terug  begin  verderprepost
[p. 273]

Ronsse wint Bordeaux - Parijs en 't Wereldkampioenschap

In dat jaar won Jef Dervaes de Ronde van Vlaanderen, en Kamiel Degraeve van Beirvelde, de Ronde van België. En beide renners, precies lijk André Verbiest uit die dagen, die van het tooneel van de sport verdwenen, eer hun rol uitgespeeld was. Verbiest had zoo enorm veel athletieke vermogens. De draad ervan werd zoo ineens stukkend gesneden. En Kamiel Degraeve? Die verdween lijk hij kwam: op een verrassende en onaangevoelde wijze.

Wie dacht er aan, van hem favoriet te maken voor die Ronde van België, die hij won omdat hij de beste was?... En wie zou het hem aangegeven hebben, als men er voren stond, dat hij het kon?... Hij won die Ronde en nadien?... Die overwinning was tezelvertijde zijn zwanenzang.

Anders is 't gesteld met Dervaes: gezondheid te koop, kunde te over. Hij won koersen, en veel. Maar niet genoeg. We bedoelen: had hij gewild, hij klom veel hooger. Ronsse heeft het me meer dan eens gezegd: Jef Dervaes, die kan meer dan ik! Ronsse won drie maal Bordeaux-Parijs en twee maal het wereldkampioenschap. En Dervaes?... Hij was lijk Marcel Buysse: rijk begaafd uit de natuur, maar niet rijk aan eeretitels.

Ronsse had meer van Hamerlinck dan van Dervaes, naar den uitwendigen vorm bekeken. Of beter, hij had genoeg van de twee om den grootsten renner van zijn tijd te zijn: én snelheid én uithoudingsvermogen, en, vooral, liefde voor zijn beroep en zijn kunde!

Wij schreven het reeds: hij won het wereldkampioenschap van 1928. Hij won ook dat van 1929, en ik vraag het me nu nog altijd af, of ik wel ooit in mijn lange loopbaan meer bereerd werd, dan op dien dag te Zurich, toen

[p. 274]

men Ronsse de vlag van wereldkampioen om de schouders hong?...

Dat kwam zoo. 't Jaar te voren werden Girardengo, Binda en Belloni gestraft door de Italiaansche wielervereeniging met schorsing, om hun kansen op winnen in 't wereldkampioenschap niet naar behooren te hebben verdedigd. En voor Zurich? Zond Italië Binda, met Frascarelli en Piemontesie als tegenhangers, of beter, als knechlen. Want ze hadden werkelijk betere renners, dan deze laatste, om Binda te vergezellen, als daar waren, Girardengo, Belloni, Linari, zelfs Negrini, maar juist daar zat het hem: die renners zouden hun eigen kans loopen, en dat wilde Italië doen, ‘omdat ze zeker waren van te winnen met Binda’, als deze maar behoorlijk geholpen werd door renners, die hun eigen kansen offerden ten zijnen bate.

Wij gingen er naar toe met Ronsse, Dervaes en Jef Wanters. Deze laatste heeft bandongeval in den beginne. Dervaes wat verder. Ze gerochten om de beurt wel bij den hoofdgroep, maar Wauters begaf bij het bestijgen van den berg, die de aankomst vooraf ging, en Dervaes voelde bij den sprint, dat hij wat te kort kwam aan krachten: deze die hij verspeelde om na band- en guidonbreuk weer te vervoegen.

Bij de bestijging van den berg, waarvan hooger spraak, daar zou Binda al zijn tegenstrevers verspelen, om alleen toe te komen. Zoo was er van hooger hand beslist, en dat hoopte heel het sportieve Italië.

En inderdaad, bij de beklimming verspeelde Binda al zijn tegenstrevers, uitzondering gemaakt voor Ronsse, en dat deze hem bijhouden kon, was meer dan een verrassing en ontgoocheling, 't was een ontmoediging, wat hem de goeste benam om zijn inspanning voort te zetten, met het gevolg dat Dervaes en Frantz en nog een paar andere renners weer bij kwamen, om mede te sprinten voor de overwinning.

[p. 275]

Ronsse die won met enkele centimeters vóór Frantz. Binda behaalde de derde plaats. Was voor de Italianen de grootste ontgoocheling die ze ooit in wereldkampioenschappen opliepen. En voor mij?... Een der schoonste dagen uit mijn lange loopbaan!

Ronsse was meer dan een groot renner: hij was ook een schoone figuur als mensch en sportman.

 

* * *

 

'k Zie hem nog staan weenen, na afloop van Parijs-Robaais, van dat jaar. Want Ronsse was juist zoo koppig in den strijd, als lauw en gevoelig bij tegenslagen.

De aankomst van Parijs-Robaais zou plaats hebben op een stadion welker ‘piste’ vierkantig aangelegd was. Ronsse komt eerst binnen. Deolet aan 't wiel, Meunier in derde positie. De sprint is volop aan den gang. Men kwam in de laatste bocht, of als ge wilt, aan den laatsten hoek, waarachter de rechte lijn van honderd meter lag die naar de aankomstlijn leidde. Deolet kwam opzetten naast Ronsse. Of ze bij het aanwenden van geweld mekaar raakten? Denkelijk, want ze stuikten alle twee ten gronde. En Meunier, die op twee lengten volgde, kon voorbij, en won op die wijze Parijs-Robaais van 1928.

Hier even een woord over Deolet. Als we zullen spreken over ‘Menschen en Dingen uit de Ronde van Frankrijk’ zullen we meer vertellen over dezen renner, die geroepen was om Ronsse op te volgen, en misschien - wie weet? - over meer lichamelijke eigenschappen beschikte.

Van junior ging hij met den slag over naar beroepsrenner, en dat werd hem wel, en ook mij persoonlijk wat aangewreven: ‘die sprong’ van 't laagste naar 't hoogste die te gewaagd was. Zoo schreven de konfraters. Ik meende 't anders:

- Als men kan wat Deolet vermocht, was men op zijn

[p. 276]

plaats bij de beroepsrenners. En hij bewees het met zijn Parijs-Robaais en met zijn Parijs-Rennes, die hij won.

Ik herhaal het: In ons boek over de Ronde van Frankrijk zullen we van hem meer vertellen, en vooral van zijn voorbarig en betreurd afscheid uit de wielerbeweging. Hij was een boom die te vroeg ontwortelde.

 

* * *

 

Bonduel won de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Rijsel, en had zijn kans op zege in Bordeaux-Parijs, toen een stom ongeval te Poitiers hem buiten koers kwam te stellen.

Ik zie. het nog gebeuren: de gangmakers voor Bordeaux-Parijs stonden opgesteld boven op een berg, ongeveer 3 Km. voorbij Poitiers.

De deelnemers waren gekomen aan den voet van dien berg, en in een draai van den weg, toen een auto van uit tegenovergestelde richting komende, dus berg-af rijdende, met volle snelheid in den groep terecht kwam!

Was me dat eene ramp! Rijwielen die opgeheven en in de lucht geworpen werden Vijf, zes, zeven renners die ten gronde stuikten, hals over kop! Verwrongen kaders Gebroken wielen! Gehuil en gekerm der gekwetsten!

- Of er geen dooden zouden te betreuren zijn?...

Was onze eerste vraag en bekommernis.

Bonduel en Merviel waren er het ergst aan toe. Martin niet veel min. Van Rijsselberghe zette de achtervolging in en moest 165 Km. rijden om den hoofdgroep weer te krijgen. Romain Gijssels, die als gangmaker optrad, werd ook gekwetst, evenals Miel Decroix, die een schouderbreuk opliep.

Gelukkiglijk geen dooden. 't Had anders kunnen verloopen, want de schok was brutaal en geweldig.

Ronsse won dien Bordeaux-Parijs in den sprint tegen Frans Pélissier en meer anderen. De Franschman had

[p. 277]

noehtans een list verzonnen.. Hij wist dat or pisterijwielen gereed stonden, aan den ingang van den velodrom om den sprint te betwisten. Was toegelaten door het reglement. Pélissier liet zich ook een rijwiel bereiden, en gereed zetten, maar buiten iemands weten hadden zijn sportbestuurder Veron, en Pélissier beslist van een lichte baanvelo te nemen met pisteverzet, tusschen Versailles en Parijs, dit om tijd te winnen bij het binnenrijden van den velodrom, en mogelijks zijn tegenstrevers te verrassen.

Maar de verzorger van Pélissier, die te Parijs gebleven was, en van die verandering niets afwist, greep zijn renner vast bij het binnenkomen van den velodrom, om hem. te helpen bij de verandering, en eer hij het aannam dat Pélissier niet van rijwiel veranderen zou, verloor deze ongeveer 30 meter. Niettegenstaande dat, nam hij toch nog 50 meter voorsprong, en. het publiek dat hem naar de eindmeet dreef met begeesterende en vertwijfelende kreten van aanmoediging,

Maar intusschen was Ronsse onder doom gekomen, en meter voor meter knaagde hij tijdens die laatste ronde aan den voorsprong, om ten slotte toch nog te winnen met 3 lengten!

Daarmee veroverde Georges Ronsse In drie jaar tijd, drie maal Bordeaux-Parijs, en twee maal het wereldkampioenschap. Iets wat er hem nooit renners hebben voren gedaan en wat hem ook niet rap zal nagedaan worden. Maar ter waarheidswille moet het gezegd: dat Frans Pélissier de verdienstelijkste koers deed.

Hier een bijzonderheid die niet genoeg meer geweten of gekend is. Twee jaren te voren meende Frans Pélissier ‘dat zijn tijd om te gaan gekomen was’ en hij ‘legde er de pees af’ - lees: stoppen van koersen.

Maar nadien?... Had hij er spijt van en hij zou herbeginnen. Gebeurde in 1930. Welnu, in zijn besten tijd reed hij niet beter dan in Bordeaux-Parijs van dat jaar.

prepostterug  begin  verder