De meest schokkende gebeurtenissen van dat jaar 1930 zijn nochtans geweest: het wereldkampioenschap dat te Luik werd betwist, en waarin de groote kanshebbers Hamerlinck en Joly de wapens uit de handen werden genomen, beurtelings op 35 en 20 Km. der aankomst, ter oorzake van ongevallen, zoodat Ronsse alleen overbleef om het tegen de saamgepakte krachten van Guerra en Binda op te nemen. Daar vertellen we verder van. Eerst van het geding dat ontstond na Parijs-Robaais van dat jaar.
Maréchal was de opkomende kampioen, waarnaar men al zoo lang en zoo vurig verlangde in Frankrijk, om de generatie der Pélissier's te vervangen, en weer post te kunnen vatten in de arena der internationale baankoersen.
Tusschen Doullens en Arras, demareert Leander Ghijssels - niet verwarren met Romain Gijssels, waarover we 't wat verder hebben, en die een opvolger moest worden van Georges. Ronsse. Als hij nagenoeg 100 meter voorsprong heeft, wipt Maréchal er achter, met Julien Vervaecke aan 't wiel. Deze drie komen bij mekaar, en gaan onmiddellijk de onuitgesproken overeenkomst aan, van mekaar te helpen om vooruit.
In de groote roep zitten de favorieten naar mekaar te kijken, als wilden ze vragen: wie van u begint aan de achtervolging?... Maar er werd zoo lang getalmd tot dat... ja, tot dat het te laat was, want de drie ontsnapten gingen zich niet bij de pakken neerzetten, en eer de tegenstrevers goed het gevaar hadden gesnapt, waren Maréchal, Vervaecke en Ghijssels al buiten schot.
En dan?... Te Henin Lietard heeft deze laatste bandbreuk. Vervaecke rijdt voor Alcyon. En dezes sportbestuur-
der moet bij zich zelf de volgende. overweging hebben gemaakt:
- Maréchal is rapper dan Vervaecke in den sprint. Waarom hem dan naar de aankomst helpen trekken?... Terwijl ik in den achtergrond Ronsse heb, om dien sprint te winnen, als hij kan vervoegen. Vervaecke zullen we dan maar verbieden, van nog aan de leiding te gaan. Zoodat Maréchal verplicht wordt van het werk alleen te doen, met de hoop dat hij er zich bij vermoeie, zoodat Vervaecke de kans krijgt van ten slotte alleen weg te geraken.
Aldus redeneerde Ludovic. En 't is tusschen Carvin en Seclin op ongeveer 30 Km. der aankomst, dat hij deze onderrichtingen aan Vervaecke overmaakt. Onnoodig te zeggen dat Maréchal ‘er niet geeren bij was’, bij zooverre dat hij Vervaecke schold en Ludovic de grofste benamingen naar 't hoofd slingerde. Hij ging te werk lijk een razende, en tempeestte lijk een dierentemmer. Te Leurquin springt hij van de grove kalseide op den effenen zijweg. Vervaecke heeft het niet gesnapt en verloor dus voeling. Maréchal beproeft het van zijn tegenstrever kwijt te spelen, maar deze slaat den aanval af, en te Hem neemt hij zelf het offensief; maar ook Maréchal weerstaat aan den aanval. En ten slotte - we waren gekomen op 7 Km. der aankomst - vraagt Maréchal aan Vervaecke voor de allerlaatste maal, van ‘kop te gaan’. Deze weigert, en dan?... Opeens maakt Maréchal een gebaar, en paf!... met zijn hand slaat hij Vervaecke in 't open wezen, en wel met zooveel geweld dat deze ten gronde stuikt, en in den gracht terecht komt.
Maréchal kiest het hazenpad. Vervaecke kruipt al schreiende en tempeestende uit den gracht, weer op zijn rijwiel, en zet den Franschman na. Hij nadert meter voor meter, maar de aankomst is te nakend. Maréchal komt eerst over de meet, met nagenoeg 150 meter voorsprong op Vervae-
cke, die van zijn rijwiel afspringt, en den Franschman te lijve wil.
Toeschouwers en helpers of verzorgers mengen zich in het geschermutsel, en 't is aan de gendarmerie te danken, dat er niet een gevecht in regel ontstond, tusschen Fransche en Belgische toeschouwers.
Alcyon protesteert. Maréchal verweert zich met het uitvluchtsel ‘dat hij het niet met opzet deed’, maar de Fransche koerskommissaris Degraine is kranig en kordaat:
- Hij heeft moedwillig geslagen en met opzet gehinderd!
De koersleiders zochten eerst de zaak op de lange baan te schuiven, onder voorwendsel dat de Fransche Wielrijdersbond over het geschil zou uitspraak doen, na nader onderzoek. Maar Alcyon liet niet los ‘vermits er een beschuldigende verklaring is van een koerskommissaris die ooggetuige was’. Na een korte beraadslaging viel het besluit:
- Maréchal achteruit gesteld, naar de tweede plaats, en Julien Vervaecke overwinnaar van Parijs-Robaais!
Onnoodig te zeggen dat deze beslissing viel, lijk een steen op het hert van de Fransche supporters, die nu al zoo lang zaten te wachten, naar een zege in Parijs-Robaais, en naar een weerdigen opvolger van Lapize en andere Trousseliers.
Er werd nog wel wat herrie geschopt in de bladen, en geschermutseld in de middens der rijwielnijverheid, maar enkele weken later ging het orkaan van zelf liggen, toen Maréchal op schitterende wijze, en met een onbedingd meesterschap, Parijs-Tours veroverde.
In die koers bewees hij, en ten overvloede, dat Frankrijk nu werkelijk weer een groot kampioen rijk geworden was. Jammer genoeg voor de Fransche sportmassa in 't algemeen, en voor Maréchal in 't bijzonder, maar de zonne zijner kunde en glorie ging. rap ten onder, in de wolken van overmoed en zelfgenot, om niet te zeggen in de drukkende atmosfeer van een liederlijk leven.
Spijtig, want we kunnen het getuigen: Maréchal was een groot kampioen, gemaakt naar het model van Girardengo.
Schoone liedjes, die niet lang duren!
* * *
't Is In 't eigenste jaar, dat Ronsse zijn derde wereldkampioenschap miste. Het werd te Luik betwist, op een omloop die we zelf hadden verkozen en die hem zoo wonderwel paste. Onze andere vertegenwoordigers waren: Joly, die breuk leed op 25 Km. der aankomst, en Fred Hamerlinck, die voor de tweede maal van band moest verarderen op 15 Km. van Luik.
Zoodat Ronsse alleen overbleef met Guerra, Binda, Grandi, Frantz en Stoepel, om den laatsten berg van Theux te beklimmen. Tot dan toe had Binda zich heel koes gehouden, en al 't werk laten doen door Grandi, die uitsluitelijk aangesteld was geworden, om te gaan in den dienst van Binda. En dààr, op dien berg, zou deze het beproeven, van al zijn tegenstrevers los te gooien, om zegevierend Luik binnen te rijden. En inderdaad, aan den voet van den berg gekomen, ging Binda aan de leiding en ten aanval over. Om de beurt lossen Grandi, Frantz, Stoepel en ten slotte ook Guerra, zoodat Binda geen andere tegenstrevers meer aan zijn wiel heeft dan Ronsse, die op een paar honderd meter van boven, van enkele lengten los geraakt. Doch onmiddellijk weer vervoegt. Samen hebben ze nagenoeg 500 meter voorsprong op Guerra, die in derde positie volgt. Voor Ronsse was de keus niet groot.
- Als ik Guerra weer laat bij komen, krijgt Binda een bondgenoot die hem helpen zal bij den sprint. Wil ik het beletten dan zal ik verplicht zijn aan de leiding te gaan, en den Italiaan mee te trekken naar de meet, waar hij zal zoeken van me te kloppen. Vermits hij ruimschoots tijd zal gevonden hebben, om aan mijn wiel te verpozen, en zich uit te rusten voor den sprint.
Die overweging, zoo vertelde hij ons na afloop, duurde een paar seconden, meer niet. Want onmiddellijk was zijn besluit genomen:
- 'k Was er zeker van, hem meester te kunnen in den sprint, als ik beletten kon dat Guerra ons vervoegde. Maar 'k moest algelijk zorgen van niet te veel van mijne krachten te verspelen, en wat over te houden voor dien sprint.
- Ik regelde dus het tempo dusdanig dat ik meende dat niemand meer bij komen zou. Maar 'k had gerekend zonder die zooveel volgende auto's, die in zekeren zin als gangmakers dienden voor Guerra, en opeens - we waren al op 't grondgebied der stad Luik - hoorde ik trompen in den achtergrond. Zou dat soms Guerra zijn die in aantocht was?... Even omgekeken, en 'k had juist den tijd om me weer voorover te buigen, het stuur van onder te nemen, en te demareeren, want Guerra was me intusschen in volle snelheid voorbij gevlogen.
- Ik demareerde nu zoodanig rap, dat Binda zelf van enkele lengten los geraakte. Maar op 't wiel van Guerra gekomen stopte deze, om zijn kameraad weer te laten vervoegen. Guerra demareerde verder nog eens. Ik moest er weer achter, en intusschen waren we gekomen in de rechte lijn die naar den sprint leidt. Guerra springt voor de derde maal; ik beantwoord zijn aanval, maar dan... op ongeveer 250 meter van de meet, komt de goed uitgeruste Binda van achter mijn wiel, en dat wrocht zoo ontmoedigend, zoo ontredderend op mijn gemoed, dat het me voorkwam, of ik ineens de beenen afgesneden werd. Die strijd van alleen, tegen twee zulke machtige tegenstrevers was te ongelijk en te sterk. En ik verloor dat wereldkampioenschap, als wanneer ik nooit zekerder eener overwinning was geweest, als toen ik met Binda boven op den berg van Theux gekomen was.
- Die tegenslag is me lang op 't gemoed blijven liggen.
't Is het laatste wereldkampioenschap geweest, dat ik betwistte, omdat 't jaar nadien reeds andere kandidaten werden verkozen. En dien dag te Luik? Voelde ik me minstens een lengte rapper dan Binda. Spijtig dat ik Hamerlinck niet bij me had, of Joly, boven op den berg van Theux. 't Lot besliste er anders over. 't Zij zoo. Voor mij was 't gedaan, vermits ik plaats te maken had voor jongeren, die opdaagden.