pretentie... Och God, ja, zoo menschelijk!

- Opstandig waren ze niet, maar... ja, als men het nu

[p. 126]

zoo ver heeft gebracht, of 't nog wel zin heeft van altijd te moeten gehoorzamen, en in een gareel van tucht te gaan?...

- En Mac Bolle die zei: jongens, als ge meent van het zelf beter te weten, ook goed!

- De deuren van den ‘stal’ werden open gezet, en de peerden liepen waar ze wilden zijn. Ik maak me geen begoochelingen: de tijd, de roemrijke tijd der Flandriens behoort tot het verleden. En hij komt niet meer terug, omdat al die gebundelde krachten zullen versnipperen. Persoonlijk doet het mij niet, of beter, voor mij is 't niet zoo erg. Maar 't spijt me om de renners, als enkelingen van een geheel dat beroemd was: de Flandriens! En omdat de glorie van dien luid klinkenden naam, eindelinge wel terug-kaatste op dat koppig en gezond, oersterk en wilskrachtig Vlaamsch ras, waaruit ze geboren zijn en van hetwelk zij zulk een heerlijk beeld daarstellen!

Dat schreven we na de ontbinding van de ploeg en in antwoord op een artikel waarin werd gezegd:

- Waar ze nu zijn? Verloren geloopen! En niemand die ze nog ooit bij mekaar brengen zal. Omdat er geen twee Mac Bolle's zijn. Zoo spijtig!

De tijd heeft ons gelijk gegeven. En ook gelijk gegeven aan deze die 't predikte:

- Dat de weelde moeilijk om dragen is!

prepostterug  begin  verder